*

 

Loyaal aan de baas mét hoofddoek

Janny Groen, Annieke Kranenberg − 14/11/08, 00:00

Jonge orthodoxe moslims eisen op de werkvloer het recht om te bidden en een hoofddoek te dragen. Moslima’s organiseren zich om elkaar te helpen....

Onlangs solliciteerde Miryam Massop (34) voor een redelijk hoge functie bij een stadsdeelkantoor in Amsterdam. Ze was gekwalificeerd, kreeg ze te horen. Daarop volgde een flinke ‘maar’. Ze zou zich representatief moeten kleden, dus van traditionele islamitische kleding kon geen sprake zijn. Ook zou ze mannen de hand moeten schudden, wat ze omwille van haar geloof liever niet doet. Ze moest er ook niet op rekenen dat ze te pas en te onpas kon bidden.

Massop was toe aan een carrièremove, maar vond dat ze te veel concessies aan haar geloof moest doen. Uiteindelijk koos ze voor een veel minder interessante en minder betaalde baan bij een telefoonmaatschappij.

‘Als ik dat alternatief niet had gehad, was ik waarschijnlijk akkoord gegaan met het eisenpakket van het stadsdeelkantoor’, zegt Massop. ‘Ik moet toch de huur betalen.’

De ervaring van Massop staat niet op zichzelf. De jonge generatie moslims wil haar religieuze identiteit niet langer verloochenen, blijkt uit een onderzoek door het Verwey-Jonker instituut naar religieuze beleving van moslimjongeren, dat gisteren is gepresenteerd. Moslimjongeren stellen eisen op scholen en op de werkvloer, zoals het recht om te bidden en een hoofddoek te dragen. Dat leidt tot spanningen in de samenleving, omdat autochtonen juist minder bereid zijn ruimte te bieden aan geloofsuitingen.

De spanningen kunnen volgens de onderzoekers worden verminderd als jongeren worden gesteund bij hun pogingen actief Nederlands burgerschap te combineren met hun moslimidentiteit.

Massop is daar eigenlijk al twee jaar mee bezig. Samen met Oumaima Post (27), ook een bekeerlinge, heeft ze in 2006 het ‘eerste netwerk voor zelfvoorzienende moslima’s’ opgericht. Het begon als een msn-groep waar moslima’s elkaar steunden in raad en daad. Inmiddels telt het netwerk zo’n 270 leden en heet het officieel Stichting Moslimanetwerk.

Vooral de vrouwen lijken zich te organiseren. Zij vormen de voorhoede van een groep zelfbewuste, soms orthodoxe moslims. ‘Voor ons is er ook meer te winnen’, zegt Massop. ‘Want als de mannen het goed zouden doen, zou er geen Moslimanetwerk nodig zijn. In principe is het in de islam zo dat de man de vrouw moet onderhouden. En dat de man helpt in het huishouden, zoals de profeet dat ook deed.’

Die situatie is vaak verre van reëel, verzucht Massop. Daarom slaan de moslima’s in het netwerk – van huisvrouwen tot hoogopgeleiden – de handen ineen en kunnen ze een beroep doen op elkaars kwaliteiten. Een alleenstaande moeder wordt gekoppeld aan een kinderoppas, zodat ze kan werken, en een arbeidsconsulent aan een moslima wier bedrijf failliet is gegaan.

Moslimanetwerk is ook bemiddelaar van vrijwilligers voor instanties. Doel is islamitische vrouwen uit de bijstand te halen en ze te laten doorstromen naar een baan die ook ruimte biedt aan hun geloof. Zo werkt de stichting samen met ThuiszorgInHolland, dat een multicultureel profiel heeft.

De missie van Moslimanetwerk zal menig participatieambtenaar als muziek in de oren klinken. Daar is het de oprichters bepaald niet om te doen. ‘We willen niet het zoveelste project zijn dat zijn hand ophoudt’, zegt Massop. ‘We willen niet als zielige moslims worden behandeld. We willen juist dat organisaties en overheden op óns afkomen: we hebben jullie expertise en kennis nodig.’

Massop en Post hebben nog een lange weg te gaan. Uit eigen ervaring weten ze waar het proces van religieuze verdieping botst met de seculiere omgeving.

Post – haar moeder is van Molukse afkomst, vader is Nederlands – bekeerde zich ruim vijf jaar geleden tot de islam. Kort daarop kreeg ze een baan op een deurwaarderskantoor. Haar baas vond het maar niks dat ze een hoofddoekje en wijdere kleding ging dragen.

‘Waak ervoor dat je niet in tenten verschijnt’, bromde hij. Volgens hem paste haar nieuwe identiteit niet in de ‘bedrijfscultuur’, omdat ze kantoorborrels oversloeg. ‘Een keer ging ik mee naar een kerstborrel, maar ik voelde me daar echt niet op mijn gemak’, zegt Post. ‘Ook niet-moslims ontwijken dat soort borrels. Dat is toch ook niet erg als je je best doet en goed met je collega’s kunt opschieten? Bovendien ging ik wel mee naar andere uitjes, zoals naar Cirque du Soleil.’

Uiteindelijk besloot Post zelf weg te gaan. ‘Ik werkte op de afdeling waar ik schulden en boetes moest incasseren. Vaak ging het om arme moslimgezinnen. Ik merkte dat ik hun geld niet wilde afpakken, maar hen juist vooruit wilde helpen.’

