Een koningscobra.
Een koningscobra. © Thinkstock

Freek Vonk en team ontrafelen dna-codes koningscobra en tijgerpython

De dna-codes van de koningscobra en de tijgerpython zijn ontrafeld. Na de hagedis en de schildpad is de slang de derde reptielsoort waarvan de genetische bouwinstructies nu bekend zijn.

 
Slangen zijn extreem in bijna alles en daardoor fascinerend vergelijkingsmateriaal.
Freek Vonk

Een internationaal onderzoeksteam presenteerde de resultaten gisteravond. De Leidse bioloog en tv-presentator Freek Vonk is hoofdauteur van de studie naar de koningscobra, de grootste gifslang ter wereld.

Slangen evolueerden tussen de 100 en 200 miljoen jaar geleden vanuit hagedissen. Die verloren in de loop der generaties hun poten en ontwikkelden gifklieren. Kopieerfoutjes in genen spelen bij dergelijke veranderingen een cruciale rol, ontdekten Vonk en zijn collega's.

Grotere voortplantingskansen
Zo blijkt dat genen in de gifklieren van de koningscobra ook vaak voorkomen in andere organen, zoals het hart en de geslachtsdelen. Heeft een gen normaal de bouwinstructie 'doe je werk in het hart', dan kan die instructie door een kopieerfout plots veranderen in 'doe je werk in de gifklier'. Soms profiteert de slang van zo'n verandering. Zo'n slang heeft dan grotere voortplantingskansen.

'In de natuur heerst een continue biologische oorlogsvoering', zegt Vonk, die werkt bij Naturalis. 'Prooidieren ontwikkelen resistentie voor slangengif, in de slangen evolueert weer nieuw gif. Het is prachtig om de ontwikkeling van steeds weer nieuwe wapens terug te zien in de genen van de slang.'

Volgens Vonk was het de hoogste tijd om slangen-dna te ontcijferen. 'Slangen zijn extreem in bijna alles en daardoor fascinerend vergelijkingsmateriaal. Zo hebben slangen geen oogleden, zwevende ribben, één long, ga zo maar door. Door slangen-dna naast het dna van andere diersoorten te leggen, kunnen onderzoekers beter inschatten welke genen verantwoordelijk zijn voor een bepaalde functie.'

Pijnstillend effect
Volgens Ken Kraaijeveld - bioloog aan de VU Amsterdam en niet betrokken bij de slangenstudie - zit het onderzoek van Vonk goed in elkaar. 'Wel zijn veel van de gevonden genetische mechanismen al eerder beschreven bij andere giftige dieren, zoals schorpioenen en sluipwespen.'

Meer kennis van de biologie van dierengif leidt mogelijk tot toepassingen in de geneeskunde. Zo bevat slangengif een cocktail aan stofjes die ervoor zorgen dat een prooi zich stil houdt, zoals pijnstillers, bloedverdunners en verdovende middelen. Onderzoekers hebben een aantal van die stofjes in het vizier om patiënten te helpen. Vonk: 'Het pijnstillend effect van slangengif is soms wel duizend keer sterker dan morfine.'