Verpauperde woningen in een Rotterdamse wijk.
Verpauperde woningen in een Rotterdamse wijk. © ANP

Planbureau: aanpak Vogelaarwijken mislukt

De vijf jaar geleden met veel bombarie door het kabinet-Balkenende IV aangekondigde speciale aanpak van de veertig slechtste wijken in Nederland, de 'Vogelaarwijken', heeft geen meetbaar resultaat opgeleverd. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in zijn rapport Werk aan de Wijk dat vandaag verschijnt.

In vier jaar tijd is ongeveer 1 miljard euro geïnvesteerd in de probleemwijken, voornamelijk door de woningcorporaties. Uit het breed opgezette SCP-onderzoek blijkt dat de verwachtingen van de in 2008 aangekondigde extra inspanningen niet zijn waargemaakt.

De vele projecten hebben de leefbaarheid en de veiligheid in de Vogelaarwijken niet vergroot. Ook is het niet zo dat meer bewoners uit deze veertig wijken zich uit de armoede hebben gewerkt.

In 2007 lanceerde toenmalig minister Ella Vogelaar (PvdA) het plan om met extra investeringen de veertig slechtste wijken in tien jaar tijd wezenlijk te verbeteren op de gebieden wonen, werken, leren, integreren en veiligheid. De veertig probleemwijken, met relatief veel allochtone bewoners en een gemiddeld laag inkomen, bungelden onderaan de 'slechte lijstjes', met hoge werkloosheid, hoge criminaliteit en veel sociale huurwoningen.

De SCP-onderzoekers volgden deze veertig wijken van 2006 tot 2012. Ze vergeleken de statistische gegevens ervan met die van woonwijken die net buiten de speciale aanpak vielen en waarin geen extra geld werd geïnvesteerd. Die wijken bleken zich op dezelfde manier te ontwikkelen.

Buurtparticipatie
In de intensieve wijkenaanpak werden naoorlogse flats gesloopt, koopwoningen gebouwd en huurwoningen verkocht. De gemeenten, de corporaties en de lokale organisaties organiseerden hulp voor problemen 'achter de voordeur', als ook een groot aantal sociale projecten waarin in veel gevallen de buurtbewoners zelf een actieve rol moesten spelen.

Opmerkelijk is dat de buurtparticipatie volgens het SCP juist is gedaald in de Vogelaarwijken, met name in de vier grote steden. Het SCP vermoedt dat het etiket 'achterstandswijk' demotiverend heeft gewerkt en de wijkproblematiek in de perceptie van veel bewoners juist zwaarder heeft gemaakt.

Een kleine groep bewoners is actief in de buurt. Veel andere bewoners houden zich afzijdig. Beleidsmakers denken vaak dat de bewoners in de 'krachtwijken' zich meer inspannen voor hun leefomgeving, maar dat komt doordat beleidsmakers vooral contact onderhouden met de kleine groep van betrokken bewoners, aldus het SCP.

Het enige instrument dat volgens het SCP een aantoonbaar positief effect heeft op de leefbaarheid en de veiligheid, is het grootschalig slopen van veelal naoorlogse flats en het bouwen van koopwoningen. De buurt ziet er dan beter uit en dat trekt meer mensen met een middeninkomen.

Crisis
Sinds 2012 wordt er minder geïnvesteerd in de veertig Vogelaarwijken. De heffing op woningcorporaties zonder bezit in deze wijken - waarmee een deel van de investeringen werd betaald - is afgeschaft. Ook is het Rijk gestopt met het geven van extra geld. De huizencrisis maakt het nog lastiger om koopwoningen in deze wijken te slijten aan kansrijk publiek.

Mogelijk waren de ambities bij de start te veelomvattend en was de aanpak daardoor te versnipperd en inefficiënt, suggereren de SCP-onderzoekers. 'Zeker in de huidige economische omstandigheden is het zaak te kiezen voor de meest effectieve maatregelen.'

Vandaag in de Volkskrant: Hoe een krachtwijk een probleembuurt werd.