*

 

Shell lost met ‘gebaar’ de kwestie-Nigeria op

Van onze correspondent Diederik van Hoogstraten − 09/06/09, 23:41

Voor 15,5 miljoen dollar heeft Shell een schikking getroffen met nazaten van de in 1995 gedode Nigeriaanse activist Ken Saro-Wiwa.

Het was een ‘overwinningsschikking’, juichte dinsdag het Centrum voor grondrechten in New York. Deze organisatie vertegenwoordigt de nazaten van de Nigeriaanse, in 1995 gedode mensenrechtenactivist en schrijver Ken Saro-Wiwa in hun rechtszaak tegen Shell.

De interpretatie van het oliebedrijf was anders van toon. ‘Shell schikt de Wiwa-zaak met een humanitair gebaar’, zo oordeelde de onderneming, met een schouderklopje voor zichzelf.

In de maandag bereikte schikking belooft Shell 15,5 miljoen dollar (11 miljoen euro) te betalen aan zoon Ken Saro-Wiwa jr. en andere activisten uit Nigeria. Het civiele proces voor de rechtbank in New York is hiermee ten einde gekomen; de eisers zien af van verdere juridische actie.

De rechter stond onlangs op het punt het proces te laten beginnen. Toen het uitstel vorige week bekend werd, was er in New York meteen het vermoeden dat de partijen hun geschillen buiten de rechtbank wensten te schikken.

Van het schikkingsbedrag gaat 3,5 miljoen euro naar een speciaal fonds voor het Ogoni-volk in Nigeria. Tot zijn dood streed Saro-Wiwa namens zijn volk tegen Shell. De onderneming berokkende het milieu enorme schade, betoogde Saro-Wiwa, en Shell ondersteunde het toenmalige regime terwijl het de mensenrechten op grote schaal schond. Zo bezien was Shell indirect betrokken bij de executie van Saro-Wiwa en andere activisten in 1995, aldus het Centrum voor grondrechten en zegslieden van het Ogoni-volk.

De rest van het bedrag gaat naar Saro-Wiwa jr., zijn mede-eisers, en de juristen in New York. Zij hadden Shell aangeklaagd onder de Alien Tort Claims Act: een 220 jaar oude, vrijwel vergeten wet, waarmee buitenlandse eisers een in de VS geregistreerd bedrijf voor de rechter kunnen slepen. Deze wet vormt in toenemende mate een kopzorg voor niet-Amerikaanse bedrijven, menen experts in New York. En de uitkomst van de Shell-zaak bevestigt dat zulke ondernemingen in de VS niet onschendbaar zijn.

Het bedrijf heeft het ten laste gelegde altijd ontkend. Ook na de schikking wees Shell juridische of morele verantwoordelijkheid af. De juristen van de Nederlands-Britse multinational waren bereid zich voor de rechter te verdedigen ‘om onze naam te zuiveren’, zei Malcolm Brinded, directeur exploratie en productie van Shell. Maar het gaat om ‘verzoening en vrede in Ogoni-land’, aldus Brinded. ‘De toekomst van het Ogoni-volk is belangrijk voor vrede en stabiliteit in de regio.’

Shell benadrukte ook dat de onderneming in de Nigerdelta miljoenen dollars doneert voor ‘gemeenschapsontwikkeling’; geld dat de lokale bevolking van de oliegebieden ten goede komt. In 2008 ging het om ruim 170 miljoen euro, aldus Shell.

De winst van het bedrijf was in 2008 – toen de economische recessie begon – 19,6 miljard euro. Die winst noemde topman Jeroen van der Veer in januari ‘bevredigend’. De neergang van de daadwerkelijke productie ten opzichte van 2007 werd ten dele toegeschreven aan de problemen in de Nigeriaanse delta, waar het geweld de laatste jaren escaleert.

De schikking in New York was een fractie van Shells winst in een jaar. Toch waren de eisers tevreden. ‘Dit was een van de eerste zaken waarin een multinationaal bedrijf werd beschuldigd van mensenrechtenschendingen’, zei advocate Jennie Green. ‘En de schikking bevestigt dat deze bedrijven niet langer onschendbaar zijn.’

Green en haar collega Paul Hoffman, die het woord zou hebben gevoerd in de rechtszaal, keken vooruit nadat de schikking bekend werd. Hoffman: ‘Deze schikking is slechts de eerste stap in de richting van een oplossing voor de kwesties die blijven bestaan tussen Shell en het Ogoni-volk.’

mailIcon print |