De Chinese en de Amerikaanse economie zijn met gouden handboeien aan elkaar gekoppeld.
Peking is al jaren een prominent financier van de hoge schulden die Washington maakt. De Amerikaanse staatsschuld geldt als een oerbetrouwbare belegging, al is het rendement met 3 procent rente bescheiden. Naar schatting 1.000 miljard dollar van de 1.800 miljard grote Chinese dollarreserves, is erin belegd.
Deze sterke verbondenheid heeft de afgelopen tijd al tot omfloerste kritiek geleid in China. Sommigen vragen zich af of de financiële beleidsmakers in Peking niet in een geweldige valkuil zijn gestapt door zoveel geld in Amerikaanse schulden te steken – inclusief meer dan 340 miljard in de omgevallen hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac. Er is al een Chinees boek verschenen, Valuta Oorlog geheten, dat een samenzwering suggereert.
De verwachting is echter dat China ook een deel van de nieuwe schuld die de Amerikanen aangaan om de huidige financiële crisis te bedwingen zullen financieren, samen met staatsfondsen uit de Arabische olieregio en Japanse banken. Een reëel alternatief is er niet, daarvoor zijn beide economieën te veel afhankelijk van elkaars relatieve gezondheid.
In China is met opluchting gereageerd op de aanvaarding van het reddingspakket van 700 miljard dollar door de Amerikaanse volksvertegenwoordiging. De Chinese regering heeft de afgelopen weken herhaalde malen aangedrongen op ‘gezamenlijke internationale inspanningen om de mondiale financiële markten te stabiliseren’.
Peking vreest harde klappen voor zijn sterk van de export afhankelijke economie, als er een ernstige internationale recessie zou toeslaan. Tot dusverre valt de schade voor China mee: de staatsbanken, die drijven op een grote (deels gedwongen, door gebrek aan alternatieven) spaarzin onder de bevolking, hebben weinig last van een credit crunch en de economie groeit nog steeds fors.
Maar het wordt wel minder. De groei, die vorig jaar nog een record van bijna 12 procent bereikte, is aan het afzwakken. Peking verwacht dit jaar nog tussen de 9 tot 10 procent uit te komen. In het tweede kwartaal van 2008 zakte de groei tot 10,1 procent. Een stabiele hoge groei, in Peking gedefinieerd als tussen de 8 en 9 procent, is van levensbelang voor China’s leiders. Een depressie zou voor de communistische partij een sterk verhoogd risico van sociale onrust met zich meebrengen.
Als Chinese fabrieken miljoenen werknemers zouden moeten lozen, omdat de orders uit de rest van de wereld snel teruglopen en de binnenlandse vraag dit niet genoeg compenseert, zal dit de onderhuidse spanningen in de Chinese samenleving aanwakkeren.
De trend van een geleidelijke daling in de orderportefeuille loopt overigens al maanden. Het zijn moeilijke tijden voor de Chinese fabrieken, die nu kampen met zowel hogere grondstofprijzen en lonen als met minder vraag naar hun producten. Lichtpunt is vooralsnog de binnenlandse vraag, die dit jaar tot vreugde van Peking al met meer dan 20 procent steeg.
De Chinese beleidsmakers knijpen hem wel. Volgens officiële bronnen hebben de afgelopen maanden al duizenden, vooral kleinere bedrijven de deuren gesloten, de beurzen van Shanghai en Shenzhen zijn al maanden diep in mineur en zowel de huizenmarkt als de autoverkopen, beide al jaren vitale sectoren van economische groei, lijken te stagneren.
Peking strooit daarom de laatste tijd druk met peptalk over de robuustheid van de economie, vooral om de consument te overtuigen dat deze zijn geld moet laten rollen.
‘We hebben natuurlijk last van het gedonder daar in de Verenigde Staten, maar er is geen reden tot paniek, want we hebben een stevig fundament’, zo luidt de boodschap die het State Information Centre, een toonaangevende regeringsdenktank, onlangs verspreidde.
Tot augustus gaven de statistieken inderdaad slechts een beperkte dip in de groei te zien, maar beleidsmakers en analisten vrezen dat er meer teleurstellende cijfers op komst zijn.
Peking broedt daarom op maatregelen om de binnenlandse vraag verder aan te wakkeren. Zo wordt er gesproken over maatregelen als minder belasting voor lagere inkomens, het schrappen van een belasting van 5 procent op inkomen uit rente en directe subsidies voor laagste inkomens.
De staat heeft geld genoeg in kas om dergelijke steunmaatregelen te betalen. Alleen dit jaar bedraagt het handelsoverschot van China met de rest van de wereld door de nog steeds sterke exportprestaties al een imposante 152 miljard dollar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.