Moderne architectuur heeft de stad onherstelbare schade toegebracht. Vindt de kersverse hoogleraar Vincent van Rossem. ‘Zeg niet dat de stadsvernieuwers niet beter hadden kunnen weten.’..
Ook Vincent van Rossem was modernist. Aanhanger van de stroming in architectuur en stedenbouw die het volk zou bevrijden van de tierlantijnen van de traditionele architectuur. Met een groot gebaar, liefst in beton, zou het volk naar een nieuwe tijd worden geloodst. In heldere architectuur, ruim van opzet, zuiver van vorm en gedachte.
‘In feite ben ik nu nog steeds bezig mijn eigen nest te bevuilen’, zegt Van Rossem in zijn bovenwoning in de Amsterdamse Jordaan. De kunsthistoricus, 60 jaar oud, is nog aan het bijkomen van zijn oratie aan de Universiteit van Amsterdam, afgelopen vrijdag. Met zijn rede over ‘Stedenschennis’ aanvaarde hij publiekelijk zijn benoeming tot hoogleraar ‘Monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken’. Een verheffing, nadat hij bij de monumentendienst van Amsterdam jaren heeft mogen boekstaven wat de stad allemaal heeft verloren aan haar vernieuwers.
‘Door te zeggen dat die lui, die modernisten, zich verschrikkelijk vergist hebben, zal ik ook mijn laatste vrienden in die hoek wel verliezen. Toen die hele beweging begon, begin vorige eeuw, was er natuurlijk alle aanleiding voor vernieuwend denken. De toestanden hier in de Jordaan alleen al. Dat was derde wereld, net als al het andere sub-proletariaat in de Europese industriesteden.
‘Maar het probleem met grote ideeën is dat ze altijd mislopen. Met die moderne stedenbouw is het net zo. Modernisme op de goede plek kan ik nog altijd wel waarderen. Maar modernisme op de verkeerde plek, lukraak in de oude stad, is de pest.’
Van Rossem trekt graag van leer tegen de vijanden van de Nederlandse stad. Beter gezegd: van de Europese stedelijke cultuur, een hoogtepunt in de beschaving van de mens. Zoals Amsterdam zijn historische structuur heeft doorboord met de aanleg van verkeersbanen, zoals de Wibautstraat, dwars door oude straten en grachten, dat is, wat hem betreft, een regelrechte misdaad.
‘Je bent als mens verloren tussen de moderne gebouwen, die ook nog eens niet mooi verouderen. Die breken ze dan maar weer af en dan bouwen ze nog hoger. Ze hadden gewoon de oude stad moeten herbouwen. Langs de oude rooilijnen en de oude straten. Dat is met Middelburg gedaan, dat in mei 1940 ook is platgegooid door de Duitsers. Dat is weer een geweldige stad geworden.’
Na de Duitse bezetters viel de stad ten prooi aan de grote denkers over verkeer en wegen. Op oude kaarten toont Van Rossem wat voor plannen klaar lagen voor Amsterdam. Brede banen leiden naar de Dam, ten koste van veel hak- en breekwerk. ‘Wat al die auto’s dan op de Dam moesten, is mij een raadsel. Het hele denken over autoverkeer berust op een tragische vergissing. Dat probleem heeft zichzelf opgelost. Het verkeer is vastgelopen. Dus hadden we ook de halve stad niet plat hoeven slaan, zoals in de Valkenburgerstraat naar de IJtunnel, om die auto’s toegang te verschaffen.’
Ondertussen deden ook de volkshuisvesters hun verwoestende werk, vertelt hij. ‘Ze worden gedreven door de klassieke saneringsgedachte. Op een prachtige plek als Uilenburg begon het met de vaststelling: ‘Dit zijn krotten.’ Maar wat is een krot? Een oud huis dat uitgewoond is, in hun ogen. Ja, 300 jaar oud. En zwaar bewoond. En vaak geen behoorlijk sanitair. Maar dat kun je natuurlijk allemaal verhelpen. Een particuliere eigenaar zou dat ook doen. Die buurt zou nu, huis na huis, superhip zijn. Allemaal prachtige pandjes met mooie geveltoppen, hartje binnenstad.
‘Maar dat soort overwegingen zijn niet besteed aan de fantasieloze mannen van de woningbouwverenigingen. Die zwemmen in het geld en kunnen naar hartenlust breken en woonblokken laten neergooien. Kijk in de Nieuwe Uilenburgerstraat. Een troosteloze bende. Dat geldt ook voor het eiland Wittenburg. Ontroerend mooi op oude foto's. Nu is het een getto, al is het een modern getto.
‘Zeg niet dat die stadsvernieuwers het ook niet beter konden weten. Wittenburg is afgebroken terwijl we al wisten – en daar is uitgebreid over geschreven – dat Boston in de vaart der volkeren omhoog werd gestoten omdat de oude stad werd opgeknapt in plaats van afgebroken.’
