Drie Indonesiërs worden beschoten.
Drie Indonesiërs worden beschoten. © Album Jacobus R.

Opgedoken executiefoto's: 'Het was dus echt een oorlog'

Vandaag publiceerde de Volkskrant voor het eerst in de geschiedenis foto's van executies tijdens de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië. Wat is de betekenis van die foto's? Gaan ze iets veranderen?

Lidy Nicolasen, journalist van de Volkskrant, en auteur van de artikelen over de foto's: 'Het belang van deze foto's is dat voor het eerst beeldmateriaal is gevonden van de executies. We weten dat er in die tijd veel mensen zijn omgebracht, er is ook altijd veel over gesproken, maar dit is de eerste keer in de geschiedenis dat er beeldmateriaal is gevonden.'

'Op school hebben kinderen eigenlijk nauwelijks les over deze periode gehad. Met deze foto's komt het opeens heel dichtbij. Nu is het natuurlijk wel anders dan toen. Er was toen een guerrilla bezig. Het waren echt heel andere omstandigheden. Niet dat dat standrechtelijke executies moet goedpraten hoor, maar het is wel van belang te beseffen dat wij er nu met heel andere ogen naar kijken dan toen.'

De albums van deze soldaat zijn gevonden in een vuilcontainer, een medewerker van het gemeentearchief zag de oude albums liggen en besloot ze eruit te vissen. Is dat geen doorgestoken kaart? 'Ik heb natuurlijk niet in die vuilcontainer gestaan maar ik geloof dat het echt zo is gegaan. In Duitsland schijnt dit veel te gebeuren. Familie vindt dan fotoalbums uit de Tweede Wereldoorlog waar soms gruwelijke beelden op staan. De familie schrikt dan zo dat ze de foto's eruit scheuren of de albums weggooien. Daarnaast zou ik niet weten van wie dit doorgestoken kaart zou moeten zijn. Deze soldaat was kinderloos. Misschien is zijn huis wel ontruimd, je weet niet wat er precies is gebeurd.'

'Het is belangrijk dat er een keer officieel onderzoek naar deze periode wordt gedaan. Ieder keer duiken er nieuwe dingen over deze periode op en worden we weer opgeschrikt. Er is bijvoorbeeld wel een Excessennota gemaakt, en er is ook veel nagevlooid door historici maar er is nooit officieel onderzoek naar gedaan. Het is natuurlijk wel heel laat voor zo'n onderzoek, misschien wel te laat, maar beter laat dan nooit. Het is belangrijk om te weten wat er precies in die periode is gebeurd. Het is nog steeds schimmig. Je moet je eigen verleden kennen, zeker omdat wij wel altijd heel goed weten wat andere landen precies hebben uitgespookt en graag met ons vingertje zwaaien.'

 
Foto's als deze roepen dus meer vragen op dan dat ze beantwoorden.

Marjan Schwegman, directeur van het NIOD en mede-auteur van het artikel dat oproept tot een diepgaand onderzoek naar militair geweld in Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949: 'Voor mij is de publicatie van de foto's een ondersteuning voor ons pleidooi voor een nieuw onderzoek. Je kunt hier aan zien dat er echt nieuwe feiten naar boven kunnen komen, en dat met het voorschrijden van de tijd nieuwe bronnen kunnen opduiken. Ik denk dat deze foto's bepaalde vermoedens bevestigen, maar dat je juist bij deze foto's te weten moet komen hoe wat je ziet geïnterpreteerd moet worden, in welke context we dat moeten plaatsen. In welke situaties gaan militairen over tot excessief geweld? Foto's als deze roepen dus meer vragen op dan dat ze beantwoorden.  Of dat ook de kans vergroot op excuses van de Nederlandse regering, daar wil ik liever niks over zeggen. We willen juist uit sfeer komen van moraliseren en het aanwijzen van schuldigen. We hopen dat de Nederlandse regering erkent dat onderzoek noodzakelijk is, en dat financieel wil ondersteunen, maar we hebben nog geen antwoord.'

 
Als het nou in het belang was geweest van de verhoudingen tussen Nederland en Indonesië, was dit al làng een issue geweest.

