*

 

‘Jullie eten koeien, wij zeehonden’

Van onze verslaggeefster Nanda Troost − 16/03/07, 02:46

Het Nederlandse importverbod op zeehondproducten is hypocriet, vinden Canadese Inuit...

‘Wanneer houdt Nederland op met kolonialiseren? Wanneer staat Nederland, en ook Europa, het mij eens toe dat ik mag overleven? Overleven op mijn manier.’ Aaju Peter (47), Inuk (enkelvoud voor Inuit) uit Canada, is het meer dan zat. De Tweede Kamer heeft vorige maand voor een algeheel importverbod op zeehondproducten gestemd, in navolging van België. Duitsland, Groot-Brittannië en Italië zetten stappen in dezelfde richting en ook in Europees verband wordt gewerkt aan een algeheel verbod.

Waar halen andere landen het recht vandaan haar manier van leven te bestempelen als fout, vraagt Peter boos. Ze is deze week in Den Haag om de Tweede Kamer ervan te overtuigen dat het zeehondendebat wordt gevoerd op basis van verkeerde argumenten. Peter: ‘De zeehond is geen bedreigde diersoort, de dieren worden humaan gedood. En wie geen bont wil dragen, hoeft dat ook niet.’ Aaju Peter aait over een jasje dat ze zelf in elkaar heeft gezet. ‘Ik gooi niets weg. En helemaal niet als het zo mooi is als dit. Niets is zo warm als dit.’

De maand maart is sinds de jaren tachtig bijna synoniem geworden voor de internationale protesten tegen de zeehondenjacht, waarbij Canada symbool staat voor het kwaad. De afgelopen jaren mochten de Canadese vissers jaarlijks 325 duizend zadelrobben vangen op een kudde van ruim 5 miljoen zeehonden. De quota voor dit jaar zijn nog niet bekend, maar vallen vermoedelijk iets lager uit. Eind maart, begin april varen de vissers in Noord-Canada traditiegetrouw uit en trekken dierenactivisten ten strijde, bij ambassades of bij de jacht op het ijs.

Aaja Peter wil de rollen eens omdraaien en is daarom in Den Haag. Met zoon Aggu en Jim Winter, oprichter van de Canadian Sealers Association. Ze is bijna klaar met haar opleiding tot advocaat. ‘Het is eigenlijk de wereld op zijn kop, maar om op te komen voor onze rechten moet ik de taal en de wetten van de witte mensen leren.’

Met het verbod op de invoer van zeehondenproducten worden de oorspronkelijke bewoners van landen als Canada en Groenland in hun voortbestaan bedreigd, stelt Peter. Als de prijzen voor de commerciële vissers kelderen, voelen de Inuit dat ook. En dat terwijl ze geen alternatieven hebben. Ze schetst de omgeving waar ze woont: op de permafrost. Pas in juli is het zee-ijs zo gesmolten dat vissers kunnen uitvaren. Rond november is de zee weer bevroren. In een gebied bijna twee keer zo groot als Frankrijk, Duitsland en Italië samen wonen nog geen 30 duizend mensen, verdeeld over 28 gemeenschappen, veelal dicht bij de zee. Wegen zijn er niet. Aaju Peter woont in Iqaluit, met 7000 inwoners de hoofdstad van Nunavut (ons land). ‘Als ik dierenactivisten hoor, begrijp ik dat ze willen dat wij in Ottawa gaan wonen, en onze cultuur en tradities opgeven. Maar waar halen ze dat recht vandaan? Wij jagen op zeehonden, net als onze voorouders. Zeehondenvlees is de beste voeding voor ons. Het invliegen van al dat voedsel is onbetaalbaar. Niets is gemakkelijk in het Noorden. Wij hebben geen salaris, maar sprokkelen ons inkomen stukje bij beetje bij elkaar.

‘Met de verkoop van bont, ik naai jasjes, vesten, handschoenen, maak ik hooguit tweeduizend dollar winst. Dat lijkt niet veel, maar ons inkomen is als een mozaïek. Haal er een steentje uit en het klopt niet meer.’

Europa voert een dubbele agenda, zegt Peter. Het importverbod waarover nu wordt gesproken is in tegenspraak met toezeggingen die Nederland heeft gedaan op het gebied van milieu, biodiversiteit en steun aan inheemse bevolking. Barrières zouden worden geslecht, maar worden nu opgeworpen.

Peters boodschap: wat de zeehond is voor de Inuit is de koe voor Nederland. ‘Daarvoor hoeven jullie je niet te verantwoorden. Waarom moet ik dat dan wel?’

mailIcon print |