Palestijnen tarten het Israëlische leger met vreedzame demonstraties. Israël poogt het protest met nachtelijke invallen en arrestaties te smoren.
De waterput op het land van het Palestijnse dorp Nabi Saleh is veranderd in een barbecueplek voor de buren uit de Joodse nederzetting Halamish. De kolonisten hebben er een palmbladeren afdak gebouwd, picknickbankjes neergezet en een mededeling dat dit alles ter nagedachtenis is van ‘Meir’, een vermoorde kolonist.
Het landjepik tussen Nabi Saleh en Halamish is een klassiek brandhaardje op de bezette Westelijke Jordaanoever. Sinds 1967 hebben Palestijnen steeds meer olijfboomgaarden, landbouwgronden en waterbronnen zien overgaan in Israëlische handen. De muur en de nederzettingen kapen grond weg van omringende dorpen en steden.
Dorpsbewoner Bassem Tamimi is nog geen minuut bij de waterput of er komt al een Israëlische pantserwagen aanrijden. Vier bewapende soldaten stappen uit. ‘Dit een gesloten militaire zone’, zegt de commandant. ‘Wegwezen, anders arresteren we jullie.’
In een vloek en een zucht is Tamimi weer huis. Nabi Saleh (500 inwoners) en Halamish (950 inwoners) liggen tegenover elkaar op twee heuveltjes ten noorden van Ramallah. De buren kunnen uit hun raam zien wat de ander aan de overkant van het dal aan de waslijn heeft hangen. De waterput ligt tussen hen in.
Al 43 jaar lukt het de Palestijnen niet een effectieve strategie te vinden om de Israëlische toeëigening van land op de Westoever tegen te gaan. Milities schieten soms kolonisten dood, maar dat leidt er alleen toe dat het militair bestuur de duimschroeven aandraait en de bevolking in haar bewegingsvrijheid beperkt.
Mensenrechtenadvocaten bestrijden de landonteigening bij het Israëlische Hooggerechtshof, maar voor die aanpak is engelengeduld nodig. Bovendien voert het leger uitspraken vaak niet uit om nieuwe lange procedures uit te lokken.
Met de mislukkingen op zak proberen de Palestijnen zich een andere strategie eigen te maken: geweldloos verzet. Het deed zijn intrede aan het eind van de tweede intifada, toen de muur bij de dorpen Masha en Budrus afsneed van de bijbehorende grond. Dorpelingen liepen daar de bulldozers en hijskranen in de weg, bijgestaan door Israëlische en westerse activisten van linkse huize.
Het model heeft navolging gekregen. Sinds enkele weken ook in Nabi Saleh, waar de dorpsbewoners wekelijks na het vrijdagmiddaggebed optrekken naar de waterput. Dat verloopt volgens een vaste routine: het leger houdt hen tegen, verbiedt de demonstratie, schiet met traangas en verricht arrestaties om de rust te herstellen. Zo gaat het vrijdags ook in Bil’in, Naalin en al-Maasara. Bij de demonstraties zijn in de afgelopen vijf jaar 19 doden gevallen.
‘Geweldloos verzet kan ons meer sympathie opleveren’, zegt Bassem Tamimi die in de jaren tachtig lid was van de gewapende tak van Fatah en vier jaar heeft doorgebracht in Israëlische gevangenissen. ‘Zelfmoordaanslagen hebben de Palestijnse zaak geen goed gedaan. Israël sloeg hard terug, en de wereld keek toe omdat wij te boek stonden als terroristen.’
De vaandeldrager van het protest is al enkele jaren het dorp Bil’in. Israël heeft de wekelijkse protesten tegen de muur daar niet weten te smoren met traangasgordijnen, rubber kogels, enkele doden en honderden gewonden. In 2009 is voor een nieuwe tactiek gekozen: nachtelijke invallen en arrestaties van dorpelingen en leiders van het verzet. Meer dan honderd activisten die geweldloosheid op de Westoever prediken, zijn het laatste half jaar gearresteerd. Velen zijn na verloop van tijd zonder aanklacht weer vrijgelaten.
‘Ze proberen ons van ‘volksterreur’ te beschuldigen’, zei Mohammed Khatib van het Bil’in-comité onlangs. Donderdagnacht is hij zelf voor de tweede keer van zijn bed gelicht.
Maar ook het geweldloze verzet op de Westoever wil nog geen succesverhaal worden. Eigenlijk is er maar één echte overwinning geboekt, helemaal aan het begin, in 2004. Israël begon toen de muur rond de Westoever aan te leggen waarmee het zelfmoordaanslagen wilde tegenhouden. De dorpelingen van Budrus bewogen Israël ertoe de route van de muur te verleggen en zo 95 procent van hun land terug te winnen.
‘We wilden de Israëli’s op hun zwakke kant aanspreken’, zegt Ayed Morrar, voorman in Budrus en een oude maat van Tamimi uit de gewapende tak van Fatah. ‘Zij houden ervan wapens en machines in te zetten, maar wij zetten mensen in. Het is een zware belasting voor hen steeds 100 of 150 soldaten naar dorpen te dirigeren tegen de demonstraties. Maar we hebben daar nog onvoldoende navolging in gekregen.’
De Palestijnse premier Salam Fayyad heeft zijn steun uitgesproken voor het geweldloze verzet. Maar Morrar staat daar argwanend tegenover. ‘Als Fayyad er echt in geloofde, zou hij honderdduizend man op de been brengen om naar Jeruzalem te lopen.’
De politici uit Ramallah willen voor eigen glorie meeliften met de dorpsinitiatieven, denkt ook Tamimi. Tot zijn verbazing zag hij in Nabi Salah de minister voor Religieuze Zaken opduiken. ‘Hij bleef in zijn jeep met airco zitten zolang er traangas was. Pas toen een televisieploeg aankwam stapte hij uit.’
[VIDEO]
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.