*

 

Hulpverleners kenden het geheim van Benno L.

Van onze verslaggever Raoul du Pré − 07/06/10, 22:33

Een uitdijende groep hulpverleners en instanties blijkt al jaren te hebben geweten dat de Bossche zwemschoolhouder Benno L. over de schreef ging met kinderen. In 1990 al meldde L. (60) zich bij de Rutgersstichting om zich te laten helpen aan zijn pedofilie. In 2002 biechtte hij op eigen initiatief zijn gedragingen in en rond de zwembaden op aan een maatschappelijk werker van de Brabantse verslavingsinstelling Novadic-Kentron.

In beide gevallen kreeg hij om onduidelijke redenen geen behandeling aangeboden. Pas in 2009 werd L. aangehouden. Hij staat deze dagen terecht voor jarenlange ontucht met 57 meisjes.

L.’s zoektocht naar professionele hulp, waarover zijn advocaat vorig jaar al in de Volkskrant vertelde, wordt nu bevestigd door enkele direct betrokkenen en door de verslagen van de gesprekken die L. met hulpverleners voerde. Psychiater Erik Mol, die het afgelopen jaar in opdracht van de rechtbank onderzoek deed naar L.’s psychische gesteldheid, velt een hard oordeel over Novadic: ‘Benno L. heeft niet de hulp gekregen die hij had moeten krijgen. Hij heeft zijn probleem aan de orde gebracht. Dat heb ik zwart op wit. De reactie was: dat valt wel mee. Hij heeft geen adequaat behandelaanbod gekregen.’

L. verklaarde maandag voor de rechtbank dat hij ‘heel teleurgesteld’ was dat therapie uitbleef. Hij maakte naar eigen zeggen al in de jaren ’70 seksueel getinte foto’s van jonge meisjes uit zijn omgeving. Begin jaren tachtig pleegde hij ontucht met twee 12-jarige meisjes die op zijn kinderen pasten. Een van hen confronteerde hem en zijn echtgenote jaren later, in 1990, met zijn daden. Daarop stapte het echtpaar naar de Rutgersstichting, het kenniscentrum voor seksualiteit. Ze voerden er gesprekken, maar behandeling bleef uit.

Bij Novadic belandde hij jaren later wegens een gokverslaving, maar hij bracht ook de ontucht aan de orde. ‘Ik heb gezegd wat ik aan het doen was’, aldus L. ‘Ik heb verteld dat ik thuis veel kinderporno in bezit had en dat ik foto’s en filmpjes van kinderen maakte, die ik gebruikte om me te bevredigen. Ik weet niet hoe ik duidelijker had kunnen zijn. Ik had doorverwezen willen worden, maar er gebeurde niets.’ De zwemleraar zegt dat hij op advies van Novadic destijds wel een deel van zijn collectie kinderporno heeft weggegooid. ‘Het advies was: vernietig al die spullen.’

Maandag bleek ook waarom de gehandicaptenorganisatie Stichting MEE ouders niet meer actief doorverwees naar L.’s zwemschool. De stichting werd gewaarschuwd door een medewerkster van een zwembad ‘dat L. zijn handen niet thuis kon houden’. Twee jonge vrijwilligsters die L. assisteerden, stapten op. Een van hen omdat het haar tegenstond dat zij naakt met hem moest douchen. De ander verklaarde: ‘Het is daar niet pluis en er gebeuren veel foute dingen.’

De stichting MEE zocht contact met de politie, maar die kon er niets mee wegens gebrek aan een aangifte. Dat geldt ook voor de melding van een pc-monteur die tegenover de Volkskrant heeft verklaard dat hij al in 2005 aan de politie meldde dat hij alarmerende foto’s had gevonden op een computer van L. Het Openbaar Ministerie zei maandag dat niet meer is na te gaan wat er met die tip is gebeurd: de administratie van zulke meldingen wordt na twee jaar vernietigd.

De rechtbank ondervroeg maandag de psycholoog en psychiater die menen dat L. niet in aanmerking komt voor tbs na zijn straf. Zij achten het risico op recidive niet groot en vinden toezicht door de reclassering voldoende.

mailIcon print |