*

 

Oeigoeren voelen zich bezet

Van onze correspondent Hans Moleman − 05/08/08, 02:45

Het rommelt in het verre westen van China. Eerst gingen in het voorjaar de Tibetanen de straat op, nu laten vermoedelijke islamitische separatisten van zich horen met een ongekende aanslag die zestien Chinese grensbewakers in Kashgar het leven kostte....

Kashgar, de grootste moslimstad van China, gelegen op de oude zijderoute, ligt ver van Peking aan de rand van de Taklamakan-woestijn. Het is een historische stad met moskeeën, bazaars en volkswijken waar amper een Han-Chinees te vinden is.

In de steegjes bij de grote bazaar proef je de wrijving snel. ‘Wij horen bij de Turken’, zei Osman, uitbater van een eettentje dat pilav-rijst en schapenkebab uitvent, dit voorjaar in de Volkskrant. Wat hij van de Chinezen vond? Hij snoof, maakte met zijn vlakke hand een gebaar naar beneden. ‘Ze houden ons eronder.’

Kashgar is de tweede stad van Xinjiang, een vrije regio die bij het ontstaan van de Volksrepubliek China in 1949 samen met het aangrenzende Tibet door Mao werd ingelijfd. Beide gebieden staan sindsdien als de onrustigste uithoeken van het land te boek. Met hun bodemschatten – olie, gas, water en mineralen – zijn ze van groot strategisch belang voor China.

De islamitische Oeigoeren hebben net als de Tibetanen weinig op met het Chinese gezag. Ze vormen met acht miljoen mensen Xinjiangs belangrijkste bevolkingsgroep en hebben een lange eigen geschiedenis als bewoners van wat ooit de uiterste oosthoek was van het Ottomaanse rijk.

Xinjiang, dat eenzesde van het oppervlak van China beslaat maar vanwege zijn bergen en woestijnen slechts twintig miljoen bewoners telt, voelt zich verwant aan aangrenzende landen als Pakistan, Afghanistan, Tadzjikistan, Kirgizië en Kazachstan.

Han-Chinezen en Oeigoeren leven er vooral gescheiden. Veel moslims zien de Han als kolonisten die de beste economische kansen krijgen, al is er ook een beperkte groep Oeigoeren die in Chinese staatsdienst carrière maakt, zoals de gouverneur van de provincie. Peking beïnvloedt de demografische verhoudingen in de grensprovincie steeds meer met een economisch stimuleringsbeleid dat veel Chinezen naar Xinjiang lokt.

Kashgar was eerder het toneel van anti-Chinese aanslagen. Ruim tien jaar geleden werd het Overseas Chinese Hotel in de stad door een bomaanslag beschadigd. De ernstigste etnische confrontatie was het ‘Gulja-incident’, een bloedige onderdrukkingsactie door het Chinese leger, elf jaar geleden. In Gulja (Yining in het Chinees), een stad met een kwart miljoen inwoners vlakbij de grens met Kazachstan, demonstreerden jonge Oeigoeren op 5 februari 1997 tegen het Chinese gezag. In de dagen erna werden tientallen van hen gedood.

In oktober 2004 meldde China de dood van Hasan Mahsum, een Oeigoer uit de buurt van Kashgar die leider van de Oeigoerse afscheidingsbeweging ETIM was. Mahsum werd in het grensgebied van Pakistan en Afghanistan, niet ver van de Chinese grens, gedood door Pakistaanse soldaten.

Peking claimt verder het afgelopen jaar een aantal Oeigoerse terreurcellen te hebben opgerold die aanslagen op de Olympische Spelen zouden voorbereiden. In maart werd een vrouw uit Xinjiang in het vliegtuig naar Peking gearresteerd, omdat ze enkele blikjes met brandstof aan boord zou hebben gesmokkeld.

mailIcon print |