*

 

Gigolo in Tokio

tekst Joan Veldkamp − 23/10/07, 00:00

In Kabukicho, de rosse buurt van Tokio, drijven veel nachtclubs op gastheren die vrouwelijke klanten ontvangen. Die steken zich hiervoor soms diep in de schulden....

In de drukke straten van Kabukicho, de rosse buurt die in Tokio vlakbij de grote kantorenwijk Shinjuku ligt, is het op een gewone donderdagavond net kermis. Overal prijzen proppers restaurants aan, de menu’s in de aanslag. Bij de vele topless bars proberen vriendelijke Afrikanen klanten naar binnen te lokken en nieuwe vrouwen te ronselen. Uit het wonderlijke 24-uurswarenhuis Don Guichotte – waar onder meer vuurwerk, fietsen, toiletartikelen en nepborsten te koop zijn – klinkt oorverdovende hardrock.

Een kantoorwerknemer met aktetas pikt op een afgesproken plek een Japanse schone op met lang krullend haar tot over haar schouders. Ze draagt hotpants en hoge hakken en verleidelijke zwarte panty’s tot haar dijen. Ze zoent hem; gearmd verdwijnen ze in een zijstraat. Hier boek je een hotel niet voor de nacht, maar voor een paar uur.

Bij alle zebrapaden staan groepjes jonge mannen. Op mierzoete toon proberen ze vrouwen mee te lokken die net hun kantoor hebben verlaten en op zoek zijn naar een restaurant. Kort oogcontact is meestal al voldoende om te worden belaagd.

De ranke, androgyne figuren dragen strakke pakken en zijn behangen met sieraden. Ze hebben hun haar recht overeind gezet met gel, of hun lange lokken juist zorgvuldig rond het gezicht geschikt. Ze werken als gastheer in de tientallen hostclubs in Kabukicho, die volledig draaien op vrouwelijke cliëntèle.

Zo oerconservatief als Japan op veel terreinen ook mag zijn, op het gebied van entertainment en erotiek is het land geëmancipeerder dan West-Europa. De hostclubs bestaan al dertig jaar. Veel werkende, kapitaalkrachtige vrouwen in Japan laten zich met regelmaat vleien en vermaken door een gastheer naar keuze. Meestal voor een avond, soms ook voor een nacht. En ze zijn bereid daar flink voor te betalen.

Een van de bekendste etablissementen is al 37 jaar lang Club Ai. In de vitrine buiten prijken foto’s van de gastheren. Binnen openbaart zich een nachtclub vol kitsch en klatergoud. Iedere vierkante centimeter muur is behangen met spiegels, gouden engelen, lichtgevende druiven, schilderijen of foto’s van verliefde stelletjes. Aan het plafond prijken discoballen en kroonluchters. Op een klein podium staat een zangeres onverstoorbaar te zingen. Een glimmend wit beeld van de Griekse god Poseidon op een paard houdt de wacht.

Langs de muren staan banken en tafels. Groepjes vrouwen worden omringd door de gastheren en vermaken zich uitbundig. Sommige mannen zien er zo feminien uit, dat ze nauwelijks zijn te onderscheiden van hun klanten. Er wordt gelachen en gejuicht en vooral heel veel geproost.

Tegenover het podium zit een vrouw van middelbare leeftijd te toasten met twee jongens die haar zoons hadden kunnen zijn. Ze hangen om haar heen als bijen om een pot honing. Ze glundert en gaat helemaal op in hun aandacht. Er staat een fles champagne voor haar neus.

‘Deze klant heeft een exclusieve afspraak met de jongens’, zegt de 36-jarige Tsubaki, een van de bedrijfsleiders van Club Ai. ‘Voor veel oudere, alleenstaande vrouwen is dit vaak hun enige verzetje.’

Hij legt uit dat de klanten van Ai afkomstig zijn uit het zakenleven, of zelf elders als hostess werken. ‘De meesten willen helemaal niet over hun werk praten, maar over hun relaties. Een gastheer heeft een gewillig oor. Je hoeft jezelf niet weg te cijferen en je mag ook je eigen ervaringen delen met de vrouwen, maar zij moeten wel steeds in het middelpunt van de belangstelling blijven staan.’

Niet alleen singles, ook getrouwde vrouwen bezoeken de clubs. ‘Die zien hun mannen nauwelijks en zijn ongelukkig in hun huwelijk. Ze vinden hier wat ze thuis missen.’

Een goede host hoeft niet per definitie knap te zijn, aldus Tsubaki. ‘Hij moet zich vooral goed kunnen inleven in de klant. En precies aanvoelen of de stemming wat serieuzer moet zijn of juist heel vrolijk.’

Waarom koos hij voor dit vak? ‘Ik kom van het platteland en wilde vijftien jaar geleden dolgraag naar de grote stad. Als host kon ik meteen aan de slag en mezelf onderhouden.’

