Het is een fantastisch idee, die Vleeswijzer (www.vleeswijzer.nl) van Milieudefensie en Varkens in Nood. In een oogopslag zie je of je kipfiletje een behoorlijk leven heeft gehad en hoe het met de milieubelasting is gesteld. Zelfs vleesvervangers kun je vinden op de Vleeswijzer, maar naast paarden- en geitenvlees schittert er nog een soort vlees door afwezigheid: wild.
Haas, konijn, hert, fazant, eend, wild zwijn; Nederlanders eten jaarlijks in totaal 12 miljoen kilo wild en het meeste daarvan wordt in de wintermaanden verorberd. Echt wild – alle beesten die we eten, maar niet fokken – is eigenlijk het ultieme biologische vlees, al heeft het geen EKO-keurmerk. Maar die zwijnen op de Veluwe hebben een leven als een karbonaadje op een vegetariërspicknick, zeker als je het vergelijkt met hun neefjes in de vee-industrie.
Aan wild komt geen antibioticum te pas, de dieren kunnen gaan en staan waar ze willen en komen als het goed is vrijwel stressloos aan hun eindje. De vrije jacht is in Nederland verboden: dat heet ‘stropen’. Jagers zijn mensen die een jachtakte hebben en daarvoor een jachtexamen hebben moeten afleggen. En met het ‘kopschot’ van een ervaren jager is het dier op slag dood: het vlees blijft mals.
De diervriendelijkheid van wild lijkt dus oké. Maar een groeiend deel van het ‘wild’ is helemaal niet wild. In de supermarkt zijn bijvoorbeeld konijn, kalkoen en eend altijd gefokt als er geen nadere toelichting bij staat. Die dieren leven in ellendige omstandigheden. Tam ‘wild’ als herten, struisvogels en fazanten loopt vrij rond op ruime terreinen.
Maar hoe staat het met de milieubelasting van wild? Slechts 5 procent komt uit eigen land: nauwelijks food miles. Van de rest komt krap eenderde uit Europa en meer dan tweederde uit landen als Argentinië en Chili (hazen), Zuid- Afrika (struisvogels) en Nieuw- Zeeland (herten). Dat wild wordt diepgevroren per boot vervoerd, waardoor de milieubelasting vrij laag is. Volgens Milieu Centraal is energiegebruik van veevoer nauwelijks een punt bij wild, omdat de dieren grotendeels hun eigen kostje bij elkaar scharrelen. De veehouderij draagt vooral bij aan de klimaatverandering doordat herkauwende runderen veel methaan uitstoten door boeren en scheten: dat is dus ook het geval bij wilde herkauwers als herten, reeën, gemzen en moeflons. Wild poept natuurlijk ook, maar die mest wordt weer in de kringloop opgenomen. Daarentegen veroorzaakt het overschot aan mest en het gebruik van kunstmest in de vee-industrie (en dus ook bij de opfok van ‘tam’ wild) milieuproblemen.
Wat is nu het meest milieu- en diervriendelijke wild? Wild uit Nederland lijkt op beide punten hoge ogen te scoren: lekker dichtbij, goed leven. Uit milieuoogpunt zijn wilde eenden, ganzen, fazanten, patrijzen, hazen en konijnen iets beter dan herkauwende herten. Daarmee staat ‘wild’ wild aan de groene kant van de Vleeswijzer, met ’tam’ wild als hert en struisvogel daar net onder. Tamme konijnen en eenden? Je kerstdiner kan beter zonder.
Nederlands hert, moeflon, zwijn en buitenlands wild:
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.