*

 

Frans vernuft: vier wielen onder een paraplu

Ariejan Korteweg − 06/10/08, 12:08

Terug naar 7 oktober 1948: Citroën lanceert de 2CV. De auto zou geschikt blijken om post, hippies en James Bond te vervoeren. De Fransen zijn er nog steeds dol op.

  • Een 2CV, beschilderd in de kleuren die de Duitse politie gebruikt. (AFP)

‘Natuurlijk is het nostalgie’, zegt Florent Dargnies in zijn met 2CV-modellen versierde kantoortje in Noord-Parijs. ‘Maar het is een gelukkige nostalgie, naar de trente glorieuses, de bijna dertig jaar tussen 1945 en 1974, toen in Frankrijk elke dag de zon leek te schijnen. Het is levenskunst op z’n Frans: de tijd nemen, genieten. Het hoort bij ons als de Eiffeltoren en stokbrood. Het staat voor contact met de omgeving, gastvrijheid.’

Dat allemaal over een auto die op 7 oktober 1948 aan de wereld werd gepresenteerd in de autosalon van het Grand Palais van Parijs. Een auto die niemand onverschillig liet. Citroën deux chevaux was de naam en op die eerste dag van zijn bestaan was de eend, zoals hij in Nederland bekend zou worden, eigenlijk al bijna tien jaar oud.

Simpele wagen
Citroën, voor de oorlog een deftig automerk met modellen als de Traction Avant, was al lang van plan een simpele wagen voor het landleven te maken. In 1939 stond alles klaar om de 2CV A in productie te nemen. Sterker, in Levallois zijn er zo’n 250 gemaakt, totdat oorlogsdreiging de fabriek stillegde. Van de vier exemplaren die bewaard bleven, staat er één op de jubileumtentoonstelling in de Cité des Sciences et de l’Industrie, het wetenschapsmuseum in het Parc de la Villette in Parijs.

Het model doet denken aan het fossiel van een uitgestorven beest, waarin al herkenbaar is wat de evolutie er later van zal maken. Hij heeft één grote koplamp op z’n golfplaten neus, één petieterig ruitenwissertje, de voordeuren gaan open naar de ‘verkeerde’ kant. Maar de karakteristieke gewelfde vormen zijn al aanwezig.

De 2CV die negen jaar later in productie werd genomen – vooralsnog uitsluitend in de kleur grijs – was in vergelijking daarmee een veel beschaafder ontwerp. Alleen al omdat het met een top van 65 kilometer per uur lastig is onbeschaafd te rijden.

Veel eisen
De ingenieurs moesten aan veel eisen voldoen. Citroën wilde een goedkope, zuinige wagen, zo simpel dat een leek er zelf aan kon sleutelen, groot genoeg om er een schaap of een vat wijn mee te vervoeren, terwijl een mandje eieren een rit over een hobbelige weg zou moeten overleven, en zo hoog dat de zondagse hoed niet af zou hoeven. Kortom: Citroën zocht vier wielen onder een paraplu.

Dat nu is de naam van het bedrijf dat de jonge Dargnies vijf jaar geleden begon: 4 roues sous 1 parapluie. Zijn vloot van inmiddels 25 2CV’s rijdt toeristen door Parijs. Met succes, bijna maandelijks moet hij zijn wagenpark uitbreiden. ‘Het geluid van de motor, de wind in je gezicht, de geur van de banken – alle zintuigen doen mee in een 2CV’, glimt Dargnies. De service is inmiddels uitgebreid naar teambuilding, managerscursussen en fotosafari’s.

De 2CV is nog steeds de favoriete auto van de Fransen. Is die nationale trots op een ontwerp dat vooral weemoed uitstraalt wel goed voor een land dat vooruit wil? Dargnies: ‘De toekomst, dat zijn onze chauffeurs: jong, goed opgeleid, vrolijk, modegevoelig.’

In het wetenschapsmuseum is te zien wat er zoal van de eend is geworden. Hij is gebruikt om post, brandweerlieden, meteropnemers, taxipassagiers, ijs, hippies, Louis de Funès en James Bond in te vervoeren. Hij kreeg het op z’n heupen, werd voorzien van bullbars, rolijzer en een extra motor om naar Kabul, Persepolis, Abidjan of Kaapstad te rijden. Ook kwamen er eenden met andersoortige kapsones: de Dolly, de Charleston, de Cocorico – vrolijke types met wufte koplampen en accenten in modekleuren.

Troetelauto's
Andere troetelauto’s – de VW kever, de Fiat 500 en de Mini – kregen een hedendaagse nakomeling. Citroën staakte in 1990 na bijna vier miljoen 2CV’s de productie en lijkt niet van zins die te hervatten. De expositie in het wetenschapsmuseum eindigt met een impressie van de Cactus C, het prototype van Citroën. Een plat wagentje met veel glas – te veel Mini of Nissan, te weinig hors concours om de 2CV te doen vergeten.

Maar je weet het nooit. In 1948 werd er in het Grand Palais smakelijk gelachen om de allemanswagen van Citroën.

mailIcon print |