Een van de gasten is Hana (25). Ze werkt als een verkoper bij een groot Japans bedrijf en is uit met collega’s. Ze is stomverbaasd als ze hoort dat een club zoals Ai in Nederland niet eens bestaat. Zij zou haar leven niet meer kunnen voorstellen zónder. ‘Ik heb geen relatie en ga een of twee keer per week naar een club. Dat valt nog best mee, hoor. Eén van mijn collega’s gaat bijna iedere avond.’

Club Ai is favoriet bij Hana. ‘Ik heb hier altijd ontzettend veel plezier. De hosts zijn oprecht en aardig. In andere clubs heb ik het gevoel dat ze alleen maar gericht zijn op geld en heel veel proberen te drinken op mijn kosten. Dat is hier anders.’ Ze vindt vooral Genki, haar vaste gastheer, heel leuk. ‘Ik zal niet zo snel een relatie beginnen met een host. Maar mocht het er ooit van komen, dan moet hij meteen een andere baan zoeken.’

Het bezoeken van een hostclub is een dure hobby. Hana vertelt dat ze minimaal 20 duizend yen per avond besteedt, zo’n 125 euro. Ook Club Ai is niet bepaald goedkoop. De entree bedraagt 3.000 yen (18 euro). Het reserveren van een specifieke host (shimeisha) kost rond de 4.000 yen (24 euro); voor een exclusieve eetafspraak (dohan) wordt ongeveer hetzelfde bedrag betaald. Maar het meeste geld wordt gespendeerd aan alcohol. Die moet rijkelijk vloeien, want de hosts krijgen ongeveer 50 procent commissie over de drankomzet.

Voor frisdrank en bier worden nog acceptabele prijzen gevraagd. Maar bij een echte feestavond hoort een goede fles wijn of, nog beter, champagne. En daarvan kan de prijs oplopen tot 80.000 yen, bijna 500 euro.

Opeens duikt Mojizuki (26) op, een Aziatische versie van zanger David Bowie in zijn Ziggy Stardustperiode. Hij werkt onder de naam Ken. Hij staat aan het begin van zijn carrière als host en heeft er zin in. ‘Hiervoor werkte ik bij een makelaar en moest ik de hele dag op kantoor zitten. Zo saai! Nu is iedere avond anders en ontmoet ik veel leuke vrouwen. En ik verdien nog behoorlijk ook.’ Hij draagt een imposant horloge. ‘Een cadeautje, van een klant.’

Maar Ken ondervindt nu ook de nadelen van het vak. ‘Ik lijd aan een chronisch slaaptekort’, zegt hij, terwijl hij diep wegzakt in de nepleren fauteuil. ‘De meeste klanten willen nog niet naar huis als de tent om 1 uur sluit. En dan moet ik wel met ze uit. En ik moet nogal wat drinken, zo op een avond.’

Drank is niet alleen zijn probleem. Even verderop ligt een vrouw laveloos op de bank. Na ongeveer een kwartier wordt ze door een paar jongens ondersteund en naar de wc gebracht, om over te geven. Als ze terugkomt, is ze helemaal opgekikkerd. En gaat het feest gewoon weer door.

In de foyer is de stemming minder jolig. Daar staren de hosts die vanavond geen klanten hebben, chagrijnig voor zich uit. Of ze zijn als een bezetene aan het sms’en. Naarmate de gastheer meer geld binnenbrengt voor de club, stijgt hij in de pikorde. Een jong broekie dat net begint, verdient ongeveer 150.000 yen per maand, ruim 900 euro. Een populaire veteraan daarentegen neemt zo 3 à 4 miljoen yen mee naar huis (18.000 tot 24.000 euro).

Dat lukt alleen als hij zijn klantenbestand goed blijft onderhouden. Dus bellen, mailen en sms’en de hosts zich suf – als ze tenminste niet aan het werk zijn. ‘Alles is erop gericht de klant weer terug te laten komen bij Club Ai’, zegt Tsubaki.

Ook seks is niet uitgesloten, zegt hij. Als een vrouw seks wil, is het aan de gastheer of hij aan dat verzoek zal voldoen. In ruil voor zijn diensten zal hij wel van haar verwachten dat ze hem exclusief blijft boeken.

‘Ik heb zelf ook een paar keer een relatie gehad met een klant’, bekent Tsubaki. Opeens zucht hij diep. ‘Weet je, na vijftien jaar in Kabukicho te hebben gewerkt ben ik dit leven wel eens zat. Eigenlijk verlang ik ernaar echt verliefd te worden en te trouwen.

‘En dan wil ik met mijn vrouw een boerenbedrijfje beginnen of een restaurant. Op een van de Kyushu-eilanden, waar ik vandaan kom.’

mailIcon print |