Langzaam begint het tot Nederlanders door te dringen hoe groot de overstromingsramp is in Pakistan. Salmaan Sana, student medicijnen aan de Vrije Universiteit, krijgt nu de vraag hoe het met zijn familie daar is.
‘Gelukkig goed, mijn familie woont niet in het rampgebied’, kan hij antwoorden. Die vraag is voor hem het teken dat de ‘megaramp’ eindelijk op het Nederlandse netvlies komt. 14 miljoen Pakistani zijn getroffen. ‘Dames en heren, dat is bijna de gehele bevolking van Nederland’, schrijft hij op zijn blog. Sana (27) houdt daar bij welke hulpacties vanuit de Pakistaanse gemeenschap in Nederland (zo’n 35 duizend personen) op touw worden gezet.
Sana beseft, zoals ook de andere Pakistaans Nederlandse initiatiefnemers, dat bij inzamelingsacties stevige horden genomen moeten worden. Aanvankelijk wilden de tien Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) Giro 555 niet eens openstellen, uit vrees dat onvoldoende zou worden opgehaald. Onder druk van donateurs is dat donderdagavond alsnog gebeurd.
‘Toch leeft de ramp nog onvoldoende’, zegt financieel specialist Ferukh Ahmed (32), die een Indiase vader en Pakistaanse moeder heeft en in Nederland is opgegroeid. ‘Nederland is rampenmoe’, zegt hij. Daar komt bij dat de Taliban westerse hulp hebben verketterd en er geen vertrouwen is in de corrupte Pakistaanse regering. ‘Dat wantrouwen heerst ook in de Pakistaanse gemeenschap’, zegt Ahmed.
De Nederlands Pakistaanse schrijfster Naema Tahir (1970) is ‘zeer aangeslagen’. ‘Het is vakantie, al mijn vrienden zijn weg. Ik kan die gruwelijke beelden van de slachtoffers niet meer zien. Je bent zo machteloos.’
Ook Tahir heeft geen vertrouwen in de Pakistaanse regering, noch in acties van organisaties van de Verenigde Naties. ‘Ik heb zelf voor de VN gewerkt, 70 tot 80 procent van donaties gaat op aan hoge salarissen.’
Tahirs zus is in Pakistan. Zij denkt erover geld naar haar over te maken, zodat zij er op kan toezien dat het bij de slachtoffers terechtkomt. Wie wil doneren kan het best zoeken naar kleinschalige acties, vindt Tahir. ‘Kruidenierswinkeltjes bijvoorbeeld zamelen geld in en maken geld over naar familie in Pakistan.’
Gezocht kan verder worden naar clubs die banden hebben met vooruitstrevende lokale organisaties. Tahir denkt aan Gender Concerns International, dat opkomt voor vrouwenrechten. Directeur Sabra Bano, feministisch activiste sinds de jaren zeventig, is net terug uit Pakistan. ‘Ik heb heel sterke partners daar, die merendeels bestaan uit vrijwilligers.’
Bano werkt verder met Women for Water Partnership, een ‘strategische alliantie van lokale, nationale en internationale vrouwennetwerken’. Maatschappelijke organisaties brengt zij bijeen: de people to people approach. Ze heeft inmiddels contact gezocht met de Nederlandse Vrouwenraad (NVR). Bano: ‘Die heeft een achterban van een miljoen vrouwen. Als die nu allemaal een euro doneren, dat zou prachtig zijn.’
Burgercontacten hebben prioriteit, maar Bano laat de elite niet links liggen. Ze is bezig een galadiner te organiseren in Den Haag ‘voor de internationale gemeenschap, diplomaten en beleidsmakers’. ‘Die krijgen een leuke avond uit en een powerpointpresentatie over de laatste ontwikkelingen in Pakistan. Grote bedragen zullen we daar niet ophalen, maar de elite kan elders donordeuren openen.’
Umar Mirza (23), redacteur van de website wijblijvenhier.nl, zamelt geld in voor de Pakistaanse grassroot-organisatie Minhaj-ul-Quran. Mirza, die in Nederland is geboren en getogen, is de Nederlandse voorzitter van de jongerentak van die club. Voordeel van donaties aan zo’n organisatie is dat ze een eigen infrastructuur hebben, zegt hij. ‘Ze hebben het vertrouwen van de lokale bevolking.’
Minhaj heeft zelf scholen, die nu dienst doen als opvangplaatsen,en werkt voornamelijk met vrijwilligers. Mirza: ‘Donorgeld gaat dus niet op aan dikke salarissen. Minhaj heeft in Pakistan vijf betaalde krachten, in Nederland geen enkele. In Groot-Brittannië, dat een grote Pakistaanse gemeenschap heeft, drie of vier.’
Mirza en zijn club gaan langs Nederlandse moskeeën toeren. Het is nu ramadan en moslims geven guller tijdens de vastenmaand. Ahmed, die bewustwording over de ramp op gang wil brengen via de sociale media, zoekt in Amsterdam ‘een gesponsorde locatie’ voor een benefietavond. ‘We denken aan een show met een mix van Pakistaanse en Nederlandse artiesten in de hoop dat de mensen over het wantrouwen heen stappen en goed doneren.’
Want, verzekeren de inzamelaars, in Pakistan zijn voldoende betrouwbare partnerclubs te vinden. Bijvoorbeeld de Edhi Foundation, een onafhankelijke medische hulp- en ambulancedienst en daklozenopvang. Zo zijn er nog meer.
Een lichtpuntje in het rampenscenario vindt Tahir dat de tweede generatie Pakistaanse immigranten kritisch durft te zijn op het vaderland. ‘Dergelijke kritiek is heel westers. Mijn vader zou dat nooit durven. Jongeren in de diaspora vallen nu openlijk de Pakistaanse regering aan.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.