Stef Scagliola, auteur van het boek Last van de oorlog, over de oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië en de psychische gevolgen daarvan bij de Nederlandse militairen: 'Het personaliseert. Als iets complex is omdat er geen duidelijke aanwijzingen zijn, dan kun  je formalistisch en abstract blijven. Maar als op een gegeven moment correspondentie opduikt, en foto's, wordt dat ingekleurd. Zie de biografie van Colijn door Herman Langeveld . Daarin voert hij die correspondentie op waarin Colijn aan zijn vrouw vertelt hoe hij sigaarrokend vrouwen en kinderen heeft laten afmaken. Als je niet zo'n brief hebt waarin het klip en kaar staat, moet je als academicus op safe spelen: 'vermoedelijk', 'het kan','we hebben geen bewijs.' En als er geen politieke wil is de onderste steen boven te krijgen, kun je ook heel lang in die luwte blijven zitten. Als het nou in het belang was geweest van de verhoudingen tussen Nederland en Indonesië, was dit al làng een issue geweest. In Indonesië was het een taboe te om de onderlinge strijd tijdens deze periode aan de orde te stellen. Het is aantrekkelijker om vast te houden aan het beeld een dappere onafhankelijkheidstrijd. Na de Tweede Wereldoorlog hebben wij bijvoorbeeld ook heel lang vastgehouden aan het beeld dat we ons verzet hebben. Pas in de jaren 80 komt naar boven hoe groot de collaboratie was en dat uit Nederland het hoogste percentage Joden is afgevoerd.'

 
Wat ik eigenlijk het grootste onrecht van die periode vind, is dat wij honderdduizend veteranen met oorlogswrok hebben laten zitten.

Ad van Liempt is journalist, publicist, tv-programmamaker en auteur van het boek Nederland valt aan. Op weg naar oorlog met Indonesië: 'De opgedoken foto's drukken ons op het feit dat het echt een oorlog was. Er is altijd bij ons ingestampt dat het politionele acties waren, dat is natuurlijk een heel raar woord. Alsof het slechts schermutselingen waren. De foto's helpen om nu voor eens en altijd duidelijk te maken dat het in feite de laatste grote oorlog van Nederland was. Door de censuur van destijds is het heel lang gelukt de indruk te wekken dat er niets aan de hand was. Terwijl er sprake was van enorme terreur en contraterreur. Deze executies verbazen me dan ook niets. Het is 65 jaar lang gelukt om dit buiten beeld te houden, maar nu, in 2012, zien we dan echt wat er is gebeurd.'

'Historici roepen op om een officieel onderzoek naar deze periode te starten. Dat is natuurlijk wel heel erg laat. Maar het zou wel de laatste ultieme poging zijn om te achterhalen wat er precies is gebeurd.'

'In 1969 was er sprake van om een parlementaire enquête over deze periode te houden. Maar de Tweede Kamer heeft daar toen nee tegen gezegd. Dat zie ik als een enorme blunder, want toen was het nog mogelijk geweest om politiek betrokkenen en legerleiders te spreken.'

'Dat er nooit excuus door de Nederlandse regering is gemaakt, heeft wellicht te maken met schadeclaims, daar is iedereen altijd bang voor. We hebben natuurlijk wel ontwikkelingssamenwerking aan Indonesië gegeven, dus we hebben niet helemaal onze rug ervan afgekeerd.  Ik zelf ben niet van het excuseren. Ik vind het altijd een beetje goedkoop en gemakkelijk. Indonesië heeft daar ook nooit om gevraagd. Voor hen was het een vrijheidsstrijd. Zij zijn daar ook trots op. Wij kijken bijvoorbeeld ook anders naar de oorlog tegen de Spanjaarden. Maar daar in Indonesië waren wij natuurlijk de losers.'

'Wat ik eigenlijk het grootste onrecht van die periode vind, is dat wij honderdduizend veteranen met oorlogswrok hebben laten zitten. Die misdaden zijn maar door een klein groepje gepleegd, maar alle veteranen zijn daar op aangekeken. Een enorme groep werd dus onterecht schuldig bevonden. Als dat dus niet goed wordt uitgezocht, dan blijft dat beeld bestaan. Misschien kan een officieel onderzoek daar nu  nog voor een paar mensen verandering in brengen.'

 
Zijn het burgers? Zijn het militairen? Of bendeleden? Het is tragisch maar over de slachtoffers weet je niets.

Cees Fasseur, historicus, schreef meerdere publicaties over Nederlands-Indië en is medeauteur van de Excessennota: 'Het is aanvullend bewijs dat de excessen gepleegd zijn. Dat stond al als een paal boven water door mondelinge verklaringen en stukken uit archieven. Dit zijn illustraties bij dat verhaal. We leven natuurlijk in een beeldmaatschappij. Dit zal velen overtuigen dat het heel nuttig kan zijn dat er extra onderzoek naar die periode komt.
Het is niet zeker om welke mensen het gaat. Zijn het burgers? Zijn het militairen? Of bendeleden? Het is tragisch maar over de slachtoffers weet je niets. Mogelijk zijn het inderdaad leden van Hizbullah of Sabilillah, islam-aanhangers die in feite een privé-oorlog tegen Nederland èn tegen de Indonesische Republiek uitvochten. Het waren waarschijnlijk geen onschuldige burgers die even uit de kampong waren gehaald om te worden doodgeschoten. Die foto's zeggen dus wel veel maar niet alles.'

'Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot heeft al in 2005 gezegd dat Nederland 'aan de verkeerde kant van de geschiedenis' stond. In feite is het dus al gezegd.'