Elektrisch rijden heeft toekomst, maar de brandstofmotor is nog niet weg. Compromis: de stekkerhybride...
¿Wát een klein autootje’, roept taxichauffeur Edward. ‘Die zie je toch niet aankomen. Levensgevaarlijk!’ In de natte en mistige ochtendspits in hartje San Francisco snijdt een – zeker voor Amerikaanse begrippen – kleine bolide zijn enorme Ford taxibus de weg af op deze dinsdagochtend.
Zijn boosheid maakt plaats voor trots als hij ziet dat het een Roadster is. De volledig elektrisch aangedreven sportwagen is een ‘kind van de regio’, net als Edward zelf. De auto wordt een tiental kilometers verderop, in San Jose ten zuiden van San Francisco, ontwikkeld door Tesla. ‘Het is de toekomst voor de auto-industrie’, zegt Edward.
De taxichauffeur is bepaald niet de enige die er zo over denkt. Elektrisch rijden wordt breed gezien als een belangrijk wapen tegen de opwarming van de aarde en Tesla is een van fabrikanten die wereldwijd vooroploopt op dit gebied.
In de showroom van het bedrijf vlakbij San Jose staan vijf gloednieuwe exemplaren te wachten op een koper. Onder de ruitenwisser van een zesde zit een briefje waarop staat dat de auto is verkocht.
In de werkplaats achter de showroom staan vier auto’s van klanten ter reparatie en worden nog eens drie nieuwe exemplaren door monteurs van hun accu’s voorzien. Het zijn gevaarten van ruim anderhalve meter breed, 1 meter hoog en zo’n 50 centimeter diep.
‘Zeker in deze regio verkoopt de snelle sportauto goed’, zegt communicatiemanager Rachel Konrad. Volgens haar heeft de auto een gemiddelde actieradius van 360 kilometer (‘maar dan rij je dus niet de hele tijd 120’) en een topsnelheid van rond de 180 kilometer per uur. De nieuwprijs van de auto begint bij 109 duizend dollar in de Verenigde Staten en 84 duizend euro in Europa.
De kritiek dat elektrisch rijden pas duurzaam wordt als ook de benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, is haar bekend. Hoe milieuvriendelijk deze auto echt is, hangt dan ook af van de plek waar hij wordt opgeladen.
‘Op sommige plekken in Canada, waar de elektriciteit wordt opgewekt met waterkracht, is deze auto goed voor 98 procent minder CO2-uitstoot dan een auto met een conventionele motor. Maar op plekken waar de energie vooral uit kolengestookte centrales komt, halen we soms maar 30 procent winst.’
Dat elektrische auto’s een relatief beperkt bereik hebben voordat de batterij leeg is, is volgens Konrad geen probleem. ‘Journalisten beginnen daar altijd over’, zegt ze. ‘Maar ik heb nog nooit een klant gehad die er naar vroeg.’
Dat komt vooral doordat de meeste klanten hun auto ‘voor de fun’ kopen. ‘Als ze een lange reis willen maken, pakken ze hun grote SUV, en als ze boodschappen gaan doen, nemen ze hun stadsauto.’
Uit de opmerking van Konrad blijkt dat elektrisch rijden voorlopig alleen is weggelegd voor een zeer selecte groep. Dat beeld wordt bevestigd door de verkoopcijfers van Tesla, dat een van de grootste producenten is van elektrische auto’s ter wereld. Het bedrijf heeft sinds de oprichting in 2004 800 auto’s verkocht, waarvan 600 in de Verenigde Staten en 100 in Europa.
In 2012 of 2013 brengt Tesla weliswaar een sedan op de markt (die in de Verenigde Staten ongeveer 49 duizend dollar gaat kosten), waarmee op een breder publiek wordt gemikt, maar het totale marktaandeel zal, ook volgens het bedrijf zelf, klein blijven.
