*

 

Internationaal Gerechtshof: Belgrado ‘niet direct’ verantwoordelijk voor genocide Bosnië

AP − 26/02/07, 22:10

Het Internationale Gerechtshof in Den Haag acht Servië niet direct verantwoordelijk voor genocide in Bosnië tijdens de oorlog van 1992-1995. Het hof vindt wel dat Servië niets heeft gedaan om de massamoord op Bosnische moslims uit Srebenica te voorkomen, maar het acht het land niet rechtstreeks verantwoordelijk voor dat bloedbad...

  • Bosnische vrouwen demonstreren maandag bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag met spandoeken waarop staat 'Servië is schuldig' en 'Het was volkerenmoord in Bosnië'. (AP)

In Bosnië is woedend gereageerd op de uitspraak. "Degenen die dit oordeel hebben gevormd moeten zich schamen," zei Zinaida Mujic van de Vereniging van Moeders van Srebrenica. "Hoe kunnen ze zeggen dat Servië niet schuldig is aan genocide terwijl er foto's zijn en videobeelden."

De Servische president Boris Tadic zei dat het oordeel erg belangrijk was en zei dat samenwerking met het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag - dat wil zeggen het uitleveren van de Bosnisch-Servische oud-generaal Ratko Mladic - van groot belang is voor de toekomst van Servië. Het oordeel dat Servië te weinig heeft gedaan om de genocide in Srebrenica te voorkomen, noemde hij "zeer moeilijk voor ons allen". Premier Vojislav Kostunica zei dat de uitspraak zal bijdragen aan de verzoening tussen de bevolkingsgroepen in het land.

Bosnië stapte in 1993 naar het Internationale Gerechtshof om Servië aan te klagen. Het stelt dat de regering in Belgrado onder de toenmalige Joegoslavische president Slobodan Milosevic de Bosnische Serviërs heeft bewapend, gefinancierd en aangezet tot de campagne van etnische zuivering in Bosnië in een poging een "Groot-Servië" te vormen en dat die zuiveringsoperatie neerkwam op genocide. Servië zegt dat het niet verantwoordelijk is voor de daden van de Bosnische Serviërs, dat het een conflict tussen etnische groepen betrof en dat het niet de bedoeling was de moslimpopulatie in Bosnië geheel of gedeeltelijk te vernietigen, zoals de definitie van genocide luidt.

Het hof sloot zich gedeeltelijk bij die zienswijze aan. Hoewel Servië de Bosnische Serviërs steunde, en de massamoord op zo'n achtduizend moslimmannen inderdaad als genocide moet worden aangemerkt, had het land geen zeggenschap over het Bosnisch-Servische leger en de paramilitaire eenheden die de massamoord uitvoerden, aldus het oordeel. Ook is niet bewezen dat de Servische staat of staatsorganen de intentie hadden om de moslimbevolking geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Wel hadden de Servische leiders hun invloed meer kunnen - en moeten - doen gelden om de massamoord bij Srebrenica te voorkomen, te meer omdat zij zich ten volle bewust waren van het klimaat van diepgewortelde haat tussen de Bosnische Serviërs en moslims.

Een verzoek van Bosnië om schadevergoeding werd afgewezen, omdat herstelbetalingen volgens het hof niet de aangewezen vorm van compensatie zijn voor het verzuimen van de plicht volkerenmoord te voorkomen. Verder oordeelde het hof dat Servië zich niet heeft gehouden aan zijn verplichting om degenen die de genocide ten uitvoer hebben gelegd te straffen en riep het Belgrado op de verdachten, met name Mladic, te arresteren en uit te leveren aan het Joegoslaviëtribunaal.

Bij het Vredespaleis, waar het Internationale Gerechtshof is gevestigd, demonstreerden tientallen overlevenden van de oorlog in Bosnië met spandoeken waarop stond "Servië is schuldig" en "Het was volkerenmoord in Bosnië". Zij reageerden teleurgesteld en kwaad op het oordeel en noemden de rechters corrupt.

De huidige EU-voorzitter Duitsland riep Servië op de uitspraak aan te grijpen om afstand te nemen van de misdaden die zijn begaan onder Milosevic. Ook drong het land er bij beide kanten op aan het oordeel te respecteren en zei het te hopen dat de uitspraak zou helpen een pijnlijk hoofdstuk in de geschiedenis van de Balkan te sluiten. De woordvoerder van de Europese Commissie, Friso Roscam Abbing, deed een soortgelijke oproep vanuit Brussel.

De islamitische co-president van Bosnië, Haris Silajdzic, greep de uitspraak aan om te pleiten voor de afschaffing van de verdeling van Bosnië tussen de Moslim-Kroatische Federatie en het Bosnisch-servische ministaatje Republika Srpska. Omdat de verdeling van het land langs etnische lijnen het directe gevolg is van de genocide begaan door Bosnische Serviërs, zou de grondwet moeten worden gewijzigd om die onwenselijke situatie teniet te doen, aldus Silajdzic.

Het was voor het eerst dat een staat voor het hof werd gedaagd vanwege genocide. Het hof besloot maandag dat het zich bevoegd achtte een oordeel te vellen over de vraag of Servië zich tijdens de oorlog in Bosnië van 1992-95 schuldig heeft gemaakt aan genocide. Servië had de jurisdictie van het hof aangevochten. Het Internationale Gerechtshof mag alleen conflicten tussen VN-lidstaten behandelen. Het lidmaatschap van Joegoslavië werd in 1992 door de VN-Veiligheidsraad opgeschort en in 2001 werd het restant van Joegoslavië, inmiddels omgedoopt tot Servië-Montenegro, weer tot de VN toegelaten. Maar rechter Rosalyn Higgins zei dat Servië ook tijdens de oorlog verplicht was zich te houden aan de VN-conventie tegen genocide van 1948. Ook zei zij dat Montenegro, dat zich vorig jaar van Servië afscheidde, geen deel meer uitmaakt van de rechtszaak en dat de 'juridische identiteit' van het voormalig Joegoslavië alleen bij Servië berust.

Higgins zei dat het hof zich bij zijn oordeel voor een groot deel heeft gebaseerd op de bevindingen van het Joegoslaviëtribunaal, dat aanklachten tegen personen behandelt. Het tribunaal stelde al eerder vast dat op zijn minst de massamoord door de Bosnische Serviërs op moslimmannen en -jongens uit Srebrenica als genocide moet worden aangemerkt. Milosevic, de hoogstgeplaatste verdachte, overleed in de gevangenis voordat het tribunaal een oordeel over hem kon vellen.

mailIcon print |