*

 

Van presidentskandidate tot gepijnigde krijgsgevangene

Van onze correspondent Cees Zoon − 03/07/08, 07:57

Op 20 februari 2002 kondigde de toenmalige Colombiaanse president Pastrana aan dat het vredesproces was mislukt en dat de ‘neutrale zone’ waarin de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) niet door het leger zouden worden aangevallen, was opgeheven....

Zes jaar later werd Rojas vrijgelaten, maar Betancourt werd nog steeds in de jungle vastgehouden.

Ingrid Betancourt, een kerstkind van 1961, is opgegroeid in een milieu dat typerend is voor de politieke elite van Colombia. Vader Gabriel Betancourt was minister en moeder Yolanda Pulecio parlementslid en later ambassadeur. De vriendenkring van haar ouders telde ex-presidenten, ministers en andere politici, maar ook wereldberoemde kunstenaars als de schrijver Gabriel García Márquez en de schilder Fernando Botero.

Zij werd deels gevormd in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá, deels in Frankrijk, waar zij politieke wetenschappen studeerde. In 1981 trouwde ze in Parijs voor de eerste maal, met een Franse diplomaat waardoor zij ook de Franse nationaliteit kreeg. Ze kregen twee kinderen, Melanie en Lorenzo, die voortdurend actie voerden voor de vrijlating van hun moeder.

In de jaren negentig was Betancourt achtereenvolgens adviseur van de Colombiaanse minister van Financiën, lid van de gemeenteraad van Bogotá en lid van de Senaat. Zij publiceerde een spraakmakend onderzoek naar de financiering van de verkiezingscampagne van ex-president Ernesto Samper door het drugskartel van Cali.

De liberaal-progressieve politica werd in 2002 aangewezen als presidentskandidaat voor de Groene partij, een nieuwe partij die het vastgeroeste beeld moest doorbreken van Conservatieven en Liberalen die al decennia lang om beurten en bij afspraak de dienst uitmaakten. Betancourt leek een goede kans te maken, maar voor de verkiezingen plaatsvonden werd ze ontvoerd.

De guerrilla beschouwde Betancourt vanaf het eerste moment als een ‘krijgsgevangene’, een van de bijna zestig ontvoerde politici, militairen en politiemensen die ‘ruilbaar’ waren tegen guerrilleros in de gevangenis. De uitwisseling is verschillende keren een punt van onderhandeling geweest, maar die liep telkens op niets uit.

Datzelfde gold voor de interventie van de Franse regering, die buiten medeweten van Bogotá met de FARC onderhandelde en in 2003 zelfs een vliegtuig naar de Amazone stuurde om Betancourt op te halen. Dat was een initiatief van de Franse minister van Buitenlandse Zaken (en later premier) Dominique de Villepin, die Ingrids leraar was geweest op de École des Sciences Politiques in Parijs.

Eerder dit jaar hebben de FARC vijf gijzelaars vrijgelaten, maar ondanks vele geruchten en valse aankondigingen bleef Betancourt vastzitten. Tal van regeringen (Frankrijk, Spanje, Venezuela, Ecuador, Argentinië) zetten zich in voor haar vrijlating, maar de FARC bleven onvermurwbaar zolang president Àlvaro Uribe niet instemde met een ‘humanitaire ruil’.

‘Ik heb drie jaar niets meer van haar gehoord’, zei haar vriendin Clara Rojas toen zij in januari werd vrijgelaten. De laatste bekende foto toonde een uitgemergelde en gedeprimeerde vrouw in de jungle. Volgens de berichten zou zij lijden aan hepatitis b, malaria en leishmaniasis, een tropische parasietenziekte die ernstige zweren veroorzaakt.

Ingrid Betancourt was er fysiek en geestelijk zo slecht aan toe dat zij naar de dood begon te verlangen. ‘Sluit vrede met jezelf, sluit vrede met mij’, schreef ze in een laatste brief aan haar man . ‘Ik ben het zat te lijden, mijzelf voor te liegen en te zien dat elke dag dezelfde hel is als de dag ervoor. Het spijt mij dat het leven van mijn kinderen in standby is, in afwachting dat ik vrijkom, en hun dagelijkse lijden maakt dat de dood mij een zoete optie lijkt.’

mailIcon print |