*

 

‘En wij moeten die ouwe troep nathouden’

Van onze verslaggeefster Wil Thijssen − 29/08/07, 07:12

In Griekenland woeden zo’n 40 branden. Maar de voornaamste opdracht van de brandweer: ‘Olympia moet overeind blijven.’..

Met z’n vijftigen liggen ze in het gras. Het EMAK-peloton van de dienst rampbestrijding van de brandweer in Thessaloniki, 800 kilometer verderop, houdt hier met de lokale collega’s de opgravingen van Olympia nat. Het vuur smeult na, tot in de verre omgeving stinkt het naar rook en roet en zijn de bergen van de Peloponnesos zwartgeblakerd. De EMAK-eenheid slaapt sinds zondagnacht buiten op het gras, vlak bij de resten van het archeologisch stadion van bijna drieduizend jaar oud.

Van slapen is eigenlijk geen sprake, zegt George, die zijn achternaam niet wil noemen als we echt willen weten hoe hij over de situatie denkt. Hij slaapt niet zozeer slecht omdat ‘gras geen matras’ is of omdat ze beurtelings moesten waken en blussen, maar omdat ze veel akelige dingen hebben gezien. ‘We zagen mensen die hun brandende huizen ontvluchtten, koeien en schapen die gilden omdat ze levend werden verbrand. Ik kon het niet aanhoren. En wij moeten hier die ouwe troep nathouden.’

Die ‘ouwe troep’ is na de Akropolis in Athene de grootste schat van Griekenland. Olympia, de geboorteplaats van de Olympische Spelen, genereert bijna 8 procent van het nationaal inkomen.

Het dorp bij de opgravingen is nagenoeg leeg. De toeristen zijn naar huis gevlucht of door hun reisleiders gesommeerd hun boeltje te pakken en te vertrekken. Op de terrassen zitten alleen de eigenaren van de cafés en journalisten.

Tot aan de weg langs het archeologisch park is de natuur verschroeid. De vuurzee heeft de cipressen en loofbomen van de groene vallei aan de oostzijde van het gebied volledig kaalgevreten. Op sommige plekken tussen de opgravingen zijn bomen verbrand – de grootste toeristische attractie van dit land is ternauwernood gespaard gebleven. Volgens Kostas Andreo van de brandweer in Athene woeden in zijn land zo’n veertig branden, maar de voornaamste opdracht aan zijn collega-korpsen luidde: Olympia moet overeind blijven.

‘We zijn net weer terug’, zegt Kostas Anastopoulos van ijs- en koffiebar Rodo in het dorp bij de archeologische opgravingen. ‘Zaterdag was hier niemand meer. Geen toeristen, geen inwoners, niemand. Iedereen ging naar familie of vrienden in de buurt omdat het vuur te dichtbij kwam.’ Zelf logeerde hij in Zacharo, 20 kilometer verderop. Toen hij terugkwam, stond zijn huis er gelukkig nog. Maar zijn hond, die van schrik was weggelopen, vond hij verkoold bij de achterdeur. De cafébaas schiet vol als hij het verhaal vertelt. ‘De eerste hittegolf deze zomer maakte me rijk, want iedereen kwam cola drinken op mijn terras. De tweede hittegolf maakte me nog rijker, ik heb nog nooit zoveel ijs verkocht. Maar de derde eist alles weer terug.’

mailIcon print |