Twitterende rechter: de wereld verandert en wij kunnen niet stilstaan

Door: Wil Thijssen − 20/10/12, 23:05
© ANP. Leendert Verheij.

De president van het gerechtshof in Den Haag Leendert Verheij twittert. Hij is een voorloper in de rechterlijke macht. 'We móeten met de buitenwereld leren communiceren.'

Begin dit jaar schreef hij:

Vanmorgen in toga in Paleis v Justitie (Prinsengracht). Vanmiddag met bouwhelm en laarzen in toekomstige PvJ (IJdock). #verhuizen

En, eerder:

Er is een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken, zei #Prediker al. Zal ook wel voor twitteren gelden :-)

Leendert Verheij (61) twittert. Dat is op zich niets bijzonders, ware het niet dat hij president is van het gerechtshof in Den Haag. Twitterende rechters zijn letterlijk op de vingers van één hand te tellen. Dat is geen toeval; binnen de rechtspraak woedt een discussie over de vraag of rechters er goed aan doen zich op sociale media te begeven. Immers: de rechter spreekt met zijn vonnis. Bovendien is in 140 tekens op Twitter elke nuance onmogelijk, zeggen sceptici.

'Dat is koudwatervrees, meent Verheij. 'Dat hadden we ook bij de vraag hoe we met de klassieke media moesten omgaan. Toen was ook de eerste reflex: niet doen. Alleen als het echt niet anders kan. Gaandeweg is in de organisatie redelijk breed het besef gegroeid dat dit een verkeerde uitgangspositie is.

Waarom?
'Er is een tijd geweest dat iedereen dacht: die rechters hebben ervoor doorgeleerd. We hadden een vanzelfsprekend gezag, er werd niet eindeloos gediscussieerd of een rechterlijke beslissing de juiste is. Dat is nu anders, met internet, waarop mensen à la minute reageren. In een open samenleving, waarin mensen heel makkelijk zich zelf een oordeel menen te kunnen vormen, is het van groot belang dat ze dat oordeel vormen op basis van de juiste feiten.

'Heel veel collega's zijn ontevreden over de beeldvorming rond de rechtspraak. Daar hebben ze last van, bijvoorbeeld tijdens rechterlijke dwalingen, rond het Wildersproces of met de bewering dat er veel te laag zou worden gestraft. Dan wordt vaak beschuldigend gewezen naar de media of advocaten die wél in tv-programma's aanschuiven. Dat kun je vervelend vinden, maar als je de beeldvorming geheel aan anderen overlaat, moet je het niet gek vinden dat die beeldvorming niet klopt. Ik zeg niet dat iedere rechter moet gaan twitteren, maar we moeten met de buitenwereld leren communiceren. We zullen het best weleens fout doen, maar we móeten het doen.'

Verheij maakte een twitteraccount aan in mei 2011, na een klacht over een plaatsvervangend raadsheer die een omstreden opmerking op een van de sociale media had gemaakt. 'Toen dacht ik: dat is een wereld waarin wij ons helemaal niet verdiepen, en dat is niet goed. Want die wereld was razendsnel in opkomst en wordt steeds belangrijker. Wij kunnen wel doen alsof het niet bestaat, maar het bestaat wél en we krijgen er straks zelfs zaken over.'

Begrijpt u de scepsis bij uw collega's?
'Ja. Wij moeten afstand houden, boven de partijen staan. Maar de wereld verandert en dan kunnen wij niet stilstaan. We moeten een balans vinden tussen afstand en betrokkenheid. In 140 tekens kun je inderdaad niks zinnigs zeggen. Maar dat kun je ondervangen door met linkjes in je tweets te werken naar toespraken die je hebt gehouden of naar artikelen die je hebt gezien. Onlangs kreeg ik viaTwitter een blog over rechtspraakinnovatie in Australië. Enorm interessant. Dat zou ik niet via normale bronnen op mijn bureau hebben gekregen. Ik vond het voor anderen ook belangrijk, dus ik heb het geretweet.'

'Als het wassen van andermans voeten', inspirerend boekje Jaap Lodewijks (Stentor) over #Franciscus en leidinggeven. Aanrader!

U twittert niet uitsluitend zakelijk. Waar legt u voor uzelf de grens?
'Ik associeer deze tweet niet met amusementswaarde. Mensen mogen best zien wat rechters op metaniveau buiten hun vakgebied doen. Ik ben bijvoorbeeld met leidinggeven bezig, en daarover gaat Jaap Lodewijks boekje.'

Sneeuw in het Heilige Land http://nrch.nl/79p via @nrc.Vorige week nog geweest. Net op tijd terug :-) Mooie foto's!

