*

 

Deserteren vanwege ‘de waanzin’ in Irak

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie − 21/06/07, 02:46

Hun aantal komt niet in de buurt van dat van de Vietnam-oorlog, maar inmiddels zijn sinds ‘Irak’ zo’n tienduizend militairen gedeserteerd uit het Amerikaanse leger....

Ronduit bizar waren ze, macaber zelfs, de weddenschappen die de verkennerteams van Camp Falcon, een militair kamp vlak bij Bagdads zwaar beveiligde Groene Zone, met elkaar afsloten. Welk team doodde tijdens operaties de meeste Irakezen? Wie scoorde de meeste invallen?

Soms werd een val opgezet in een van de vijftien buurten van Bagdad die Scout Platoon en andere eenheden van Amerika’s Eerste Infanteriedivisie nog altijd onder hun hoede hebben. Hing er plotseling, midden in een verpauperde wijk, een dure camera aan een muur, voorzien van de provocerende tekst: ‘Raak dit niet aan, dit is overheidseigendom.’ ‘Wie de camera probeerde weg te halen, of hij nou van het verzet was of gewoon een inwoner, werd neergeschoten’, zegt soldaat James Burmeister (22) op zijn onderduikadres in Ottawa.

Scout Platoon, Burmeisters eenheid, ‘scoorde’ tijdens dit soort ‘spelletjes’ en tijdens de dagelijkse patrouilles dertig doden. ‘Volkomen belachelijk natuurlijk!’, roept de in mei gedeserteerde soldaat, na zeven lange maanden in Bagdad. ‘Waanzin. Ik had verwacht te vechten in Irak. Maar niet op deze manier.’

Hun aantal komt bij lange na niet in de buurt van dat van de Vietnam-oorlog, toen op het hoogtepunt van de strijd in een jaar tijd ruim 33 duizend dienstplichtigen van de landmacht deserteerden, maar een groeiend aantal Amerikaanse militairen heeft geen trek meer in weer een jaartje Irak. Sinds de invasie van 2003 zijn zo’n tienduizend soldaten gedeserteerd.

Een kleine driehonderd hebben de wijk genomen naar Canada. Voor Burmeister en zijn partner betekent dit: weg mooi appartement, weg de BMW, weg hun vrijheid. Hem hangt bij terugkeer in de VS tien jaar celstraf boven het hoofd. En toch heeft hij geen grammetje spijt.

De soldaat hoopt dat er met de presidentsverkiezingen van 2008 een nieuwe wind gaat waaien een Democraat in het Witte Huis wordt gekozen. Tot die tijd is hij voor veel Amerikanen een verrader van de natie. Een lafaard zelfs. Burmeister: ‘Ik heb gedood voor het Amerikaanse leger. Ik ben beslist geen lafaard.’

De knop ging om
Zittend in de luie stoel, op het onderduikadres nabij Ottawa’s Chinatown, is moeilijk voor te stellen waarom deze goedlachse, bescheiden jongeman ooit in de US Army belandde. Dienend in een leger dat hopeloos vastzit in het Iraakse moeras, belaagd door zelfmoordenaars en verzetstrijders.

James Burmeister (22), opgegroeid in het progressieve Oregon, had nimmer belangstelling voor oorlogfilms. Het verloop van de Amerikaanse bezetting van Irak trok ook nauwelijks zijn aandacht.

Maar hij was werkloos en smoorverliefd op Angelique, die hij had leren kennen in Duitsland. Aanmelding bij het leger, in de hoop gestationeerd te worden in Duitsland, leek in 2005 zo’n makkelijke oplossing om dicht bij haar te zijn. Maar een jaar na hun trouwen kwam de onheilstijding. Moest Burmeisters 1-18 Infanterie Regiment van de Eerste Infanteriedivisie naar Bagdad.

‘Ik had er vrede mee, want ik wilde helpen in Irak, scholen bouwen’, zegt hij resoluut. Nu, na 240 patrouilles, minimaal drie Iraakse doden op zijn kerfstok (‘Waarschijnlijk zijn het er véél meer’) en vele wegbommen te hebben overleefd, heeft de gedeserteerde soldaat het geloof in de omstreden missie helemaal verloren. Zijn jaartje Bagdad uitzitten was geen optie meer.

