Hoe dramatisch de huidige crisis in Libanon ook is, de situatie biedt ook een kans aan de gematigde krachten in het Midden-Oosten, betoogt Harry Kney-Tal....
Stelt u zich voor dat een buitenaards wezen op 12 juli in Den Haag landt op een stapel kranten, naast een tv die nieuws uitzendt over de Libanese crisis. Ons buitenaards wezen volgt ruim twee weken, zonder voorkennis, de krantenkoppen, cartoons en analyses die de situatie in context brengen.
Hij kan tot twee conclusies komen: de eerste is dat Israël de voornaamste reden is, de oorzaak van wat verkeerd gaat in het bredere Midden-Oosten; de tweede is dat Israël mensenrechten schendt terwijl het z’n legitieme recht op zelfverdediging uitoefent. Beide conclusies, gesteund door een leger aan spindoctors, experts verblind door het romantische idee van de underdog, gaan mank. Laat me een andere manier suggereren om te kijken naar de uitbarsting van geweld in het Midden-Oosten. Wat lokte de huidige vijandigheden uit; wie heeft baat bij het verslechteren van de veiligheid in de regio en, als laatste, hoe werkt het Midden-Oosten zichzelf uit deze crisis?
Israëls twee-frontencampagne tegen extreme islamisten vindt plaats in het Midden-Oosten, een regio verscheurd door een gevecht tussen radicalen en gematigden. Het proces van revolutionaire radicalisering bracht extreme elementen naar voren die sociaal-economische instrumenten manipuleerden en een anticorruptiesentiment verspreidden onder de bevolking om corrupte politieke elites uit te drijven. Zo won Hamas de verkiezingen in de Palestijnse gebieden en kreeg Hezbollah politieke macht van de onderdrukte shi’itische minderheid in Libanon. De twee bewegingen sloten zich aan bij Iran en Syrië, staten met een erkende terroristische reputatie.
De huidige vijandelijkheden begonnen toen Hamas en Hezbollah zonder aanleiding een aanval uitvoerden over de grens in Israël, waarmee ze internationaal erkende grenzen schonden. Israël kon zijn bevolking niet als schietschijf laten fungeren voor duizenden raketaanvallen. Israël werd gedwongen z’n wettelijke recht op zelfverdediging uit te oefenen, ex artikel 51 van het VN- handvest.
Er ontwikkelt zich een as van terreur in het Midden-Oosten, bestaand uit Iran, Syrië, Hamas en Hezbollah die zich ideologisch verzetten tegen een verzoening met Israël. Al bijna een jaar lang pleegt de Iraanse president verbale aanvallen op Israël, wiens bestaansrecht hij ontkent. Al jaren wordt Hezbollah bewapend en getraind door Iran en Syrië. Irans motief voor het aanmoedigen van Hezbollah was simpel: een poging de aandacht af te leiden van de onvermijdelijke botsing met de internationale gemeenschap over het nucleaire dossier. De uitweg was een escalatie aan de Libanees-Israëlische grens.
Syrië, dat na de moord op de Libanese ex-premier Hariri onder streng VN-toezicht stond, had er duidelijk belang bij de internationale gemeenschap te bewijzen dat zijn terugtrekking uit Libanon onder internationale druk een grote fout was, mogelijkerwijs leidend tot destabilisatie van Libanon.
Hezbollah, een terreurorganisatie met een politieke vleugel die participeert in de Libanese regering, stond de afgelopen maanden onder druk van zijn coalitiepartners om het tweede deel van de VN-Veiligheidsraadresolutie 1559 te implementeren en zichzelf te transformeren tot een uitsluitend politieke entiteit. Wanhopig pogend de eigen militaire rol in Libanon te rechtvaardigen, besloot Hezbollah Israëlische soldaten op Israëlisch grondgebied te ontvoeren, raketaanvallen uit te voeren en zo de crisis te veroorzaken.
Hezbollah is geen verdediger van Libanon maar een instrument van vernietiging gebleken dat de moeizaam verworven reconstructie van Libanon, na jaren van burgeroorlog, op het spel heeft gezet. Het politieke leiderschap van Hamas in Damascus beval z’n militanten de raketbeschietingen richting Israëlische steden en dorpen langs de grens met Gaza te intensiveren en de internationale grens over te gaan met het doel soldaten te doden en te ontvoeren.
Dit was de reactie op Israëls plan zich terug te trekken uit Gaza. Dit was het terroristische antwoord op Israëls idee verdere terugtrekking van de Westelijke Jordaanoever te overwegen. Kortom, Iran, Syrië, Hezbollah en Hamas waren verontrust dat Israël significante stappen zou ondernemen om de twee-statenvisie te realiseren en dat de Arabische gematigden in de Palestijnse gebieden, in Libanon en in het hele Midden-Oosten zich zouden realiseren dat oorlog, terreur, geweld en haat geen oplossing bieden voor het echte probleem dat het Midden-Oosten in zijn greep houdt.
Toch moeten we de sombere realiteit in het Midden-Oosten niet als vaststaand feit zien. De crisis is ook een kans. Israël, gematigde Arabische landen, gematigde leiders in de Palestijnse gebieden zoals Mahmoud Abbas en de nationale krachten in Libanon kunnen bijdragen aan een stabiel Midden-Oosten. Het Midden-Oosten kan niet nog een wankelend staakt-het-vuren gebruiken.Slechts de extremisten hebben hier baat bij, omdat zij zo hun veto over het vredesproces behouden. Het diplomatieke proces is op gang gekomen en is een fundering voor een blijvende vrede in de regio, een vrede die Israëls recht op leven in vrede en veiligheid binnen erkende grenzen erkent en de Palestijnen het recht geeft op een eigen staat, in vrede samenlevend met Israël. Het geeft Libanon het recht vrij te zijn van buitenlandse inmenging – en hopelijk sluit het land een vredesverdrag met Israël. Met de naderende vrede kan de energie, verspild aan conflicten, eindelijk worden gebruikt voor nationbuilding en kan de echte oorzaken – niet de denkbeeldige – van de instabiliteit in het Midden-Oosten het hoofd worden geboden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.