Hij verwierf grote faam met zijn historische boeken over de dramatische 20ste eeuw, waarvan hij op een scherpzinnige manier getuigenis aflegde....
Honderd jaar geleden werd hij geboren, op 27 december 1907 in Berlijn. Raimund Pretzel heette hij, maar toen hij begin januari 1999 stierf, was bijna iedereen deze naam vergeten. De man die toen overleed, was Sebastian Haffner, auteur van historische boeken, en wat oudere Duitsers wisten ook nog dat hij de veel gelezen columnist van het weekblad Stern was geweest
Het leven van Haffner beslaat bijna de gehele 20ste eeuw. Het bijzondere van Haffner is niet dat hij getuige is geweest van deze dramatische, meedogenloze eeuw. Dat waren wel meer Duitsers. Het bijzondere van Haffner is dat hij ook getuigenis heeft afgelegd. De geschiedenis die hij meemaakte, heeft hij in boeken of andere publicaties vastgelegd. Hij deed dat niet door klakkeloos te noteren wat hij zag en ervoer, maar met zijn scherpe verstand analyseerde hij de gebeurtenissen, trachtte die te duiden en te verklaren, trok lijnen naar de toekomst.
Kenmerkend voor Haffner was zijn antwoord op de vraag van een Duitse interviewer, die op zijn tachtigste verjaardag wilde weten hoe hij zichzelf zag, als historicus of als journalist. ‘Ik zie mezelf als onderwijzer. Ik wil graag de normale, niet bijzonder hoog opgeleide lezer de dingen die ik heb ervaren en herkend, duidelijk en begrijpelijk meedelen.’
Daarin is hij geslaagd.
Haffner heeft in vijf verschillende Duitslanden geleefd. Hij werd geboren in het Duitse keizerrijk en beleefde als kind de Eerste Wereldoorlog. De revolutie van 9 november 1918, toen in Berlijn de republiek werd uitgeroepen, maakte hij mee, en zijn jaren op het gymnasium en de universiteit vielen vrijwel samen met de vaak woelige jaren van de Republiek van Weimar. Vervolgens kwam Hitlers Derde Rijk, waarmee Haffner niets te maken wilde hebben. In de zomer van 1938 emigreerde hij naar Engeland. In 1954 keerde hij terug naar Duitsland, het gedeelde Duitsland, en hij ging wonen waar die deling het meest zichtbaar was: in West-Berlijn. De laatste tien jaar van zijn leven woonde hij in het herenigde Duitsland.
We kunnen nu Haffners leven en daarmee de 20ste eeuw opnieuw ter hand nemen. Want ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag heeft de uitgeverij Mets & Schilt zijn verzamelde werk uitgebracht, tien fraaie, gebonden boeken die de lezer in staat stellen uitgebreid kennis te maken of de kennismaking te hernieuwen met Haffners kijk op de jongste geschiedenis. Daarbij moet men beginnen met het boek dat pas na zijn dood is verschenen: Het verhaal van een Duitser – 1914-1933. Het maakte in 2000 grote indruk, omdat uit het in 1939 geschreven boek bleek dat de jonge Haffner reeds een scherpzinnig en kritisch waarnemer van zijn tijd was.
Dat het boek nooit eerder verscheen, had deels te maken met de oorlog. Haffner moest in Engeland geld verdienen, en de Britse uitgever Warburg was bereid hem een voorschot te geven van twee pond per week voor een boek waarin hij zijn Berlijnse ervaringen zou optekenen. Hij is daar ook ijverig mee bezig geweest, totdat op 1 september 1939 de oorlog uitbrak: nazi-Duitsland was Polen binnengevallen. Op dat moment besloot hij een ander boek te gaan schrijven. Het manuscript verdween in een la, om pas na zijn dood weer tevoorschijn te komen.
~
Dat andere boek werd Duitsland 1939: Jekyll & Hyde, dat in het voorjaar van 1940 in Engeland verscheen en dat tot doel had de Britten te informeren over nazi-Duitsland, zodat zij hun propaganda doelgericht konden inzetten. Hij koos voor dit eerste boek een pseudoniem: Sebastian Haffner. Die naam zou blijven.
Het boek maakte hem bekend in Engeland en effende mede de weg naar The Observer, de invloedrijke Britse zondagskrant, waar Haffner spoedig een van de belangrijkste redacteuren werd.
In het boek, dat pas in 1996 in het Duits en enkele jaren later in het Nederlands verscheen, is Haffner zeer systematisch te werk gegaan. Hij begon bij Hitler want, schreef hij, in het nationaal-socialistische systeem draait alles om hem. Vervolgens behandelde hij de nazi-leiders (‘kopieën van Hitler’), de nazi’s, de loyale bevolking, de niet-loyale bevolking, de oppositie en de emigranten. Het aantal nazi’s schatte hij op 20 procent van de Duitse bevolking, de trouwe volgelingen op 40 procent, de niet-loyale bevolking op 35 en de politieke oppositie op 5 procent.
Haffner had een vooruitziende blik. In Hitler zag hij toen al een ‘potentiële zelfmoordenaar’, en hij voorspelde dat de nazi’s na de oorlog zouden zeggen dat ze niets hadden gedaan en niets hadden geweten. Verder meende hij dat de oorlog alleen maar kon eindigen met de onvoorwaardelijke capitulatie van nazi-Duitsland. Hitler moest op drievoudige wijze worden uitgeroeid: als instituut, als mens en als legende.