Helpen? Zit het Amerikaanse leger, vier jaar na de invasie, nog steeds in Irak om de Irakezen te helpen een betere toekomst op te bouwen? ‘We hebben geen enkele reden meer om in Irak te zijn’, zegt hij in de woning van de Canadese antioorlogsactivist Colin Stuart in de Canadese hoofdstad waar de soldaat – met Duitse vriendin en stiefzoon – net een dag is ondergedoken. Gisteren zaten ze nog in een goedkoop hotel in Toronto. ‘De Irakezen willen ons niet meer in hun land hebben. Wat is nog dan het nut van onze aanwezigheid?’

Van het rustige Eugene, via de hel van Camp Falcon in Bagdad, naar een onderduikadres in downtown Ottawa. Beticht van lafheid en landverraad door zijn maten van Scout Platoon in Irak, die deze dagen het omstreden veiligheidsplan van president Bush voor Bagdad moeten uitvoeren. James Burmeister: de grote lafaard die zijn maten in de steek liet en naar Canada vluchtte. ‘Ik sprak zonet een goede vriend van mij uit het peloton’, zegt hij schouderophalend. ‘Hij staat nog steeds volledig achter mij. Irak, vertelde hij, is een hellhole.’

Bij Burmeister, die dagelijks gemiddeld twee missies moest uitvoeren, ging de knop een paar maanden geleden om. De soldaat, mitrailleurschutter op een humvee, viel na een missie plotseling flauw in zijn kamer. Kort daarvoor had hij, voor de derde keer, een aanslag met een wegbom overleefd.

In Irak, zo had de werver van het leger in Oregon hem in 2005 nog bezworen, zou hij beslist geen gevaar lopen – als hij al naar Irak zou worden uitgezonden, hield de rekruteur hem voor. De goedgelovige, ietwat naïeve Burmeister slikte het toen allemaal voor zoete koek.

Burmeister: ‘Ik ging zelfs met hem uit eten, hij was ontzettend aardig. Hij beloofde zoveel. Als je werkloos bent en iemand houdt je voor dat je op kosten van het leger een opleiding kan volgen en ook nog een gratis ziektekostenverzekering krijgt, wat doe je dan?’

Na zeven maanden Bagdad, zo bleek onlangs tijdens medisch onderzoek in Duitsland, was zijn gehoor aan één oor fllink beschadigd. Burmeister had ook een hersenschudding opgelopen. Maar van zijn sergeant moest hij gauw terugkeren naar zijn eenheid in Bagdad. De oorlog had hem nodig.

Burmeister: ‘Op de dag dat ik terug moest, heb ik de artsen nog gevraagd of ze me konden helpen. Maar het liep allemaal op niets uit.’ In nog geen kwartier besloot hij de wijk te nemen, via Schiphol. Hij overlegde met zijn vriendin Angelique, in Schweinfurt, en hij belde zijn ouders in Oregon. Iedereen steunde hem in zijn desertieplan.

Hij had ook contact met hospik Augustin Aguayo, een collega die in september vorig jaar weigerde met de divisie naar Irak te gaan. Aguayo, die afgelopen week een prijs kreeg van een Duitse vredesgroep en in 2004 al een jaar had gediend in Irak, wilde als gewetensbezwaarde erkend worden. Hij vluchtte naar Californië, maar gaf zich korte tijd later vrijwillig aan op een legerbasis. In maart werd Aguayo door de Amerikaanse legerautoriteiten in Duitsland veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf.

Burmeister: ‘Ik heb een ticket gekocht en ik ben, via Nederland, naar Toronto gevlogen. Ik wilde een nieuw leven beginnen. In Irak had ik al over deserteren nagedacht, want mijn twijfels over de oorlog groeiden met de dag. Hoe moeten we de VS verdedigen door aan de andere kant van de wereld een zinloze, uitzichtloze oorlog uit te vechten? Een oorlog die geen massavernietigingswapens heeft aangetoond.opgeleverd. Een oorlog met zo veel doden.’

In de woonkamer van Stuart en zijn Nederlandse vrouw Hendrika Lambregts, vrijwilligers van de War Resisters Support Campaign, een actiegroep die Amerikaanse deserteurs in Canada helpt, zit Angelique (24) zwijgend op een stoel. Nee, bezweert ze, ze heeft geen moment spijt van de plotselinge vlucht naar Canada. Weg mooi appartement in Schweinfurt, weg de BMW, weg hun vrijheid. Zelfverzekerd: ‘Als het moet, blijven we zo lang als het nodig is in Canada. De mensen zijn aardig hier.’

