*

 

Hongaren in Slowakije vrezen nieuwe taalwet

MICHEL MAAS − 11/11/96, 00:00

'Maar Meciar leest álles' De twee leraressen van het gymnasium van Senec worden plotseling wat stilletjes. Het gesprek heeft al een half uur geduurd als ze ineens beseffen dat wat ze zeggen in een krant kan worden afgedrukt....

Van onze correspondent

Michel Maas

BRATISLAVA

Na een korte pauze herneemt een van hen zich, met iets schuldigs in haar stem: 'Moet u ons nou toch eens horen. We weten niet eens meer wat we wel en wat we niet mogen zeggen. Zo ver is het met ons gekomen. We zijn bang, ja. Bang om ontslagen te worden, of om een boete te krijgen. Ze kunnen met ons doen wat ze willen.'

'Ze', dat is de overheid. Het kan het ministerie van Onderwijs zijn, dat sinds vorig jaar wettelijk gerechtigd is schooldirecteuren zonder opgaaf van reden te ontslaan. Het kan dat van Binnenlandse Zaken zijn dat sinds kort óók zeggenschap over de scholen heeft gekregen, zonder dat iemand nog weet wat dat zal betekenen. Of het kunnen de 'taalcontroleurs' zijn die sinds februari zijn aangesteld om overal in het land ongeoorloofd gebruik van andere talen dan het Slowaaks te 'corrigeren'.

In gesprekken met Hongaarse Slowaken vallen al gauw namen als 'Kafka' en 'Absurdistan' als ze de toestand willen beschrijven, of 'Mussolini' als het gaat over de ene man die verantwoordelijk wordt gehouden voor alles wat in Slowakije gebeurt: Vladimir Meciar, de premier die de afsplitsing van Slowakije van het voormalige Tsjecho-Slowakije in 1993 heeft bewerkstelligd en die nu in zijn derde ambtstermijn bezig lijkt de macht over het openbare leven centimeter voor centimeter naar zich toe te halen.

Zelfs president Michal Kovac, ooit Meciars naaste bondgenoot maar nu zijn grootste tegenstander, kan daar niets aan doen. Hij spreekt om de haverklap zijn veto uit over weer zo'n ondemocratisch wetsontwerp, maar zijn vetorecht geldt maar één keer, dus het parlement hoeft dezelfde wet alleen maar een tweede keer te aanvaarden om deze alsnog rechtsgeldig te maken. Wat steevast gebeurt. Protesten, onder meer van de Amerikaanse ambassadeur en het Europees Parlement, halen niets uit.

Meciars ministeries hebben in toenemende mate de samenleving in hun greep, op een manier die doet denken aan de hoogtijdagen van het communisme. Het ministerie van Onderwijs bijvoorbeeld, dat sinds vorig jaar al het recht had schoolhoofden te ontslaan, heeft sinds kort ook een vetorecht bij de benoeming van directeuren van middelbare scholen tot en met de decanen van hogescholen en universiteiten. En particuliere stichtingen moeten sinds kort goedkeuring van het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben voor de benoeming van een directeur. Op termijn zal op die manier in het hele land geen beslissing meer genomen worden zonder dat de regering daar indirect of direct invloed op heeft.

Boven dit alles hangt de taalwet, die eind 1995 door het parlement is aangenomen en die bepaalt dat in openbare gebouwen het Slowaaks de voertaal moet zijn. Het gebruik van Hongaars of welke andere taal dan ook bij overheidsinstellingen en publieke instellingen is verboden, maar hoever dat 'verbod' gaat is niet duidelijk. Dat bepaalt het ministerie, of dat bepalen de 'taalcontroleurs' die sinds februari aan de slag zijn en die met ingang van 1 januari 1997 boetes kunnen uitdelen die zullen oplopen tot ruim 25 duizend gulden - een fortuin in een land waar een leraar zo'n driehonderd gulden per maand verdient.

Besmuikt laten de leraressen het lesrooster zien. Ook de titels van de Engelse lessen staan daarin sinds kort genoteerd in het Slowaaks. 'Een nieuwe regel, die hebben we drie weken geleden doorgekregen. We doen het maar, want we hebben geen idee wat er gebeurt als we het niet doen. Alles is mogelijk.'