Van de Roadster zullen in de toekomst zo’n 1.000 tot 1.500 exemplaren per jaar gemaakt worden; van de sedan, vanaf 2013, ongeveer 20 duizend per jaar. Het zijn zeer beperkte aantallen op de ruim 900 miljoen auto’s die nu wereldwijd rondrijden (naar verwachting zal dat aantal de komende decennia oplopen tot 2 miljard).
Hoewel er natuurlijk nog andere fabrikanten van elektrische auto’s zijn dan Tesla en er steeds meer bij zullen komen, zal het aandeel van de elektrische auto’s volgens cijfers van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) voorlopig gering zal blijven.
Van de 80 miljoen nieuwe auto’s die in 2015 verkocht zullen worden, is zo’n klein deel elektrisch dat de IEA ze nog niet in zijn grafieken meeneemt. Van de ruim 100 miljoen auto’s die in 2025 worden verkocht, zullen minder dan 5 miljoen exemplaren elektrisch worden aangedreven.
Het is juist vanwege die kleine aantallen dat een toenemend aantal mensen meer heil ziet in het ‘vergroenen’ van de ‘bestaande vloot’, dan in het produceren van auto’s die volledig elektrisch zijn.
In de Verenigde Staten is Felix Kramer van het California Cars Initiative een belangrijke aanjager van deze beweging. Hij gelooft heilig in zogeheten plug-in-hybrids: auto’s die zowel een benzine- of dieselmotor hebben als een accu die via het stopcontact kan worden opgeladen. Dit in tegenstelling tot auto’s als de Prius die – nog – geen via het elektriciteitsnet oplaadbare accu hebben.
Kramers eigen plug-in-hybrid is overigens een Prius met een extra accu die via het net kan worden ‘bijgetankt’. Terwijl hij de extra batterij in de kofferbak laat zien, en de aansluiting waarmee die kan worden opgeladen via een normaal stopcontact, legt hij de logica uit.
‘Alle bestaande auto’s 25 procent schoner maken, is natuurlijk veel effectiever dan een heel klein deel 100 procent schoner maken. Helemaal omdat mensen op een dag gemiddeld maar een kilometer of veertig rijden. Dat kan precies met een volle batterij zoals we die nu gebruiken.’
De kosten voor het ombouwen van auto’s zijn de afgelopen jaren sterk gedaald. Kostte het een paar jaar geleden nog 10 duizend euro of meer, inmiddels kan het voor 2.000 euro.
Kramer erkent dat het bij de huidige benzineprijzen in de Verenigde Staten – het land dat nu nog de meeste auto’s heeft ter wereld – heel lang duurt voordat mensen zo’n investering hebben terugverdiend, maar hij wijst erop dat de overheid dat probleem met een subsidie kan oplossen.
Het enthousiasme van Kramer laat onverlet dat het aantal ‘omgebouwde’ auto’s wereldwijd voorlopig nog klein is. Officiële cijfers ontbreken, maar het aantal auto’s met alleen een benzine- of dieselmotor die is omgebouwd, schat Kramer voor de Verenigde Staten op ‘een paar honderd’ en daar komen dan nog eens zo’n duizend oplaadbare Priussen bij.
Het IEA verwacht dat tot 2040 het aantal plug-in-hybrids in de autoproductie ongeveer twee keer zo groot zal zijn als het aantal volledige elektrische auto’s.
Ook autofabrikanten zien inmiddels de kansen voor dit type hybride auto. Toyota vervroegde de introductie van een plug-in Prius van 2010 naar eind van dit jaar, en onder meer Chevrolet en Volvo hebben aangekondigd ook een stekkerhybride op de markt te brengen. Chevrolet doet dat met de Volt in 2010, Volvo komt in 2012 met een exemplaar.
Kramer is tevreden: ‘Batterijen zullen in de toekomst voor alle auto’s de energiebron zijn voor korte afstanden, benzine en diesel voor lange afstanden.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.