Lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezingen (VLNR) Jolande Sap (GroenLinks), Diederik Samsom (PvdA) en Kees van der Staaij (SGP) tijdens het eerste tv-verkiezingsdebat, uitgezonden op Nederland 1 door de NOS.
Lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezingen (VLNR) Jolande Sap (GroenLinks), Diederik Samsom (PvdA) en Kees van der Staaij (SGP) tijdens het eerste tv-verkiezingsdebat, uitgezonden op Nederland 1 door de NOS. © ANP

'De verwende Nederlandse burger wordt met nogal wat narigheid opgezadeld'

Hoe overtuigend is de huidige generatie politici? Zal het hen lukken mensen mee te krijgen in de Politiek van de Sobere Sanering die opdoemt uit alle plannenmakerij van het Centraal Planbureau? Dat vraagt columnist René Cuperus zich af.

 
Europa moet zich aaneensmeden tot daadkrachtige wereldspeler
 
Allemaal willen ze dolgraag premier worden, of vicepremier, en hun partij jubelend een nieuw kabinet binnenloodsen.

Je zou het niet zeggen als je naar al die verkiezingsdebatten kijkt, maar de lijsttrekkers die je daar zo vrolijk-zenuwachtig ziet staan, zijn ten dode op- geschreven. Nou ja, zij kijken de politieke dood in de ogen. Allemaal willen ze dolgraag premier worden, of vicepremier, en hun partij jubelend een nieuw kabinet binnenloodsen. Tegelijk is dat ook hun allergrootste nachtmerrie. Want een harde politieke wet luidt: wie vandaag de dag regeert en ingrijpend hervormt, pleegt politieke harakiri.

Mensen houden niet van verandering. Ze houden nog minder van verandering in onzekere, turbulente tijden. In samenlevingen die zelf aan forse verandering onderhevig zijn. Niet dat de gemiddelde Nederlander de beroerdste is. Die wil best meegaan met de allernoodzakelijke aanpassingen en hervormingen. Als het echt niet anders kan.

Ruud Lubbers en Onno Ruding is het ooit gelukt mensen op de Albert Cuypmarkt over het financieringstekort te laten praten. Wim Kok lukte iets dergelijks met de WAO, al had hij met veel afhakers te maken. Hoe overtuigend is de huidige generatie politici? Zal het hen lukken mensen mee te krijgen in de Politiek van de Sobere Sanering die opdoemt uit alle plannenmakerij van het Centraal Planbureau?

Narigheid
De verwende Nederlandse burger wordt met nogal wat narigheid opgezadeld. Hij moet steeds later met pensioen, terwijl zijn levenslang opgespaarde pensioenuitkering steeds lager uitvalt. Hij ziet 'de vaste baan' door zijn neus geboord.

Tegelijk verdampen ontslagbescherming en WW-vangnet, en wie jonger is dan 25 of ouder dan 55 blijft een paria op de arbeidsmarkt. Ook wordt zijn hypotheekrenteaftrek zo'n beetje afgeschaft voor een huis dat minder waard wordt. En lopen zijn zorgkosten op voor steeds minder zorg. De euro in zijn portemonnee wordt duur betaald door overheveling van miljardentransfers naar Zuid-Europa en bevoegdheden naar Brussel.

Wie deze verkiezingen ook gaat winnen, welk kabinet er ook aantreedt: de Politiek van de Sobere Sanering zal een heftig beroep doen op de veranderingsbereidheid van de Nederlander. Te vrezen valt dat die veranderingsbereidheid niet in heel goede conditie is. Dat heeft met twee dingen te maken: met het ontbreken van een inspirerend vooruitgangsgeloof; en met een afnemend gevoel dat het er in de samenleving fair en rechtvaardig aan toe gaat.

Het ontbreken van een gedeeld idee van vooruitgang doet zich het sterkst bij Europa voelen. Niet alleen is er de eurocrisis - speelbal van financiële markten en spelbederver van Europese solidariteit -, ernstiger nog is het pessimistische verhaal dat over het Avondland heen hangt.

Eén stem
Willen 'Wij' niet het onderspit delven in de nieuwe globale wereldorde, en geen Rollator Museum Europa worden, dan zal Europa zich aaneen moeten smeden tot een daadkrachtige wereldspeler met één stem. Dat is, anders dan sommigen denken, een weinig inspirerende redenering, omdat die gespeend is van elk realisme en een beroep doet op een Vals Europees Wij.

Op een soortgelijk 'Vals Wij' stuit de Politiek van de Sobere Sanering ook nationaal. Om te beginnen botst de stoere taal van 'niet doorschuiven, maar aanpakken' en 'met z'n allen de mouwen opstropen' op de kloof die er in de samenleving bestaat tussen 'financieel zekeren' en 'financieel onzekeren'. Tussen mensen van wie inkomen en baan enorm afhankelijk zijn van politieke beslissingen en beleidshervormingen, en meer welvarenden die met hun 'appeltjes voor de dorst' tamelijk resistent zijn voor ingrijpend overheidsbeleid. Verder is daar de inmiddels veelbesproken lifestyle-kortsluiting tussen hoger- en lageropgeleiden, die ook zichtbaar is in de polarisatie tussen de 'populistische flanken' en de politiek-bestuurlijke mainstream.

Daar komt nog bij het wegvallen van de verzorgingsstaat als 'laatste buffer van rechtvaardigheid'. Mensen hebben op zijn minst het gevoel dat de vertrouwde bescherming van de naoorlogse verzorgingsstaat beetje bij beetje is verdwenen. Rechts heeft de verzorgingsstaat ideologisch gesloopt met zijn obsessie voor individuele verantwoordelijkheid en afkeer van belasting. Links heeft de verzorgingsstaat ondermijnd door migratie en Europese integratie.

Dit alles heeft de bereidheid tot verandering dramatisch aangetast. Politici zullen er nog een hele hijs aan hebben om, onder dit labiele gesternte, hervormingen geaccepteerd te krijgen.

Wie politiek wil overleven, vermijdt liever de hitte in de keuken.

René Cuperus is cultuurhistoricus en columnist voor de Volkskrant.