Aantal Kroeskop-pelikanen: 3.754. Kwetsbaar. Profiteren van bescherming. Bedreigd door verstoring, elektriciteitsmasten en windmolens, droogleggingen en klimaatverandering.
Aantal Kroeskop-pelikanen: 3.754. Kwetsbaar. Profiteren van bescherming. Bedreigd door verstoring, elektriciteitsmasten en windmolens, droogleggingen en klimaatverandering. © Wild Wonders of Europe

Spectaculair herstel van bedreigde diersoorten

In Europa zijn veel grote dieren bezig aan een verrassende comeback. Hoe is dat mogelijk? Er was toch sprake van een crisis in de biodiversiteit en van alarmerende achteruitgang?

Met veel iconische diersoorten in Europa gaat het verrassend goed, ondanks alle verhalen over crisis in de biodiversiteit. Wisenten, wolven, bruine beren, bevers, zeearenden en vale gieren zijn allemaal bezig met een spectaculaire comeback. Vooral dankzij een decennialange bescherming.

Dat staat in een rapport van biologen en ecologen van The Zoological Society of Londen, BirdLife International en de European Bird Census Council, dat werd opgesteld in opdracht van de natuurbeschermingsorganisatie Rewilding Europe. Het rapport is woensdag in Londen gepresenteerd.

Het 'peer-reviewed' rapport, het eerste in zijn soort, belicht 37 Europese soorten (18 zoogdieren en 19 vogels) die sinds 1950 een opvallende wederopstanding hebben doorgemaakt, en brengt kwantitatief in kaart hoe de trends in populatieomvang en geografische verspreiding zijn geweest.

'Wij hebben bewust naar positieve verhalen gekeken'
Studies over biodiversiteit gaan altijd over achteruitgang, zegt medeauteur Stefanie Deinet van de Zoological Society. 'Wij hebben nu bewust naar positieve verhalen gekeken. We wilden begrijpen waarom deze soorten het zo goed doen, zodat we die lessen ook op andere soorten kunnen toepassen.'

Een mooi voorbeeld is de Euraziatische bever, zegt Deinet. Die is sinds de Middeleeuwen in vrijwel heel Europa uitgeroeid vanwege zijn vlees en pels. Begin vorige eeuw waren er in vijf geisoleerde gebiedjes nog 1.200 exemplaren over. Nu leven er door heel Europa weer bijna 340 duizend. 'Bevers zijn erg adaptief, maar dit succes is vooral te danken aan wettelijke bescherming.'

Alle soorten in het rapport doen het goed, maar met verschillen. De populatiegroei tussen 1960 en 2005 loopt uiteen van 10 procent voor de rode wouw tot 1.000 procent voor de kraanvogel, 1.500 procent voor de bever en meer dan 3.000 procent voor de brandgans en de witkopeend. De toename van zoogdieren was in West- en Zuid-Europa sterker dan in Oost-Europa.

Verspreidingsgebied vergroot
De zoogdieren in de studie, van de wolf tot de bever, hebben hun geografische verspreidingsgebied sinds 1950 gemiddeld met 30 procent vergroot. Voor de vogels is het areaal grotendeels stabiel gebleven, maar dat is het saldo van een flinke afname tot de jaren tachtig en daarna een groei, van 14 procent.

De gemiddelde populatiegroei van de bestudeerde soorten sinds 1950 is 5 procent per jaar. 'Dat betekent een verdubbeling elke 15 jaar', zegt medeauteur Ruud Foppen (Vogelbescherming Nederland / Sovon). 'Dat is een zeer gezonde ontwikkeling, bijna tegen het biologisch maximum aan.'

Het verhaal is voor de meeste soorten vergelijkbaar. Ze zijn sinds de 18de eeuw enorm achteruitgegaan door toedoen van de mens: teruggedrongen naar afgelegen gebieden, intensief bejaagd (Alpensteenbok, wisent, eland) of vervolgd (bruine beer, lynx, grijze wolf, monniksgier). Maar sinds enkele decennia vertonen ze een al dan niet spectaculair herstel. Niet alleen nemen de aantallen toe, ook wordt verloren terrein weer gekoloniseerd.

Het bekendste succesverhaal is natuurlijk de wolf, zegt Foppen. 'Die comeback had niemand verwacht.' Dat geldt ook voor de zeearend. 'We hebben de zeearend jarenlang in Nederland willen uitzetten. Sommige mensen zeiden: wacht maar eens af. En hij is inderdaad uit zichzelf gekomen. We hebben nu zeven of acht paren in Nederland, waarvan er vijf broeden.'

Belangrijkste succesfactoren zijn de wettelijke bescherming van soorten en specifieke beschermingsplannen, inclusief eventuele fokprogramma's en herintroducties. Inperken van jacht en pesticidengebruik (roofvogels) helpt. Bevorderlijk zijn ook de ontvolking van het Europese platteland - gemiddeld 28 procent sinds 1961 - waardoor dieren meer ruimte krijgen, en een toenemende tolerantie voor wilde dieren.

De les is duidelijk, zegt Foppen. 'Natuurbescherming werkt, zelfs voor zogenaamd moeilijke soorten. Soorten komen terug, vaak uit zichzelf, je moet ze alleen de kans geven. Als voedsel en leefgebied voorhanden zijn, hoef je soms alleen maar te stoppen met jagen. Zo kun je zelfs soorten terugbrengen die bijna uitgestorven zijn, zoals de wisent en de Iberische steenbok.'

Groot wild is stimulans voor wildernistoerisme
De auteurs en opdrachtgever Rewilding Europe, een organisatie die grote nieuwe wildernisgebieden wil realiseren in Europa, verwachten grote voordelen van de 'wildlife comeback'. De terugkeer van roofdieren als de wolf maakt ecosystemen gezonder, doordat ze populaties prooidieren reguleren; en grote grazers zoals wisenten brengen meer variatie in het (bos)landschap. Hierdoor is minder menselijk ingrijpen nodig en dat maakt natuurbeheer goedkoper. Meer groot wild is bovendien een stimulans voor de ontwikkeling van wildernistoerisme.

Deinet waarschuwt voor overdreven optimisme. 'Het herstel volgt op een langdurige achteruitgang. Veel soorten zijn nog niet uit de gevarenzone en hebben nog geen duurzame populatie.' Laat staan dat ze terug zijn op hun natuurlijke niveaus qua aantal en verspreiding. 'Dat is op een dichtbevolkt continent ook niet meer haalbaar.'

Dat het met een aantal Europese soorten goed gaat wil daarnaast nog niet zeggen dat het goed gaat met de Europese biodiversiteit als geheel.

Foppen: 'Ons rapport gaat over grote dieren die leven in grote natuurgebieden. Bij zulke soorten kun je een negatieve trend relatief makkelijk keren. Anders ligt dat bij soorten die bijvoorbeeld leven in agrarische gebieden, zoals weidevogels. Daar is de trend negatief, en veel moeilijker te keren.'