Ze zijn er alweer tien jaar, de gratis kranten, en ze gaan niet meer weg. ‘Het fenomeen heeft zichzelf bewezen’.
Leenes (bijna 59) is inmiddels zelfstandig journalist/publicist. Hoogland (50) keerde terug naar De Telegraaf en werkt daar als algemeen eindredacteur.
Wat herinnert u zich van het begin?
Jelle Leenes (hoofdredacteur Metro 1999-2001): ‘Ik ging rondkijken in Zweden, in Stockholm, en was meteen verkocht. Ik heb twee, drie dagen in de metro gezeten en zag jong en oud in groten getale naar die gratis krant grijpen. Dat zal in de Randstad ook zo gaan, dacht ik.
‘We zouden na de zomer beginnen. Want in de zomer zakt de oplage in en neemt het aantal advertenties af. Maar toen kondigde De Telegraaf plotseling aan dat Spits op 21 juni zou verschijnen. Wacht eens even, zeiden wij toen, dan wij ook. Het was zinloos, maar we moesten mee. Gelukkig waren wij al veel langer met de voorbereiding bezig. Een maand voor de 21ste waren we klaar. Zij hadden nog niks, zij moesten binnen een paar maanden een krant uit de grond stampen.’
Wim Hoogland (hoofdredacteur Spits 1999-2005): ‘Het was een fantastische tijd. In drie maanden tijd hebben we een krant gemaakt. Vergaderen deden we niet, daar hadden we geen tijd voor. We zaten op een lege verdieping in de toren van het gebouw aan de Basisweg. Ga je gang maar, werd er gezegd. We moesten het allemaal zelf doen.
‘Het misverstand is wijdverbreid dat we alleen iets deden omdat Metro dat deed. Er lag al lang een plan om samen met het Gemeentelijk Vervoers Bedrijf een gratis krant in groot-Amsterdam uit te geven. Maar bij het GVB was het in financieel opzicht een chaos. Dus verdween het plan in de ijskast. Toen we van de plannen van Metro hoorden, zeiden we: dan wij ook. Want we zagen de commerciële mogelijkheden.’
21 juni 1999.
Leenes: ‘Twee nieuwe kranten die op dezelfde dag verschenen, dat hakte er qua publiciteit enorm in.’
Hoogland: ‘Zij kozen voor het Amstel Station, wij voor het Centraal Station. We hadden Michael Mols zover gekregen dat hij even langskwam, de voetballer. Een spits hè. Het was een idee van Frank Volmer, de uitgever.
‘Wij mochten de stations niet in, want we hadden niet zoals Metro een contract met de NS. Wij moesten de kranten buiten uitdelen. Dat pakte niet slecht uit. We hadden direct contact met de lezers. Praatje, krantje.’
Leenes: ‘De toenmalige staatssecretaris Rick van der Ploeg had met een beschilderd gezicht voor ons geposeerd. Hij stond op de voorpagina en hij was heel enthousiast. Hij geloofde dat deze nieuwe manier van krantenmaken succesvol zou worden.’
Wat waren de journalistieke ambities?
Leenes: ‘We wilden studenten en jonge werkenden, de groep 18- tot 35-jarigen, een gedegen nieuwsoverzicht bieden, een journaal op papier.’
Hoogland: ‘We wilden een krant maken die een snel nieuwsoverzicht bood van de afgelopen 24 uur. En de doelgroep was de jonge lezer die op weg was naar studie of werk. We haalden het nieuws van de persbureaus en lardeerden het met eigen human interest-nieuws. We konden ons geen grote redactie met dure verslaggevers veroorloven. We werkten met jonge mensen. Ik kreeg er maar eentje mee van De Telegraaf.’
Leenes: ‘Toen al kalfden de oplages van de betaalde kranten af. En internet kwam eraan. We hadden heel erg sterk het gevoel dat we ons moesten aanpassen aan de markt, aan de lezers. Dat was vernieuwend.
‘Het kostte weinig moeite om een redactie op te zetten. Eén advertentie in De Journalist leverde 350 reacties op, van jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, van iedereen. Het idee om een krant uit te delen op bepaalde plekken op bepaalde tijden, een krant die puur op nieuws was gericht, sloeg enorm aan.’
De betaalde dagbladen, en vooral vertegenwoordigers van de zogenaamde ‘kwaliteitspers’, hebben altijd met dedain over de gratis kranten gesproken.
Hoogland: ‘Ach, dat dedain was natuurlijk te verwachten. Maar we hadden niet eens de tijd om daar stil bij te staan. Op de lezersmarkt was Spits snel een succes. En commercieel gezien ook. We werden een factor bij de grote mediabureaus. We hadden advertenties van Albert Heijn in de krant, dat was een goed teken.’
Leenes: ‘In het begin waren ze gewoon bang. Angst voor het onbekende. Jullie eigen hoofdredacteur zei altijd: wij zijn een kwaliteitskrant. Maar dan zei ik altijd: kwaliteit heeft meerdere gezichten.’
Hoogland: ‘Tegenwoordig zitten Metro en Spits in het dagbladenoverzicht van Met het oog op morgen. Dat was vroeger ondenkbaar.’
En toen waren er plotseling vier gratis kranten, met De Pers en DAG.
Leenes: ‘Ze bouwden voort op het format van Spits en Metro. De Pers deed dat inhoudelijk, als link tussen de gratis kranten en de kwaliteitsmedia. DAG deed dat multimediaal, als link tussen print en internet. Dat is niet gelukt, in beide gevallen eigenlijk. De Pers heeft qua oplage en redactionele sterkte een enorme stap terug moeten doen en DAG bestaat niet meer. Vier spelers op de markt, dat was te veel.’
Hoogland: ‘De Pers doet leuke dingen, journalistiek gezien. Alleen de oplage is gigantisch teruggedraaid. Ook een gratis krant moet bereik houden en commercieel scoren. DAG is gewoon te laat begonnen.’
De toekomst?
Hoogland: ‘Het advertentieaanbod loopt terug. Voor gratis kranten is dat een nog groter probleem dan voor betaalde. Het moet niet heel lang gaan duren.’
Leenes: ‘Het verzadigingspunt is bereikt, qua oplage en advertenties. Van de totale oplage hebben de gratis kranten 25 procent in handen. Dat zullen ze vasthouden. Maar adverteerders kijken steeds meer naar online-mogelijkheden. En op internet onderscheiden de gratis kranten zich dus juist helemaal niet.’
Tot slot?
Hoogland: ‘Ik zie nog die volle treincoupés voor me, met al die mensen die de gratis kranten zaten te lezen. Waanzinnig.’
Leenes: ‘Gratis kranten zijn blijvers.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.