*

 

Athene bankroet zou pas een ramp zijn

Van onze correspondent Marc Peeperkorn − 17/03/10, 00:04

Weken wilde Nederland niets weten van Europese financiële noodhulp voor Griekenland. Athene had zelf de begroting laten ontsporen, nu moest het op de blaren zitten. Maandagavond ging demissionair minister De Jager (Financiën) alsnog overstag: als Griekenland erom vraagt, krijgt het geld van de eurolanden.

Wat de CDA’er overhaalde, was een vertrouwelijke briefing die avond van de Europese Centrale Bank. ECB-president Trichet zette de dramatische gevolgen uiteen van een Grieks bankroet. Nederlandse banken hebben voor 11 tot 14 miljard euro aan Griekse staatsobligaties uitstaan. Voor Duitsland en Frankrijk zijn deze vorderingen nog veel hoger. Verder ondermijnt het faillissement van een euroland de koers van de Europese munt.

De Jager na afloop van die briefing: ‘Als het mis zou gaan met Griekenland, is dat een enorme klap voor de financiële markten. Het vertrouwen dat in de afgelopen anderhalf jaar moeizaam is hersteld, wordt dan in een keer weer weggevaagd.’ De Nederlandsche Bank had hem eerder een soortgelijk verhaal verteld.

Eigenlijk is het besluit om Griekenland niet te laten vallen al gevallen op 11 februari. Toen beloofden de Europese regeringsleiders ‘vastberaden en gezamenlijke’ actie als de stabiliteit van de euro in gevaar kwam. Anderhalve maand later – in Brussel is dat met de snelheid van het licht – ligt de uitwerking van die verklaring op tafel.

Als Griekenland erom vraagt, schieten de andere vijftien eurolanden te hulp. Onder druk van Nederland, Duitsland en Finland zijn de voorwaarden dermate hard dat Athene er geen munt uit kan slaan. Er moet worden geleend tegen normale tarieven plus een risico-opslag van 2 tot 3 procent. Minder dan Griekenland nu op de markt kwijt is, maar fors meer dan Nederland betaalt om zijn tekort te dekken.

Over de precieze vorm van de hulp wordt nog onderhandeld. Een euroland kan direct aan Athene lenen of borg staan voor de afbetaling, waardoor Athene goedkoper geld uit de markt kan halen. Dat de eurolanden gezamenlijk in actie komen, duidt erop dat iedereen meedoet. Volgens De Jager zal Nederland ruim 5 procent van een hulpoperatie voor zijn rekening nemen.

Ruim tien jaar was een debat over het helpen van zwakke eurobroeders taboe. De vrees bestond dat het landen zou aansporen de financiële teugels te laten vieren. De nu gekozen constructie van hulp onder scherpe voorwaarden, maakt dat onwaarschijnlijk. Tegelijkertijd hopen de eurolanden dat het vangnet – hoe laag ook gespannen – de financiële markten tot rust brengt, waardoor Griekenland op korte termijn weer tegen betaalbare tarieven kan lenen. Op die manier is het bestaan van de noodhulp afdoende en wordt het nooit gebruikt.

De Jager moet de Tweede Kamer nog van zijn ommezwaai overtuigen. Lukt dat niet, dan heeft premier Balkenende volgende week een vervelende boodschap voor zijn EU-collega’s. Die moeten het akkoord tussen de ministers van Financiën namelijk zegenen.

Mogelijk wordt hij geholpen door bondskanselier Merkel. Ook die staat onder druk van haar bevolking om Griekenland geen eurocent te geven. Duitsland stemt weliswaar volmondig in met het doel de euro te beschermen, en het kan zich ook vinden in sommige gekozen instrumenten. Maar om dat hardop te moeten uitventen?

De kans bestaat dat de regeringsleiders hun steun voor de noodhulp in het midden laten. Tot het moment dat Griekenland er daadwerkelijk om vraagt.

mailIcon print |