*

 

'Soms kan het OM beter de publiciteit zoeken'

Marc van den Eerenbeemt − 14/05/99, 00:00

Hoofdofficier van justitie H. BROUWER verlaat het OM in Leeuwarden om rechter te worden in Utrecht. De lage straffen in de zaak-Tjoelker hebben naar zijn zeggen veel onbegrip ontmoet....

'NIET verstandig' en 'een fout'. Hoofdofficier van justitie H. Brouwer laat er geen misverstand over bestaan, woensdag op zijn laatste dag als hoogste man van het Openbaar Ministerie (OM) in Leeuwarden. Hij had in de zaak-Meindert Tjoelker zelf vroegtijdig de publiciteit moeten zoeken en pleit voor meer openheid over de vervolging, nog voordat de rechtszitting plaatsvindt.

Brouwer: 'De beeldvorming van het publiek rond die zaak strookt niet met de werkelijkheid, met de gegevens die het Openbaar Ministerie op basis van onderzoek heeft gekregen. Ik heb me afgevraagd: heb ik iets verkeerds gedaan, dat er zó weinig begrip is geweest voor de koers van het Openbaar Ministerie?'

Meindert Tjoelker vond in september 1997 de dood bij een vechtpartij in Leeuwarden. De mishandeling ontketende een nationaal protest tegen zinloos geweld. Brouwer moest als hoofdofficier naar zijn zeggen waken over de integriteit van het justitieel onderzoek.

Brouwer: 'Om vooringenomenheid te voorkomen, om niet partijdig toe te werken naar een bepaald resultaat, alleen omdat dat resultaat kracht zou kunnen geven aan een nationale beweging tegen zinloos geweld.'

Justitie hield de vlag van het gerechtsgebouw in Leeuwarden daarom binnen, terwijl in de rest van de stad ter nagedachtenis aan Tjoelker de vlaggen halfstok hingen. Ook was Brouwer afwezig bij de herdenkingsbijeenkomst aan de gracht waar Tjoelker het leven liet. 'Heel bewust, om te voorkomen dat later op de zitting zou worden gezegd dat het onderzoek partijdig was.'

Toen kwam de eerste grote zitting. Brouwer: 'Twee weken van tevoren voelde ik het onbegrip al aankomen. Ik heb getwijfeld of we niet toch journalisten moesten benaderen. Maar hoe dichter je bij de zitting komt, hoe nadrukkelijker je kiest voor de rechtszaal als platform.

'Meteen nadat de officier van justitie zijn eis uitsprak tegen de eerste verdachten, knalde het. Men snapte niet dat er maar drie jaar gevangenisstraf werd geëist.

Brouwer: 'Een uur voor de rechtbank uitspraak zou doen, verzamelde zich een menigte van achthonderd, duizend mensen hiervoor op het plein. Ik zal het nooit vergeten. Ze wilden hoge straffen. Tien, twaalf jaar. De rechtbank legde een straf op van tweeënhalf jaar, lager dan geëist. De verwarring was totaal. Zelfs minister van Justitie Sorgdrager plaatste vraagtekens.

'We zijn binnen dit parket tot de conclusie gekomen dat je in bepaalde zaken, dat wil zeggen: zaken die sterk leven in de samenleving, je echt actief moet gaan mengen in de vorming van de publieke opinie.

'Dat mag niet gebeuren door dossiers vrij te geven of met de advocatuur vechtend over straat te rollen. Evenmin mag het gebeuren als het onderzoeksbelang wordt geschaad of de privacy van betrokkenen wordt geschonden. En ook niet ter bescherming van het eigen prestige.

'Men hoeft het niet eens te zijn met het OM, maar als de feiten onbekend blijven, heeft eis noch uitspraak maatschappelijk draagvlak.'

Ook de behandeling van de vierde verdachte wekte bevreemding bij het publiek. Na een lange rechtsgang werd deze verdachte weliswaar vervolgd, maar vroeg het Openbaar Ministerie zelf om vrijspraak.

Brouwer: 'Toen hebben we vooraf wel een persconferentie gegeven. Dat was ons, eerlijk gezegd, door journalisten aangeraden. Toen ontstond wel enig begrip voor onze beslissingen.'

Brouwer wordt president van de rechtbank in Utrecht. Hoe zal hij als rechter aankijken tegen een OM dat zelf vroegtijdig de openbaarheid zoekt? Brouwer: 'Het blijft vervelend. Maar je kunt in de strafmaat altijd rekening houden met een overmaat aan publiciteit.'

mailIcon print |