Sneeuw in Jeruzalem?
'Deze was uitzonderlijk. Ik zag een erg mooie foto in de krant en vond hem heel bijzonder; drie dagen daarvoor stond ik nog bij 16 graden op het Tempelplein, een dag later lag er sneeuw. Soms mag je als rechter best een andere kant van jezelf laten zien. Niks ivoren toren, niks wereldvreemd. Maar tegelijkertijd moet je ongelofelijk oppassen dat je er niet te veel het accent op legt. Tweets over op het strand zitten in je zwembroek zul je van mij niet zien. Dat interesseert me van anderen ook niet. Ik schrap mijn privépersoon niet weg, maar ik twitter primair in mijn hoedanigheid als bestuurder in de rechtspraak.'

Waar ligt de grens?
'Dat vind ik moeilijk om te bepalen. Die grens ligt uiteindelijk bij het aanzien van de rechtspraak. In al het gekwetter op Twitter ligt voor rechters een risico. Dat moeten wij echt niet willen, een rechter die privé allemaal dingen zit te doen. Iemand die zegt: ik ben rechter maar ik schrijf op persoonlijke titel, in welk medium dan ook, vind ik flauwekul. Het straalt af op jouw eigen gezag en het gezag van de beroepsgroep. En dat is een belangrijk criterium: het aanzien van de rechtspraak hoort voor ons wel centraal te staan.'

Maar hoe bepaalt u die grens?
'Dat dilemma kent iedere rechter van zijn gewone sociale contacten ook. Als ik op een feestje ben, vragen mensen mij vaak wat ik van een concrete strafzaak vind, zoals bijvoorbeeld de zedenzaak van Robert M. Wij moeten ons er voortdurend van bewust zijn dat het antwoord het aanzien van de rechtspraak kan schaden. Ik zal niets over zo'n dossier zeggen, maar ik kan wel vertellen wat zo'n zaak met een rechter doet. Ik heb zelf ook grote zedenzaken gedaan.'

Maar over de essentie van uw vak, een lopende zaak, kunt u nooit twitteren.
'Een journalist zal over zijn primeurs ook niet twitteren.'

Men zou uit uw tweets kunnen afleiden dat u een gelovig man bent. Is het voor een rechter verstandig zoiets prijs te geven?
'Nou, laat ik het omkeren, mensen moeten het weten, in die zin dat wij allemaal onze nevenfuncties moeten opgeven.'

Maar geloof is geen nevenfunctie.
Nee, maar uit die nevenfuncties kan wel blijken dat je gelovig bent. Als je, zoals ik, bepaalde kerkelijke functies hebt, hoor je die te publiceren. Ik speel ook een rol in de kerkelijke rechtspraak. Ik heb collega's van wie je weet dat ze actief zijn in een politieke partij. We zijn er terughoudend in, maar ik vind dat je er niet geheimzinnig over hoeft te doen. Zodra een rechter een toga aantrekt, is die in staat om, waar dat nodig is, afstand te doen van zijn persoonlijke opvattingen.'

Een van uw tweets, over uw collega Tom Schalken tijdens het proces-Wilders, leidde tot voorpaginanieuws in NRC Handelsblad.
'Hij was fout geciteerd, uit z'n verband gerukt. Ik heb dat in een ingezonden brief rechtgezet.'

Dat is precies waar uw vakgenoten bang voor zijn.
'Dat heeft niks met Twitter te maken, dat had me bij een toespraak of lezing ook kunnen overkomen. Met Twitter kun je juist zaken rechtzetten. Dat vindt via de klassieke media dan heel snel zijn weg naar het publiek.

'Neem het Wildersproces. Het OM zag niets in vervolging van de politicus. In een artikel 12-procedure vroegen de benadeelden het hof om het Openbaar Ministerie toch opdracht tot vervolging te geven. Als je zo'n beslissing niet goed uitlegt, denkt de leek: Wilders is al veroordeeld door het hof. Dat gaf ontzettend veel commotie. Er was zelfs een politicus, ene Mark Rutte, die zei: als dit de beslissing van het hof is, gaan wij de wet wijzigen. Op zo'n moment is het onze taak om uit te leggen dat het anders zit.'

Zit u ook op andere sociale media?
'Nee, mijn tijd is beperkt. LinkedIn is vooral voor je carrière, maar ik hoef niet meer zo veel aan mijn carrière te doen. En mijn indruk is dat Facebook toch meer een amusements- dan een informatieve functie heeft. Dat staat erg ver van mijn vakgebied.'

In Arnhem speelt de Facebookmoord.
'Dat is waar. Maar ik weet ook weinig van aardappelplantziekten, vliegtuigen die uit de lucht vallen, verkeerd geladen boten en tal van medische onderwerpen.Toch heb ik zulke zaken gedaan.'

Minister Opstelten noemde de rechtspraak afgelopen maandag 'in zichzelf gekeerd, onbereikbaar, ouderwets en wereldvreemd'.
'Hij zei erbij dat hij het scherp stelde, maar ik vond het te scherp. Omdat de werkelijkheid van de laatste twee, drie jaar echt wel een andere is. Wij zitten veel vaker in allerlei radio- en tv-programma's. Dat was vijf jaar geleden ondenkbaar. Wij zijn nog lang niet op het eindpunt, maar we zijn al een heel aantal stappen verder.'

mailIcon print |