Braziliaanse koeien – leveranciers van leer en vlees – grazen waar ooit regenwoud stond.
Wat is de overeenkomst tussen Adidas, Knorr, Prada, BMW en Ikea? Dat ze allemaal gebruik maken van Braziliaanse koeien – als leveranciers van vlees en leer. En zij zijn niet de enigen. Greenpeace publiceerde deze week na drie jaar onderzoek een rapport waarin voor het eerst de aanvoerlijnen in kaart worden gebracht die lopen van het Amazonegebied naar de rest van de wereld; van de gekapte regenwouden naar de westerse winkels.
Het was geen toeval dat het rapport juist deze week naar buiten kwam. In Bonn zijn maandag 190 landen begonnen met verkennende manoeuvres die over een half jaar, in december, in Kopenhagen moeten leiden tot een nieuw klimaatakkoord. Daarvan zal de bescherming van tropische regenwouden, een natuurlijke opslagplaats voor het broeikasgas CO2, een belangrijk onderdeel zijn.
Dat landen als Brazilië en Indonesië in hoog tempo hun bossen kappen, is een feit. Maar het besef dat daar wat tegen te doen is, begint pas de laatste jaren goed door te dringen. De producten die uit de kaalslag voortkomen – hout, vlees, soja en palmolie – vinden uiteindelijk hun weg naar de consument. Als die stopt de spullen met verdachte ingrediënten te kopen, kan de ontbossing worden afgeremd.
Het probleem is dat de herkomst van producten en de ingrediënten daarin vaak onbekend is. Wie weet wat er in zijn pizza zit? Wie weet waar zijn schoenenleer vandaan komt?
‘In de productieketens neemt niemand echt zijn verantwoordelijkheid’, zegt Suzanne Kröger, campagneleider bij Greenpeace. ‘Wie wil de oorsprong van zijn ingrediënten achterhalen? Grote fabrikanten zeggen: ik krijg ze zo aangeleverd. Supermarkten zeggen: als de consument niet klaagt, hoeven wij het ook niet te weten.’
Greenpeace probeert die lacunes nu te vullen. Het rapport noemt drie grote slachterijen die vlees betrekken van veehouderijen in gekapte delen van het Amazonegebied. Die drie slachterijen mengen het vlees en leer met dat van boerderijen in andere delen van het land, waar geen tropisch regenwoud wordt gekapt. Op deze manier ‘witgewassen’ halffabricaten worden verkocht aan grote bedrijven in de rest van de wereld, die er producten van maken die we in de winkels zien liggen.
Van het geëxporteerde vlees gaat 7 procent naar Nederland. Slachterij Marfrig is de belangrijkste leverancier. De eindbestemming is niet per se de spreekwoordelijke hamburger – alleen Burger King en Makro kopen aantoonbaar vlees in dat uit de Amazone komt. Braziliaanse koeien blijken daarnaast in Nederland te eindigen in blikjes corned beef van Princes, te vinden bij Albert Heijn en Super de Boer, en in de Knorr-soepen en -sauzen van Unilever.
Volgens een woordvoerder van Unilever gebruikt het concern ‘maar heel weinig’ Braziliaans rundvlees. ‘En wat we gebruiken, komt uit het zuiden van het land, niet uit het Amazonegebied. Die garantie hebben we.’
Volgens Kröger is dat juist het probleem: die garantie is er nooit. ‘De vleesleverancier mengt het vlees. Daardoor weet je nooit waar het vandaan komt.’
Een ander product uit de Amazone is leer, dat via de Tong Hong fabrieken in Vietnam en China terechtkomt bij merken als Adidas, Nike en Clarks. Italiaanse merken als Prada, Gucci en Geox importeren het leer rechtstreeks van het Braziliaanse bedrijf Bertin. Ook Ikea neemt leer af van Bertin.
In een reactie zegt de Zweedse meubelgigant het onderzoek van Greenpeace ‘te verwelkomen’. Want: ‘Ikea is tegen ontbossing. Daarom is Ikea ook zelf begonnen de hele aanvoerketen van leer in kaart te brengen. Dat is een eerste stap die ons meer inzicht moet bieden in de precieze herkomst van ons leer, tot aan de veehouderij.’
Complicerende factor is wel dat de veeteelt niet de enige reden is dat het Braziliaanse regenwoud wordt gekapt, zegt Siemen van Berkum van het Landbouw-Economisch Instituut van de Wageningen Universiteit. ‘Houtkap is toch de belangrijkste oorzaak. Daardoor komt braakliggende grond vrij, die vervolgens wordt benut voor veeteelt. Wel is het zo dat de veehouders druk op dit proces uitoefenen, zeker wanneer de vleesprijs hoog is.’ 80 procent van het ontboste land wordt nu gebruikt voor veeteelt. Zo’n 20 procent van het oorspronkelijke Amazonewoud is inmiddels verdwenen.
De snelheid van de ontbossing is de afgelopen jaren wel afgenomen. In 2008 is half zoveel bos gekapt als in 2004. De Braziliaanse overheid claimt dat dat te danken is aan beschermende maatregelen. Of die trend structureel is, is echter de vraag.
Tot in de jaren negentig was Braziliaans rundvlees namelijk bijna volledig bestemd voor de binnenlandse markt – nu is dat nog maar 80 procent. De export van Braziliaans rundvlees is de afgelopen tien jaar verviervoudigd, en Brazilië streeft naar meer. Het wereldwijde marktaandeel (nu 30 procent) moet de komende tien jaar verdubbelen, volgens de doelen van de Braziliaanse overheid.
‘President Lula heeft een tweeslachtige houding’, zegt Kröger. ‘Aan de ene kant heeft hij aangekondigd de ontbossing te willen vertragen. Aan de andere kant investeert de overheid gewoon in de veehouderijsector. Het is een belangrijke economische tak. Uiteindelijk zal Brazilië geld willen zien om de bossen te laten staan.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.