Dat de baas haar bij het vertrek complimenteerde met haar inzet voor het bedrijf, deed Post goed. ‘Hij zag in dat mijn hoofddoek niets had afgedaan aan mijn ijver. Ik had een vooroordeel doorbroken.’

Miryam Massop had eigenlijk nooit in de gaten dat haar Turkse vader een islamitische achtergrond had. Hij was drummer bij het Internationaal Folkloristisch Danstheater, haar moeder is Nederlandse. Pas na haar vaders overlijden ontdekte de toen 13-jarige Massop haar islamitische wortels.

Haar nieuwsgierigheid was gewekt. Vanaf 2002 ging ze de islam praktiseren. Het duurde daarna nog drie jaar voordat ze haar passie voor een populaire artiest kon loslaten. Op televisie zag ze een reportage over de hadj: duizenden moslims renden op de Zwarte Steen in Mekka af en probeerden die aan te raken. ‘Ik realiseerde me dat ik me ook zo ten opzichte van die popster had gedragen. Ik had hem naast God geplaatst. Dat kan absoluut niet.’

Datzelfde jaar ging ze een hoofddoek dragen. ‘Ik werkte bij DAS-rechtsbijstand en vond het lastig daar ineens met een hoofddoek te verschijnen. Ik heb gewacht tot mijn volgende baan. Dat was bij verzekeringsmaatschappij Achmea. Tot mijn verbazing stonden zij positief tegenover het aannemen van moslima’s, want die komen altijd op tijd. Ze hadden zelfs halal kantinevoedsel en een gebedsruimte.’

Meer bedrijven moeten ontdekken dat praktiserende moslims over een ‘geweldig arbeidsethos’ beschikken, zegt Post. ‘Vanuit de islam mag je je niet ziek melden als je niet ziek bent. En je moet altijd het beste van jezelf geven.’

De vrouwen willen bedrijven bewust maken dat ze een enorm potentieel kunnen aanboren onder moslimjongeren die weliswaar orthodox zijn, maar ook hun verantwoordelijkheid nemen. ‘Wat weegt dan zwaarder: dat iemand een paar keer per dag wil bidden of dat hij een loyale, hardwerkende kracht is?’

Daarnaast moeten de moslims zelfbewuster worden, vindt Post. ‘We hebben ons te lang geschaamd. We waren bang dat anderen ons gek zouden vinden als we wilden bidden.’

Zij vindt het goed dat moslims opkomen voor hun rechten, zoals de advocaat Mohammed Enait in september deed. Hij weigerde op te staan voor de rechters in Rotterdam en trad vervolgens op in diverse tv-programma’s. ‘Door zijn actie is er meer aandacht voor de wensen van een groep moslims’, zegt ze. ‘Enait provoceert meer dan wij. Ik ben ervan overtuigd dat je met wijsheid en vriendelijkheid verder komt.’

Op het punt van discriminatie werkt Moslimanetwerk samen met Ontsluiert, een stichting die eveneens de participatie van gesluierde moslimvrouwen wil bevorderen.

Zo houdt Ontsluiert op haar website een ‘zwarte lijst’ bij van organisaties die zich (herhaaldelijk) schuldig hebben gemaakt aan discriminatie van moslimvrouwen. Voor initiatieven van werkgevers om gesluierde moslimvrouwen op een creatieve wijze in de organisatie op te nemen, is er de ‘Ontsluiert Award’ (de inschrijving loopt nog).

Net als Ontsluiert wil Moslimanetwerk werkgevers adviseren hoe ze kunnen omgaan met de wensen van hun islamitische werknemers. Bovendien wil de stichting bedrijven ervan bewust maken dat moslims commercieel een interessante doelgroep zijn.

Massop: ‘Vreemd toch dat er nog geen halal fastfoodketen is en dat Neckermann geen eigen lijn voor abaya’s (lange allesbedekkende jurk) uitbrengt? En dat zorgverzekeraars niet adverteren op islamitische websites met inentingen voor de hadj, besnijdenis bij jongens en zwangerschapspakketten?’

Zelf hebben de vrouwen ook ambitieuze plannen. Zo willen ze een Islamic Shopping Guide uitbrengen met halal eethuisjes en winkels in Nederland. Ze hopen dat dit soort initiatieven bijdraagt aan een positiever beeld van moslims en dat het niet wordt aangegrepen om hen te bashen.

Post: ‘Sommige mensen zijn bang dat als ze ons een vinger geven, we de hele hand nemen.’

Na de jaren van Wilders en Verdonk hangt er verandering in de lucht, zegt ze. ‘Ik houd me niet bezig met politiek en ik ben niet voor de democratie, want ik geloof in de sharia. Maar ook ik ben blij met de verkiezing van Barack Obama als de nieuwe president van Amerika. Ik heb er vertrouwen in dat hij rechtvaardig zal zijn. Het feit dat hij Guantanamo Bay wil sluiten, zal wereldwijd zoveel frustratie wegnemen.’

Massop: ‘Er komt een dag dat je niet meer hoeft te vragen: mag ik even bidden, maar dat je gewoon vraagt: waar kan ik bidden?’

mailIcon print |