*

 

‘Aanklagers in Bosnië zetten veel te hoog in’

Van onze verslaggeefster Leen Vervaeke − 20/07/09, 21:40

Bij de afdeling Oorlogsmisdaden van de Staatsrechtbank van Bosnië-Herzegovina liggen nog 10 duizend zaken op de plank. In de vier jaar dat de Nederlandse rechter Paul Brilman er werkte, werden er 39 zaken afgerond. ‘In dit tempo’, zegt Brilman, ‘kun je nog generaties met die zaken doorgaan.’

Brilman (66), die nu bij het Hof van Amsterdam werkt, was tot een paar maand geleden een van de vijftien internationale rechters die aan de Staatsrechtbank zijn verbonden. Samen met negen internationale aanklagers assisteerden zij de lokale juristen van de jonge rechtbank, die in 2005 werd opgezet.

In Sarajevo werkte hij in een hypermoderne, met Europees geld gefinancierde rechtbank – ‘veel moderner dan het Hof van Amsterdam’. Hij had razend ambitieuze, jonge juristen tot zijn beschikking. ‘Die wilden allemaal rechter worden en werkten zich helemaal kapot’, zegt Brilman. ‘Ik wou dat ik een paar van hen naar Nederland had kunnen meenemen.’

Toch verliep de berechting van de oorlogsmisdadigers tergend traag. Volgens Brilman ten dele door het strafrecht dat na de oorlog in Bosnië werd ingevoerd: overgenomen van het Joegoslavië-Tribunaal, en met veel Angelsaksische elementen, zoals de praktijk dat de partijen al hun bewijsmateriaal voor de rechter moeten presenteren. Brilman: ‘Dat systeem heeft één fantastisch voordeel: het is volkomen transparant. Alles gebeurt op de zitting. In een land als Bosnië waar niemand elkaar vertrouwt, is dat ongelooflijk belangrijk.’

Maar het grote nadeel is dat zaken zich jaren kunnen voortslepen. De advocaten kunnen immers zoveel getuigen oproepen als ze willen. ‘Ik herinner me de rechtszaak tegen de gevangenisdirectie in Foca. De aanklaagster bestond het om zeventig getuigen op te roepen die allemaal hetzelfde zeiden. Vreselijk! Er zouden meer mechanismen moeten zijn waarmee de rechters actief kunnen sturen.’

Een andere oorzaak van het trage tempo lag volgens Brilman bij de aanklagers. Die hadden een weinig coherente aanpak; een strategie voor oorlogsmisdaden werd pas afgelopen maart afgerond. ‘Bovendien waren ze geweldig ambitieus. Het hoogste was niet hoog genoeg. Dus werd er genocide ten laste gelegd, het moeilijkst te bewijzen delict dat er is. Maar soms is het beter om voor een kleine, hapklare brok te gaan, die makkelijk te bewijzen is. Ik had de indruk dat daar een hoop jonge honden zaten, die misschien te veel ambitie en te weinig ervaring hadden.’

Eind dit jaar loopt het mandaat van de internationals in de Staatsrechtbank af. Ondanks het aanhoudende protest van de Bosnische juridische top, die vreest dat de lokale rechters en aanklagers daar niet klaar voor zijn, moeten Brilmans vroegere collega’s dan zo goed als zeker vertrekken.

‘Als het over oorlogsmisdaden gaat, denk ik dat de lokale rechters het wel aankunnen. Ze zijn erg professioneel. Je hebt wel altijd etnische vooroordelen. Een moslimrechter die alleen Serviërs berecht, dat is vragen om moeilijkheden.

‘In de Kravica-zaak, een grote zaak waarin ik rechter was, moest een moslimvoorzitter elf Servische politiemannen berechten die in Srebrenica duizend mannen hadden vermoord. Het eerste wat de advocaten van de Serviërs deden, was de moslimrechter wraken. Dat wrakingsverzoek is toen afgewezen, mede met het argument dat er naast de moslimvoorzitter twee internationale rechters zaten. Als dat argument niet meer mogelijk is, heb je een probleem.

‘Maar ik denk dat ze daar wel uitkomen. Ik maak me meer zorgen over de sectie van de Staatsrechtbank die zich bezighoudt met georganiseerde misdaad, fraude en corruptie. Bosnië is zo’n klein land, iedereen kent elkaar. Ook al heeft een rechter geen persoonlijk voordeel bij een uitspraak, hij heeft altijd wel een familielid of vriend die daar wel belang bij heeft.

Als je daar de internationale aanwezigheid weghaalt, vrees ik dat het helemaal stil komt te liggen. Men moet nog gewend raken aan een ordentelijke rechtspleging zonder corruptie, en dat heeft nog een aantal jaar nodig.’

Met zoveel zaken vragen veel mensen zich af of een waarheidscommissie voor Bosnië geen betere oplossing is dan een rechtbank voor oorlogsmisdaden. ‘Ik heb zelf met die gedachte gespeeld, maar iedereen in Bosnië bezwoer me dat het land daar niet aan toe is. Een waarheidscommissie kan alleen in een land waar een gevoel bestaat: we moeten er samen iets van maken. Dat gevoel ontbreekt in Bosnië.’

mailIcon print |