*

 

Bedoeïenen in Negev-woestijn delen niet in Israëls feestvreugde; 'Israëli's zien ons het liefst verdwijnen, ook al zijn we staatsburgers'

THEO KOELE − 20/02/98, 00:00

Het jubileumjaar is eindelijk officieel begonnen, met het planten van bomen her en der in Israël. In de Negev-woestijn snakken de bedoeïenen niet naar groen, maar naar elektriciteit, water en gasmaskers....

Van onze correspondent

Theo Koelé

KASR AL SIR

Een gemene wind blaast door de tent van sjeik Hasen Alhwashli. Regen beukt op het dak van golfplaten. Het is winter in de Negev-woestijn. Met gloeiend hete koffie proberen de sjeik en andere hoofden van bedoeïenen-families het een beetje comfortabel te houden.

Het schamele onderkomen in het dorp Kasr Al Sir lijkt in niets op de bedoeïenententen waarnaar toeristen in de Israëlische badplaats Eilat gelokt worden met folders als: 'Beleef een magische avond, met kostelijk Orientaals eten, verhalen uit de woestijn en een buikdanseres.'

Verhalen uit de woestijn kan sjeik Alhwashli wel vertellen. Over het platwalsen van pasgebouwde huizen in zijn dorp door de Israëlische autoriteiten. Over de piepkleine, onverwarmde kleuterschool die er na jarenlang overleg met die autoriteiten onlangs toch gekomen is. Over het gebedel om gasmaskers, waarop alle burgers van Israël recht hebben.

Zo'n drieduizend inwoners telt het dorp nabij Dimona, een stadje in het noorden van de Negev dat vooral bekendstaat om zijn saaiheid en zijn kerncentrale. Volgens berichten in de Israëlische pers waren sommige Scud-raketten die de Irakese dictator Saddam Hussein tijdens de Golfoorlog van 1991 liet afvuren gericht op die centrale.

Daarom bevalt het sjeik Alhwashli niet dat hij in het duister tast over de bescherming die zijn dorpelingen kunnen verwachten indien er weer raketten op Israël worden afgevuurd. 'In 1991 kregen we gasmaskers, nu moeten we maar afwachten.'

Het Israëlische leger gaf onlangs toe dat er nogal wat schort aan de distributie van maskers en ander beschermend materiaal onder het Arabische deel van de bevolking. Maar het beloofde dat iedereen, 'tot aan de laatste bedoeïen in de Negev', zal worden voorzien.

Honderden, zo niet duizenden bedoeïenen houden zich illegaal op in de woestijn. Althans, zo oordeelt de Israëlische regering over talrijke kampementen. Sommige zijn zichtbaar vanaf de wegen die de Negev doorkruisen, andere liggen verscholen achter struiken en rotsen. Zo'n veertig kilometer ten zuiden van het dorp Kasr al Sir verraadt een jonge bedoeïen, die met een jerrycan sleept, de aanwezigheid van een kampement. Hij haalt dagelijks water bij een nabijgelegen tankstation. Zijn vader duldt geen bezoekers op het erf, waar magere geiten rondlopen. 'Ik wil geen problemen met de regering.'

Juist deze week hebben de Israëli's tal van hutten en tenten van bedoeïenen met de grond gelijk gemaakt, in de omgeving van Jeruzalem. De vertegenwoordiger van de Palestijnse leider Yasser Arafat in Jeruzalem, Faysal Husseini, sprak er schande van. De Palestijnen leverden de dakloze bedoeïenen nieuwe tenten.

Tot de stichting van de staat Israël leidden de bedoeïenen hun traditionele nomadenbestaan. Sindsdien is hun territorium drastisch verkleind. Een kibboets hier, een joodse nederzetting daar en vooral veel legerplaatsen. Ongeveer de helft van de bedoeïenen - wier totale aantal wordt geraamd op 150 duizend - woont nu tegen wil en dank in stadjes, die door de Israëli's uit de grond werden gestampt.

Sjeik Alhwashli: 'Israël heeft meer dan 90 procent van ons gebied geconfisqueerd. Maar we laten ons niet wegjagen. We wonen hier al honderden jaren en willen hier blijven.' Zijn dorp wordt door de Israëli's voorzien van water via een pijpleiding, 'maar we krijgen veel te weinig'. Te weinig voor de bewoners, en voor de schapen, geiten en ezels. Elektriciteit wordt niet geleverd; de bewoners hebben zelf generatoren gekocht. Er zijn geen verharde wegen. Toch verkiezen de sjeik en de zijnen primitieve en onzekere leefomstandigheden ('elke dag kunnen we Israëlische bulldozers verwachten') boven een bestaan in een van de 'officiële' stadjes. 'De meeste mensen hebben trouwens geen geld om daar een huis te kopen.'

Op de vraag of hij zich als tweederangsburger behandeld voelt, brengt de sjeik zijn handen dicht bij de grond. Hij is eerder een paria. 'De Israëli's zien ons het liefst verdwijnen, ook al zijn we staatsburgers, betalen we belasting en sturen we onze zonen naar het leger.'

De Israëlische minister van Landbouw, ex-generaal Rafael Eitan, wekte vorig jaar de woede van de bedoeïenen toen hij zei dat zij maar beter buiten het leger kunnen blijven. Ze zouden onbetrouwbaar zijn, vatbaar voor moslim-extremisme. En dat terwijl de bedoeïenen in brochures van het leger worden geprezen: 'Soldaten van verschillende stammen dienden in eenheden als vrijwilligers, en deden als spoorzoekers voortreffelijk werk. Ze doen dat nog steeds, ook al zijn er veel slachtoffers gevallen.'

In de Israëlische Onafhankelijkheidsverklaring van 1948 staat dat minderheden als de bedoeïenen 'een gelijkwaardige rol' vervullen bij de opbouw van het land. In de praktijk werd en wordt deze nog altijd fors groeiende bevolkingsgroep op velerlei wijze gediscrimineerd. Zozeer, dat sommige Israëli's vrezen voor een intifada onder de bedoeïenen, naar voorbeeld van de Palestijnse volksopstand die in 1987 uitbrak.

Een paar weken geleden werden twee bedoeïenen uit de Negev gearresteerd. Ze zouden een terreurdaad voorbereiden. Eén van de twee moest al snel worden vrijgelaten, omdat de beschuldiging geen steek hield. De minister van Binnenlandse Veiligheid, Avigdor Kahalani, was er echter als de kippen bij met uitspraken over 'rotte appels' onder de bedoeïenen.

Sjeik Alhwashli is niet te spreken over de criminalisering van 'zijn' bevolkingsgroep door politieke leiders. Hij ziet daarin een zoveelste poging van Israël om de bedoeïenen te wurgen, zoals hij het noemt. Naar zijn mening voert de regering een doelbewuste politiek om bedoeïenen hun vrijheid te ontnemen. Zij zou het liefst alle woestijnbewoners willen opsluiten in reservaten, zoals dat gebeurde met de indianen in de Verenigde Staten.

mailIcon print |