Het dubbelleven van de fatsoenlijke Jekyll en de misdadige Hyde was volgens hem van toepassing op de loyale Duitsers. Zij zijn ‘aardige, gastvrije, aangename mensen van wie hun Engelse en Amerikaanse kennissen absoluut niets kwaads verwachten, maar ook mensen die de misdaden tegen de Belgen in 1914, tegen de Joden in de jaren 1933 tot en met 1939, tegen de Polen en Tsjechen in 1939 en 1940 vergoelijken of zelfs persoonlijk hebben begaan (*).’
Het zijn ook deze Duitsers die wegkijken als onrecht geschiedt, maar vervolgens wel staan te juichen. Haffner: ‘En misschien was dat wel wat ze eigenlijk hadden gewild: een moord begaan zonder er iets van te weten; tijdens de daad een blinddoek voor hebben, maar daarna het gouden horloge en de portemonnee van het slachtoffer krijgen; zich verheugen op de vruchten van hun wandaad en een slecht geweten alleen maar simuleren.’
Hoe zijn deze Duitsers zo geworden? Haffners antwoord luidde: door het nationalisme. ‘Het Duitse patriottisme was het zwakste punt van het Duitsland vóór Hitler, de plek waar het gif van het nationaal-socialisme kon binnendringen. En het is nog altijd het enige punt waarop de nazi’s en veel beschaafde Duitsers die geen nazi’s zijn, echt overeenstemmen.’
~
Hij bouwde voort op wat hij al had geschreven in het manuscript dat in de bureaula was verdwenen. Daarin had hij al geconstateerd dat de doodsvijand van het goede, beschaafde en vrije Duitsland het Duitse nationalisme en het Duitse rijk waren. Dit rijk, de schepping van Bismarck, heeft het Duitse karakter bedorven. ‘Pruisen was het kankergezwel van Duitsland. De wet van Pruisen was: groeien, opslokken en vernietigen.’ Het Duitse rijk heeft deze wet overgenomen.
Voor Haffner was dan ook duidelijk wat er moest gebeuren: het Duitse rijk moest verdwijnen. ‘De Duitsers moeten terugkeren naar het punt waar ze de verkeerde weg zijn ingeslagen, naar het jaar 1866. Er is geen vrede denkbaar met het Pruisische rijk dat toen is ontstaan en waarvan nazi-Duitsland de uiteindelijke logische consequentie is.’ Duitsland moest weer een confederatie worden van kleinere staten, ingebed in een Europa dat politiek en economisch samenwerkt.
Ook hier had Haffner een vooruitziende blik. Het agressieve, op expansie gerichte rijk is verdwenen. Er zijn Duitse deelstaten gekomen, zij het dat die wel onderdeel zijn van een federale republiek. En deze Bondsrepubliek maakt, zoals bekend, deel uit de van de Europese Unie.
In Jekyll & Hyde trekt Haffner duidelijk een lijn van de Pruisische koning Frederik de Grote naar Bismarck en Hitler. Later heeft hij uitdrukkelijk weersproken dat die lijn kon worden getrokken. Maar ook dat hoort bij Haffner, die ooit in een interview zei: ‘Ik ben vaak van mening veranderd of heb mijn meningen op zijn minst flink bijgesteld.’ Anders gezegd: hij stond open voor nieuwe inzichten.
Dat leek ook te gelden voor het boek waarmee Haffner in 1978 grote bekendheid verwierf: Kanttekeningen bij Hitler. In Jekyll & Hyde had hij Hitler op scherpe toon veroordeeld, maar in het relatief kleine Kanttekeningen bij Hitler had hij het ook over prestaties en successen, vergissingen en fouten, wat destijds tot kritiek leidde. Die kritiek was in feite overbodig. Het was Haffners manier om opkomst en ondergang van Hitler te ontleden en te analyseren. Bovendien werden Hitlers misdaden geenszins verzwegen. Alleen de toon was een wat andere geworden, zoals hij zelf toegaf.
~
Tot het verzameld werk behoren ook Haffners boek over Pruisen, zijn omstreden boek over de Duitse revolutie van 1918, zijn veelgeprezen essay over Churchill, Het duivelspact – De Duits-Russische betrekkingen van de Eerste tot de Tweede Wereldoorlog en De zeven doodzonden van Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een selectie uit Haffners meer journalistieke werk staat in Kanttekeningen van een rationele profeet.
Dat ook een profeet zich kan vergissen, blijkt uit zijn laatste boek, Van Bismarck tot Hitler – Duitsland 1871-1945, verschenen in 1987. Op de laatste bladzijde heeft hij het over de Duitse hereniging, die zijns inziens niet voorstelbaar is. ‘Een hereniging in die zin dat een van de twee staten verdwijnt en opgaat in de andere, kan men zich nog voor de geest halen, maar daarvoor zou wel een oorlog nodig zijn, en een dergelijke hereniging zou dus onder de huidige omstandigheden alleen in het massagraf kunnen plaatsvinden.’
Enkele jaren later ging de DDR op in de Bondsrepubliek, en wel geweldloos. Maar dat kon in 1987 werkelijk niemand vermoeden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.