In Gaza staat de herdenking van de verdrijving uit Palestina, zestig jaar geleden, vooral in het teken van de blokkade....
Op slippers schuifelt ze door de nauwe, grauwgrijze stegen van het Al Shati-vluchtelingenkamp naar huis. In haar hand bungelt een zakje tomaten, dat ze net op de markt heeft gekocht.
Fawzya Abu Hindi is ‘een jaar of 80’, zegt ze zelf na een korte rekensom. ‘Ik was een jaar of 20 en net getrouwd toen we zijn gevlucht naar Gaza – en dat was in 1948.’ Het ijkpunt in de Palestijnse geschiedenis is ook het ijkpunt in haar leven.
De stichting van Israël geldt bij de Palestijnen als de Nakba, ‘de catastrofe’, die een stroom van meer dan 700 duizend vluchtelingen in alle windrichtingen op gang bracht.
De herdenking van de Nakba is donderdag in de Gazastrook een sobere bedoening, overschaduwd door de blokkade die Israël de Palestijnse kustenclave al elf maanden oplegt.
Sinds de islamistische Hamas er de macht heeft overgenomen van president Mahmoud Abbas en zijn Fatah-beweging, laat Israël alleen het humanitair hoognodige toe tot Gaza; niets of niemand komt er uit. Het leven is daardoor langzaam tot stilstand gekomen. De benzine is op de bon; de bakkerijen kampen herhaaldelijk met stroomstoringen, nadat eerder al de gasleveranties voor de ovens zijn opgehouden.
Thuis zijgt Fawzya Abu Hindi in kleermakerszit op de grond neer, leunend tegen een deurpost. Haar jongste zoon, de 42-jarige Jamal, haalt voor het bezoek een gammele stoel tevoorschijn. Als ‘dorpsvrouw’ heeft zij zelf nooit kunnen wennen aan hoog zitten. Zo draagt ze ook nog steeds een zwarte overjurk met borduurstiksels en een lange witte hoofddoek, gedrapeerd tot over haar schouders.
‘Ik was de tweede vrouw van mijn man. Hij kwam bij ons, in het dorp Wadi Haunayn, altijd met zijn kamelen de sinaasappeloogst ophalen. Op een dag zag hij me in huis lopen, en zei tegen mijn vader: haar wil ik hebben.’ Ze schiet in de lach. ‘Uit zijn binnenzak haalde hij geld. Steeds meer kwam er op tafel. Tot mijn vader zei: zo is het wel genoeg.’
Haar echtgenoot had goede contacten met de naastgelegen Joodse kibboets, Ness Ziona. ‘Hij sprak Hebreeuws.’
Toen aan het eind van 1947 de gevechten tussen de Arabische en Joodse bevolking van het Britse mandaatgebied Palestina toenamen, vroegen de Joodse boeren hem te blijven. ‘Maar hij vreesde dat de Arabieren hem als een collaborateur zouden zien. Hij was bang voor zijn reputatie. Met een ezel en een kameel gingen we op pad. Ik had een 9 maanden oude baby en moest ook nog tien schapen voortdrijven.’
De drie maanden lange tocht ging steeds verder naar het zuiden. Als de gevechten dichtbij kwamen, liepen ze weer verder. Totdat ze in Gaza aankwamen, dat in handen was van het Egyptische leger. ‘De Gazanen behandelden ons als honden’, zegt ze. ‘Op straat hoorde je hen tegen hun ezels zeggen: je hebt de hersens van een vluchteling.’
De vluchtelingen, hun kinderen en kindskinderen zijn zestig jaar later ver in de meerderheid in Gaza: zijn vormen ruim 70 procent van de 1,4 miljoen inwoners. De islamisten van Hamas zijn vooral onder hen populair, door de belofte dat ze op een dag zullen terugkeren naar hun dorpen.
Maar het hoofdthema van de Nakba-herdenkingsmars die Hamas donderdag houdt, is het beleg van Gaza. ‘De zwakken blijven niet voor eeuwig zwak’, zegt Hamas-parlementariër Abu Ismail al-Askar in het Jabalya-vluchtelingenkamp. Met enkele duizenden jongens en mannen trekt hij na het middaggebed op richting de controlepost Erez, in het noorden van Gaza. ‘Laat de wereld er notie van nemen dat we vandaag vredig demonstreren.’ Op ruim een kilometer afstand houden de Palestijnen in. Na vijf minuten Hamas-peptalk is het officieel voorbij.
Meteen stormen honderden opgeschoten puberjongens langs een handjevol Hamas-agenten richting Israël. Terwijl ze rennen klinkt het gezoem van de Israëlische spionagevliegtuigen. Verderop staan tanks. Twee gevechtshelikopters cirkelen minuten later al boven hun hoofd.
Als traangas niet werkt om de jongens op afstand te houden, schieten de helikopters en tanks met hun boordmitrailleurs over de menigte heen. Twee jongens raken gewond.
Israël vreest de dag waarop het een menigte Gazanen zal lukken door het hek te breken. Door al vroeg grof geschut in te zetten, willen ze hen ontmoedigen. Na een uur druipt iedereen af. Zonder taxi’s en bussen is het nog een eind lopen naar huis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.