De Nederlandse multimiljonair Louis Reijtenbagh probeerde een zelfportret van Rembrandt te verkopen, terwijl het schilderij als onderpand diende voor miljoenenleningen.
Dit blijkt uit documenten van de Amerikaanse rechtbank waarover de Volkskrant beschikt. Hierin staat beschreven dat vertegenwoordigers van de Amerikaanse zakenbank JPMorgan Chase vorig jaar december ontdekten dat drie kunstwerken uit de omvangrijke collectie van Louis Reijtenbagh uit zijn appartement in New York waren verdwenen.
Het werk van Rembrandt, het kostbaarste uit de verzameling, is er een van. Andere werken waren De bocht van de Herengracht van Gerrit Berckheyde, dat door het Amsterdamse Rijksmuseum is gekocht, en een beeld van Alberto Giacometti. Het was Reijtenbagh contractueel verboden zijn collectie, die als onderpand voor de miljoenenleningen gold, te verplaatsen. Verkopen was helemaal uit den boze.
Sotheby's
Vandaag dient een kort geding van ABN Amro bij de Amsterdamse rechtbank. De bank heeft, net als JPMorgan, leningen verstrekt aan Reijtenbagh met de kunstcollectie als onderpand. De waarde van het zelfportret van Rembrandt wordt volgens de Amerikaanse documenten geschat op 10 miljoen dollar (7,7 miljoen euro). Het is niet bekend waar het schilderij zich op dit moment bevindt. Veilinghuis Sotheby’s in Londen zou de Rembrandt onlangs hebben geprobeerd te verkopen.
In maart vorig jaar werd het zelfportret op de Maastrichtse kunstbeurs TEFAF aangeboden voor 18 miljoen euro. Kunsthandel Noortman Master Paintings had het schilderij in beheer om te verkopen. In juni 2008 bood Noortman het schilderij bij de Londense Simon Dickenson Gallery te koop aan. De kunsthandelaar wil niet ingaan op vragen over Reijtenbagh.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.