Ondanks een verouderd veiligheidssysteem zijn er in België weinig spoorwegongevallen.
Voor de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) was 2009 geen al te best jaar. De stiptheidscijfers waren de slechtste in een decennium. De agressie tegen het treinpersoneel nam schrikbarend toe. En het regende klachten van passagiers – over de vele vertragingen, over een slechte dienstregeling en over verouderde en overvolle treinen.
De Belgische media maten het reizigersleed breed uit. Ze verhaalden over mensen die urenlang vastzaten in ijskoude treinen, en over een groep forensen die uit protest met blikjes sardinen reisden, omdat ze zich in de trein voelden ‘als sardientjes in blik’.
Daarbij leed de NMBS, een semi-overheidsbedrijf, flink verlies – ook al hoeft zij, na de liberalisering van het spoorwegverkeer, pas sinds 1 januari van dit jaar concurrenten op het Belgische spoor te dulden.
Een van de weinige onderwerpen waarover de NMBS geen klachten kreeg, was de veiligheid van het treinverkeer. ‘Veiligheid was voor ons geen hot item’, zegt Kees Smilde van de Belgische reizigersorganisatie TreinTramBus. ‘We krijgen vrij veel klachten over de NMBS, maar nooit over de veiligheid. Er gebeuren in België héél, héél weinig treinongevallen.’
Het laatste grote treinongeval in België dateert van 2001. Toen kwamen in het Waalse Pécrot twee passagierstreinen met elkaar in botsing. Acht mensen kwamen om. De oorzaak bleek een krankzinnige opeenvolging van fouten. Een treinbestuurder miste een rood sein – zoals mogelijk ook nu in Buizingen het geval was – en reed kilometers lang op het verkeerde spoor. Hij kon niet gewaarschuwd worden doordat hij geen mobiele telefoon had, en doordat spraakverwarring optrad tussen een Waalse en Vlaamse seinwachter.
Na Pécrot voerde de NMBS talrijke aanpassingen door. Alle machinisten kregen een dienst-gsm, en het treinpersoneel kreeg de noodcommando’s in twee talen aangeleerd. Bovendien worden alle seinposten nu vanuit één centrale controlepost in Brussel aangestuurd. ‘De NMBS heeft echt lessen geleerd van Pécrot’, aldus Smilde.
Maar het probleem van de gemiste rode seinen werd niet opgelost. Integendeel, door een personeelstekort moesten de treinbestuurders vaker overwerken en nam het aantal menselijke fouten toe. In 2007 werden 68 rode seinen ongezien voorbijgereden, tegenover 27 in 2002. Als dit niet verandert, waarschuwde een vakbond, ‘gaan we naar een nieuw Pécrot’.
De seinoverschrijdingen zijn vooral gevaarlijk omdat een groot deel van het Belgische veiligheidssysteem verouderd is. Rijdt een trein te snel, dan kan het systeem een trein wel automatisch afremmen. Maar rijdt een trein door een rood sein, dan doet het oude systeem niets, in tegenstelling tot de nieuwe veiligheidssystemen.
Na Kamervragen over het grote aantal gemiste rode seinen beloofde de NMBS het ouderwetse veiligheidssysteem uiterlijk in 2009 voor de helft en in 2012 volledig te vervangen door een modern stopsysteem. Daarvan kwam niet veel terecht. Op dit moment is slechts een kwart van de seinen uitgerust met het nieuwe systeem, waaronder overigens wel de seinen op de spoorlijnen naar Buizingen.
‘Wij dringen al lang aan op de invoering van het nieuwe veiligheidssysteem’, zegt Jean-Pierre Goossens, algemeen secretaris van de vakbond ACOD-Spoor. ‘Maar dat kost veel geld, en er moet bezuinigd worden. Ik hoop dat het nu alsnog versneld wordt doorgevoerd. Ik ben zelf treinbestuurder geweest, en ik weet dat het oude systeem tekortschiet.’
Toch verdedigt de vakbondsman de veiligheid van het Belgische spoornetwerk. ‘Drama’s als dit kunnen altijd gebeuren. Maar als we kijken naar de afgelopen tien jaar, zijn er tien doden gevallen, terwijl we anderhalf miljard mensen hebben vervoerd. De Belgische treinen zijn absoluut veilig.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.