Het nummer Yeh Hum Naheen, 'Dit zijn wij niet', is een groot succes in Pakistan. Het lied 'geeft een stem aan al die moslimjongeren die terreur verafschuwen'...
Daarom werkt de Britse mediaconsultant Waseem Mahmood (45) met dubbele ijver aan zijn project Yeh Hum Naheen, Urdu voor ‘Dit zijn wij niet!’. ‘Eindelijk is de jihad van de gematigden tegen het terrorisme begonnen’, zegt hij.
In februari lanceerde Mahmood in Pakistan de videoclip van Yeh Hum Naheen, waaraan ‘acht van de tien populairste Pakistaanse popartiesten’ meewerkten. De single wordt op 16 juli uitgebracht in Groot-Brittannië, dat een aanzienlijke Pakistaanse moslimgemeenschap heeft.
Stem geven
‘Met de clip willen we een stem geven aan al die moslimjongeren die terreur verafschuwen. Die ziek zijn van het beeld van terrorisme dat aan hun godsdienst kleeft. En die afstand willen nemen van de jihadisten’, zegt Mahmood in een druk bezocht koffietentje in Londen.
In Pakistan is de single een groot succes. Mahmood: ‘Binnen enkele weken stond hij op nummer een. Hij is 60 duizend à 70 duizend keer gedownload. Dat is veel voor een arm land als Pakistan, waar maar weinigen een internetverbinding hebben. Kinderen zingen het refrein Yeh Hum Naheen op straat. Het Pakistaanse cricketteam relativeerde zichzelf, na de smadelijke nederlaag tegen Ierland tijdens de World Cup eind maart, met de tekst Dit zijn wij niet! Wat begonnen is als popmuziek, is nu een volkslied en groeit uit tot een beweging.’
Protestsongs
Mahmood hoopt dat het nummer eenzelfde lading krijgt als de beroemde protestsongs uit de jaren zestig en zeventig. Zoals We shall not be moved, dat in de VS luidkeels werd gezongen bij demonstraties tegen racisme. En Give Peace a Chance van John Lennon, dat gekoesterd werd door jongeren die protesteerden tegen de Vietnamoorlog.
Mahmood, die in de Punjab is geboren en als 2-jarige met zijn ouders naar Engeland emigreerde, is tot het initiatief aangezet door zijn twee zoons. Khurrum (20) en Khaiyyam (18), beide studerend aan de Britse filmacademie, worstelden met ‘de verwrongen beeldvorming’. Ze zaten klem tussen het oordeel van veel blanke Britten, die elke Pakistani als een potentiële terrorist beschouwen, en intolerante Britse moslims.
‘Ze zijn geboren en getogen in Birmingham’, legt Mahmood uit. We hebben ze kleurenblind opgevoed met respect voor alle religies. Op straat werden ze uitgescholden voor racisten door moslimjongeren, alleen omdat ze met blanke kinderen omgingen. Ze aten pasta, dus waren ze geen goede moslims. Zo irritant kortzichtig, zo weinig tolerant.’
Na een door Mahmood afgedwongen bezoek aan Amman, waar hun vader tijdelijk werkte als mediaconsultant, kregen de jongens een positiever beeld van een islamitische samenleving. Mahmood: ‘Ze zagen dat christenen en moslims heel ontspannen met elkaar kunnen omgaan.’
De zoons vroegen hun vader na te denken over een krachtige boodschap die moslimjongeren in de wereld zou kunnen bereiken. Mahmood: ‘Pap, zeiden ze. Je moet iets doen, je moet de wereld laten weten dat de meeste moslimjongeren helemaal niets moeten hebben van terreur. Te beginnen bij de moslims van Pakistaanse origine.’ Met zwaarwichtige manifesten bereik je jongeren niet. Wel met cricket en muziek, bedachten de zoons.
Netwerk
Vader Mahmood heeft een uitgebreid netwerk in de mediawereld. Hij bedacht het muziekprogramma ‘Pepsi Top of the Pops’ voor de Pakistaanse televisie, en heeft ruime ervaring in het opzetten van onafhankelijke media in conflictgebieden. Hij werkte in Kosovo, Bagdad, Libanon, Afghanistan. Onder andere ook voor het Nederlandse Free Voice, dat met geld van de Postcode Loterij in ontwikkelingslanden op het Jeugdjournaal geënte kinderprogramma’s opzet. In 2004 was hij betrokken bij de oprichting van het Afghaanse Jeugdjournaal ‘Ayenda Sazan’, wat ‘Toekomstmakers’ betekent. Hij richtte ook het eerste vrije radiostation van dat land op en schreef daar het boek Good Morning Afghanistan over.
Mahmood benaderde de tien populairste Pakistaanse popartiesten, onder wie Ali Zafar, Strings, Haroon Rashid, Ali Haider, de componist Shuja Haider en songwriter Ali Moeen. ‘Twee zangers wilden niet meedoen. Ze wilden zich niet branden aan een politieke boodschap. De andere acht zegden hun medewerking zonder aarzelen toe’, zegt Mahmood. Tussen november 2006 en januari 2007 is de song opgenomen in de studio Sound of Speed in Karachi. De clip is gefilmd door Mahmoods zoons.
Fonds
Tot dusverre heeft Mahmood het project uit eigen zak gefinancierd. Hij draait met verlies, maar heeft inmiddels een fonds opgericht. Hij heeft ngo’s, particuliere islamitische zakenlieden en banken benaderd. Geld van regeringen weigert hij.
Vooral van de Amerikaanse regering. ‘De Verenigde Staten spenderen 1,6 miljard dollar om de hearts and minds van moslims te winnen. Ze kopen zich in op Pakistaanse tv-kanalen, zetten het multimediale internationale Voice of America in. Maar de Amerikaanse boodschap wordt gewantrouwd. Ik ga voor publieke diplomatie.’
De clip is op lokale Aziatische tv-kanalen in Engeland al te zien. Op 16 juli volgt de officiële lancering. Vrijwel alle Aziatische radio- en tv-zenders zullen het nummer draaien en de clip tonen. Dat zijn er zo’n 250. De Islamic Channel valt buiten de boot. Die is orthodox en vindt muziek haram (slecht).
Als zijn fonds erin slaagt voldoende geld in te zamelen, wil Mahmood ook een Arabische versie van Yeh Hum Naheen op de markt brengen en vervolgens nieuwe ideeën, die binnenstromen, in de praktijk gaan brengen. Een Band Aid-achtig concert organiseren met islamitische en westerse artiesten bijvoorbeeld.
Mahmood: ‘Aanvankelijk dacht ik dat Yeh Hum Naheen een klein projectje zou worden, maar ik krijg nu zoveel overweldigende reacties binnen. Pakistaanse jongeren die mailen: hier zaten we op te wachten, ga door. En ik ga onverminderd door met mijn strijd tegen het terrorisme. Het is de grootste uitdaging voor onze generatie.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.