De meeste Irak- en Afghanistandeserteurs zijn de afgelopen jaren ondergedoken in eigen land. Net als tijdens de Vietnamoorlog heeft een klein deel hun toevlucht gezocht in Canada dat in de jaren zestig en zeventig ruim 50 duizend Amerikanen toeliet die de dienstplicht ontweken. Niemand van de nieuwe generatie deserteurs heeft tot nu toe echter de vluchtelingenstatus gekregen in Canada.

Stuart (64): ‘Het maakt niet uit hoe lang ze hier blijven, ze zijn welkom. James heeft een moeilijk maar juist besluit genomen, ook al heeft hij daarvoor zijn vaderland moeten opgeven. Deze jongens hebben er niet voor getekend om een illegale oorlog uit te vechten. Ik ben niet tegen geweld, maar deze oorlog, de oorlog van George Bush, is vanaf de eerste dag een verkeerde oorlog geweest.’

Burmeister, die een maximale celstraf van tien jaar boven het hoofd hangt, is al op zoek naar een baan. Iets in de bouw. Bang is hij niet dat hij wordt opgespoord. ‘Het leger denkt nog steeds dat ik in Duitsland ben. Ze gaan beslist geen moeite doen om mij, een eenvoudige soldaat, te zoeken. Ze hebben al problemen genoeg in Irak. In Bagdad gebruikten we oude, roestige kogels uit vorige oorlogen. Als ze al geen geld hebben om de soldaten de beste spullen te geven om hun werk te doen, dan gaan ze zeker geen geld vrijmaken om jongens zoals ik te traceren.’

Zijn oom, een gepensioneerde luchtmachtkolonel, probeert in de VS gedaan te krijgen dat hij oneervol uit het leger wordt ontslagen. En de soldaat heeft ook zijn hoop gezet op de presidentsverkiezingen van 2008. Wellicht dat er een nieuwe wind gaat waaien in Washington, en in Irak, als een Democraat in het Witte Huis wordt gekozen.

Want zo voortmodderen, betoogt hij, heeft geen enkele zin. Burmeister: ‘In de buurten waar wij moesten patrouilleren, heeft het plan van president Bush om de veiligheid in Bagdad te verbeteren niets opgeleverd. We zijn nu in Irak op een punt beland dat meer militairen sturen gewoon niet meer helpt. Wat nodig is, is een politieke oplossing. En het Iraakse leger moet meer taken op zich nemen. We kunnen niet tot in lengte van jaren het werk voor ze doen.’

De deserteur laat buiten, op het trapje bij de voordeur, op zijn laptop beelden zien van een van de aanslagen met wegbommen die hij overleefde. Een collega filmde de humvee van Burmeister toen het voertuig, vlak bij een moskee, bijna werd getroffen door de bom. Burmeister was, staand in de geschutskoepel, buiten westen geraakt door de flinke klap.

Kom bij James Burmeister dus niet aan met het verwijt dat hij een lafaard is, een verrader van de natie. Elke dag liep hij het grootste gevaar, omdat verkenners altijd als eersten de straten moesten ingaan. En elke dag weer heeft de ex-soldaat nachtmerries en beleeft hij de oorlog opnieuw. ‘Als ik een luid geluid hoor, spring ik overeind en denk ik: is het een mortier? Moet ik iemand doodschieten? Of het ooit zal weggaan? Ik weet het niet.’

Over het verwijt een lafaard te zijn: ‘Ik heb in die zeven maanden, tijdens honderden patrouilles om wegbommen en verzetsstrijders op te sporen, elke dag gevaar gelopen. Soms moesten we vijf missies op een dag uitvoeren. Natuurlijk is het heel moeilijk om je vrienden daar achter te laten. Maar ik heb in die zeven maanden in Bagdad gedaan wat mij werd opgedragen. Ik heb gedood voor het Amerikaanse leger. Soms kwam ik in problemen bij mijn meerderen omdat ik, uit voorzichtigheid, niet wilde schieten. Maar ik ben geen lafaard.’

mailIcon print |