*

 

'Curaçao onafhankelijk? Dan zeg je eigenlijk dat het in zee mag wegzakken'

OPINIE - Ineke van Gent − 14/12/11, 14:33
Prinses Maxima, prins Willem-Alexander, Koningin Beatrix en minister-president Gerrit Schotte van Curaçao tijdens een groot feest op het Brionplein in Willemstad tijdens het staatsbezoek afgelopen november. © anp

Wie de belangen van de Curaçaose bevolking voorop stelt én luistert naar de wens van de Curaçaose bevolking zelf, ziet in dat onafhankelijkheid een schijnoplossing is. Dat stelt Ineke van Gent, Tweede Kamerlid voor GroenLinks.

Het lijkt erop alsof de nuance verdwenen is in de Koninkrijksverhoudingen tussen Nederland en Curaçao. Premier Schotte van Curaçao kondigde in de krant aan te opteren voor onafhankelijkheid en vertrek uit het Koninkrijk. Als reactie daarop rolden Tweede Kamerleden in overleg met minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over elkaar heen om het Land Curaçao zo'n beetje ter plekke uit het Koninkrijk der Nederlanden te zetten.

Aanleiding was onder meer het Curaçaose initiatief om Transparency International te laten rapporteren over de gesignaleerde integriteitskwesties. Het zou getuigen van regelrechte Curaçaose onwil om individuele integriteitschendingen buiten het onderzoek te laten, zoals door Nederland gewenst. Onder het mom 'wie niet horen wil, moet maar voelen' leven een aantal Nederlandse parlementariërs in de veronderstelling dat het bestuur van Curaçao het dan verder maar zelf moet uitzoeken.

Het lijkt erop alsof het huidige Curaçaose bestuur onder leiding van minister president Gerrit Schotte daarmee op zijn wenken wordt bediend. Ik vrees echter dat concrete oplossingen en verbeteringen voor de bevolking van Curaçao dan alleen maar verder uit het zicht raken. Je moet daarom een staatkundige 'echtscheiding' op dit moment echt niet willen.
 
10-10-10
'10-10-10' behoeft nauwelijks uitleg meer. Het is de datum waarop de staatkundige verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden grondig gewijzigd zijn. Curaçao is niet langer onderdeel van het Land Nederlandse Antillen, maar een Land binnen het Koninkrijk geworden. Daarmee is tegemoet gekomen aan de wens van de Curaçaose bevolking. Deze heeft, naar mijn oordeel volkomen terecht, ervoor gekozen om een zekere band met het Koninkrijk der Nederlanden te houden. De kiezer heeft er tegelijkertijd ook voor gekozen om een zekere autonomie ten opzichte van datzelfde Koninkrijk te bedingen. Het lag dus voor de hand dat Curaçao de status van afzonderlijk Land kreeg.
 
Deze keuze brengt met zich mee dat ook voor Curaçao het Koninkrijksstatuut geldt. Het Koninkrijk der Nederlanden staat ervoor in dat overal fundamentele mensenrechten geëerbiedigd worden, dat openbaar bestuur deugt en dat de rechtszekerheid gewaarborgd is. Deze elementen kenmerken een democratische rechtstaat, wat het Koninkrijk is. En juist voor die elementen maakt het niet uit aan welke zijde van de Atlantische oceaan je in het Koninkrijk verblijft. Elke Nederlandse staatsburger mag erop vertrouwen dat de Koninkrijksregering instaat voor zijn of haar belang bij open, transparant en integer bestuur.
 
Uitgerekend op het moment dat de alarmerende berichten over de deugdelijkheid van het Curaçaose bestuur over elkaar heen rollen, wordt een bijzonder ontijdige en voorbarige discussie over acute onafhankelijkheid van Curaçao gevoerd. Wie de belangen van de Curaçaose bevolking voorop stelt én luistert naar de wens van de Curaçaose bevolking zélf, ziet in dat onafhankelijkheid een schijnoplossing is. Daarbij zijn alleen degenen gebaat die toch al weinig heil zagen in het behoud van Curaçao voor het Koninkrijk. Dergelijk haantjesgedrag over-en-weer levert niets op. Het achteraf gelijk halen over het hoofd van de Curaçaose bevolking is geen oplossing voor de bestaande problemen.
 
Bestuurlijk Curaçao verkeert op dit moment in zwaar weer waarvoor de Curaçaose bevolking de rekening betaalt in de vorm zorgelijke sociaaleconomische omstandigheden. De verontrusting erover is begrijpelijkerwijze groot. Nu komt het erop aan te bewijzen wat de hernieuwde Koninkrijksverhoudingen waard zijn. De Landen Nederland en Curaçao moeten juist in hun onderlinge staatkundige verhoudingen, in onderling respect voor elkaars autonome bevoegdheden en omwille van de belangen van de Curaçaose bevolking, niet bekvechten met elkaar, maar komen tot gezamenlijke oplossingen.
 
Geen powerplay
Nederland en Curaçao moeten op dit moment de handen ineen slaan. En daar waar nodig en wenselijk elkaar ondersteunen en versterken. Het is een gemiste kans als daarvoor de waarborgfunctie van het Koninkrijksstatuut moet worden gebruikt. Geen powerplay, maar reële erkenning van de geconstateerde problemen en een gezamenlijke aanpak is daarbij van belang.
 
Curaçao mag volstrekt legitiem onafhankelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden nastreven, maar alleen als de Curaçaose bevolking zich daarover uitspreekt. Daarbij moet worden opgemerkt dat in het in alle openheid georganiseerde referendum van 2005 nog 95 procent van de Curaçaose bevolking zich uitsprak voor behoud van het Koninkrijksverband. Ook in het in 2009 gehouden referendum sprak een meerderheid van de Curaçaose bevolking zich uit voor de nieuwe staatkundige verhoudingen.

Wie Curaçao echter op dit moment onafhankelijk wenst, erkent eigenlijk dat Curaçao dus botweg in de Caribische Zee mag wegzakken. Die opstelling is onaanvaardbaar en politiek en maatschappelijk onverantwoordelijk. Een staatkundige 'echtscheiding' binnen het Koninkrijk is daarom voor mij vooralsnog onbespreekbaar.

Ineke van Gent is Tweede Kamerlid voor GroenLinks.
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />