*

 

Bush blijft voorop gaan in de strijd tegen aids

Diederik van Hoogstraten − 21/07/08, 05:48

Op de aanzienlijke lijst van vergissingen die Bill Clinton als president maakte, was het formaliseren van het ‘hiv-reisverbod’ niet de ergste....

Want een handtekening is een handtekening, zelfs al maak je als president moreel bezwaar tegen een element van een wet, zoals Clinton deed. Het ‘onder protest’ ondertekenen van het voorstel dat Clinton ontving van het Congres – met een Democratische meerderheid – , was dus gewoon een schande. De wet van 1993 ontzegde buitenlanders met het aidsvirus toegang tot de VS. Alleen bij hoge uitzondering konden sommigen de VS in. Veel hiv-positieven durfden het land niet meer uit, bang voor wat er zou gebeuren bij terugkeer.

De reden was angst – de vrees dat hele besmette volksstammen uit Afrika en andere werelddelen naar de VS zouden komen, omdat het aidsvirus hier beter te behandelen was. Ziekenhuizen en artsen zouden de vraag niet aankunnen. Vijftien jaar later heeft een moedige coalitie van Republikeinse en Democratische congresleden, aangespoord door activisten en artsen, een einde aan het verbod gemaakt.

Als Bush de nieuwe wet ondertekent voordat hij begin 2009 aftreedt, zal het een conservatieve president zijn die Clintons dwaling herstelt. Die opdracht kan ook bij John McCain of Barack Obama terechtkomen.

Dat de huidige of volgende president het reisverbod zal opheffen, lijkt zeker. Daar zullen de congresleden voor zorgen. De Democratische senatoren John Kerry en Joseph Biden en hun Republikeinse collega Gordon Smith gingen voorop. ‘Dit is een geweldige overwinning’, zei John Bradshaw van Artsen voor mensenrechten. ‘Er heeft nooit een rechtvaardiging bestaan voor dit reisverbod.’

De gematigd conservatieve, homoseksuele, Britse, hiv-positieve columnist Andrew Sullivan sprak op zijn weblog van ‘een van de gelukkigste dagen van mijn hele leven’. Sullivan heeft zich jarenlang sterk gemaakt voor een einde aan deze wettige discriminatie en stigmatisering.

‘Ik leefde met een afschuwelijk gevoel van onzekerheid, angst om het land te verlaten, het sluipende gevoel dat ik door mijn virus potentieel kon worden gedeporteerd’, schreef Sullivan. ‘Het gevoel dat ik nu een thuis heb waarvan ik weet dat het veilig is voor mij en mijn man, is onbeschrijflijk.’

Rachel Tiven van de lobbygroep Immigration Equality, die beslissend werk deed voor de beëindiging, noemde het een verbod gebaseerd op ‘mythen en misinformatie’.

Voor de tegenstanders van Bush is het even slikken: het goede nieuws is voor een belangrijk deel aan hem te danken. De opheffing van het verbod zit verpakt in de vernieuwing van het ‘President’s Emergency Plan for Aids Relief’ (PEPFAR). Dit noodplan stamt uit 2003, toen Bush het Congres vroeg om vijftien miljard dollar voor een periode van vijf jaar, voor de strijd tegen aids, malaria en tuberculose in en buiten de VS. Bush werd zo met afstand de actiefste antiaidspresident.

En het was Bush die in 2007 een verdubbeling van het budget voorstelde. Hij kreeg steun en waardering van alle partijen en betrokkenen – zeldzaam in Washington. In de uiteindelijke verlenging van PEPFAR is zelfs vijftig miljard beschikbaar gesteld, met name voor Afrika.

Tom Coburn is een conservatief die zelden een overheidsprogramma prijst. Hij noemde PEPFAR ‘het enige buitenland-beleidprogramma dat werkt’. In een zeldzaam moment van overeenstemming kon hij zich vinden in de woorden van Rachel Tiven: ‘Een krachtig signaal aan de wereld dat het niet acceptabel is om de miljoenen mensen die met deze ziekte leven, te stigmatiseren.’

mailIcon print |