Vooral de Hongaren in Slowakije vrezen de gevolgen van de willekeur die in de nieuwe wetten zit ingebouwd. Ongeveer 11 procent van de bevolking, zo'n 600 duizend mensen, in Slowakije spreekt Hongaars. Ze bevolken het zuiden van het land, het deel dat vroeger bij Hongarije hoorde, maar dat na 1945 als vergelding voor de pro-Duitse houding van Hongarije in de Tweede Wereldoorlog aan het toenmalige Tsjecho-Slowakije werd toebedeeld.

Tsjecho-Slowakije had de Hongaren destijds het liefst gedeporteerd naar Hongarije, maar zover is het nooit gekomen. Sindsdien vormen de Hongaren een ongemakkelijke minderheid waartegen vooral in het noorden van het land veel ressentiment bestaat. Op die gevoelens speelt Meciar de laatste twee jaar steeds nadrukkelijker in. Een verwijzing naar 'het Hongaarse probleem' vergemakkelijkt het invoeren van omstreden wetten, en anti-Hongaarse retoriek levert stemmenwinst op.

Naar de letter is geen van de wetten gericht tegen de Hongaren - het woord 'Hongaars' komt bijvoorbeeld in de nieuwe taalwet niet eens voor. De grondwet garandeert de Hongaren bovendien het recht op onderwijs in de eigen taal. Maar toch voelen vooral de Hongaren zich bedreigd. Hun grootste culturele instelling, Cemadok, krijgt al een jaar geen cent subsidie meer en heeft vijftig van de vijfenvijftig vaste medewerkers moeten ontslaan. En nu vrezen de Hongaren ook voor hun onderwijs.

Vorig jaar al kregen de ongeveer twintig Hongaarse middelbare en driehonderd lagere scholen een 'verzoek' een nieuw onderwijssysteem te accepteren: volgens dat systeem zou de helft van de lessen in het Slowaaks en de andere helft in het Hongaars gegeven moeten worden. Het 'aanbod' werd gezien als een eerste stap op weg naar volledige slowakisering en daarmee een eerste stap naar afschaffing van de Hongaarse scholen.

De directeuren die toen het hardst protesteerden, zijn het afgelopen jaar ontslagen. En degenen die nog in functie zijn, zullen zich nog twee keer bedenken als het ministerie ze opnieuw 'verzoekt' een deel van de lessen voortaan in het Slowaaks te geven. De leraressen in Senec: 'Als het ministerie het vraagt doen we dat. Wat moeten we anders? Het is ons bestaan.'

Voor veel Slowaken zou sluiting van de Hongaarse scholen in Slowakije een mooie vergelding zijn voor het feit dat Hongarije in de jaren zestig alle Slowaakse scholen in Hongarije heeft gesloten - nog afgezien van wat de Hongaren over de afgelopen eeuwen hier aan narigheid op hun geweten hebben. In dit deel van Europa wordt geschiedenis nooit vergeten. De retoriek van de regering-Meciar, en zijn echo in de door de regering gecontroleerde media slaat daarom gemakkelijk over op de straat.

Vooral in Bratislava krijgt wie Hongaars spreekt vijandigheden naar zijn hoofd geslingerd, kinderen worden de bus uit gestuurd, auto's met kentekens uit Hongaarse regio's worden bekrast. Hongaren houden zich daarom tegenwoordig stil als ze naar de hoofdstad gaan. Katarina, een jonge moeder uit het tweetalige Nova Dedinka (Sáp in het Hongaars), 25 kilometer van de hoofdstad. 'Als ik met mijn kinderen in Bratislava ga winkelen, praat ik helemaal niet, want mijn kinderen, van anderhalf en drie, spreken alleen Hongaars, en als mensen dat horen worden ze kwaad. Ze zeggen: spreek Slowaaks, je bent hier in Slowakije. Het maakt me bang. Ook hier in Nova Dedinka spreek ik tegenwoordig Slowaaks op straat. Iedereen doet dat, en zelfs als mensen Hongaars tegen elkaar spreken, is elk derde woord dat ze gebruiken Slowaaks. Alsof ze het zelf niet meer weten.'

Sommige Hongaren vergelijken de toestand in Slowakije nu al met de stemming die in voormalig Joegoslavië geheerst moet hebben voordat daar de bloedige burgeroorlog losbarstte. Waarna ze aanvullen: 'Maar Hongaren en Slowaken zijn zo niet. Die zullen nooit naar de wapens grijpen.' Ze zeggen het weifelend. Want alles is mogelijk in Slowakije.

mailIcon print |