Wat Van Rossem ernstig stoort, is de banvloek die in Nederland hangt over alles wat afwijkt van het modernisme. Dat is een van de verklaringen voor de ongeremde en ongebreidelde breek- en bouwwoede van de laatste decennia. Het begint te slijten, maar de scheiding der geesten doet hem nog steeds denken aan de scheiding tussen katholieken en protestanten. ‘Het nieuwe traditionalisme wordt door de Nederlandse architectuurkritiek gewoon genegeerd. In het vakblad De Architect staat maand na maand niets. Terwijl er in Nederland gigantisch veel wordt gebouwd in de traditionele, soms historiserende hoek.
‘De consument vindt het geweldig. Ondertussen heeft het modernisme zich bij de doorsnee Nederlander geweldig impopulair gemaakt. Mensen hebben een hekel aan beton, aan niemandsland tussen de gebouwen, aan te kleine, steeds dezelfde woningen.’
Zijn eigen modernistische opvattingen begonnen te schuiven toen van Rossem – met enige tegenzin, maar het was een mooie opdracht – het werk zag van de Luxemburgse architect Rob Krier. Hij bouwde tussen de moderne hoogbouw van Den Haag het project De Résident (1998), volgens de principes van de oude stad; compact, gevarieerd en toegesneden op de menselijke maat. ‘Ik moest toegeven, dat werkte enorm goed.’
Kort daarna bezocht Van Rossem een woonwijkje van dezelfde Krier aan de Amsterdamse Sloterplas. De scholieren die hij begeleidde vonden dat zo’n mooi buurtje. ‘Dat project stond me toen helemaal niet aan. Te kleinschalig, op die plek. Zegt een Marokkaans meisje, uit de grond van haar hart: ‘Als ik daar toch ooit zou mogen wonen, dan heb ik het helemaal gemaakt.’ Moet ik daar dan als een architectuurpastoor uitleggen dat dat niet mag? Dat ze daar in een torenflat moet gaan wonen? Dat is toch bezopen?’
Wat te doen met de huidige, ‘onherstelbaar verbeterde’ stad? Van Rossem: ‘Afbreken en de oude huizen terugbouwen. Dat kan heel goed. Er zijn genoeg oude foto’s. Of misschien kunnen die stomme architecten ooit nog eens iets leuk nieuws bedenken, iets dat niet modernistisch is, maar ook niet historiserend. Gewoon, iets interessants anders. Dat moet ze op een goede dag toch lukken.’
De afbraak hoeft zich van Van Rossem niet uit te strekken naar de nieuwe wijken buiten de oude stad, met hun eigen structuur. ‘Afbreken is principieel onverstandig. Ook in die wijken willen de woningbouwverenigingen weer gaan slopen en verbeteren. Over de beroemde bloemkoolwijken uit de jaren zeventig, met hun kronkels en woonerven, gaan ook plannen om ze af te breken. Laat staan! Er zijn problemen, okay. Misschien ergeren mensen zich eraan dat de buurman zijn loempiakar in de tuin heeft staan. Maar dat is geen reden om een wijk neer te halen.’
Goed, heel af en toe gaat er wel eens iets goed. ‘Misschien is de Staatsliedenbuurt in Amsterdam redelijk weggekomen. Daar staat veel nieuwbouw, maar in een redelijke mix met oudbouw. Het was ook wel bar in die buurt. De wijk werd bestuurd door krakers, die het presteerden de toenmalige burgemeester Van Thijn de buurt uit te jagen. Ik ben redelijk tolerant, maar dat werd wel te dol.’
Het zou Van Rossem niets verbazen als het tijdperk van de restauratie is aangebroken. ‘Het grootste stedenbouwkundige succes van de afgelopen dertig jaar is immers het beschermen van dorpsgezichten en stadsgezichten. Dat succes kan heel simpel worden aangetoond met de ontwikkeling van de waarde van het onroerend goed. Het is onmiskenbaar zo dat oude troep de afgelopen dertig jaar waanzinnig populair is geworden. En mensen willen zich blauw betalen om zo’n leuk monumentje te kopen en op te knappen. Over het algemeen heb je er ook nog eens heel beschaafde buren.
Nu het restaureren van huizen hier en daar inmiddels aardig lukt, is het volgens Van Rossem de beurt aan het oude stedelijk weefsel. Repareer de stad. Op een aantal plekken in Amsterdam zou dat leiden tot frappante resultaten. Sommige stukken zijn onherstelbaar verwoest. Maar het Meester Visserplein, de verkeerswoestijn bij de Mozes en Aaron-kerk en het Waterlooplein, kan worden opgeruimd. Naast de Mozes en Aäronkerk stond bijvoorbeeld een rijtje huizen. Die zijn weggehaald om het autoverkeer onbelemmerd doorgang te verlenen. Meteen terugbouwen.
‘We moeten terug naar waar we vandaan komen. Dat is de traditionele Europese stad. Eigenlijk het beste idee dat we ooit hebben gehad. De stad is een natuurverschijnsel, geen wegwerpartikel. Een termietenberg. Alleen kunnen die termieten het veel beter dan wij, want die proberen nooit wat nieuws te verzinnen. Die gaan rustig door met wat ze altijd gedaan hebben, al een miljoen jaar lang.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.