*

 

Een auto is een mooie vrouw

Rutger Pontzen − 17/04/09, 08:14

Lange benen, slanke taille, krullende haren. Car girls sturen de blik, eerst naar zichzelf en dan naar de auto. Jacqueline Hassink bracht hen in beeld, zonder zelf een car girl-fotografe te worden.

  • Fiat Girl,Shanghai

Natuurlijk was het achteraf een beetje dom. Ik ging een paar dagen na de opening naar de AutoRAI om er de befaamde car girls te zien. Op de beurs liepen duizenden mensen rond, de meesten mannen. Sommigen met hun vrouw, een enkeling achter de kinderwagen. Het rook er naar hamburgers, Thais eten en vers rubber. En bij de stands kon je je laten informeren door autoverkopers met blauwe stropdassen en verfrommelde overhemden.

Maar van luchtig geklede modellen op hoge hakken, gedrapeerd over de motorkap, bij openstaande portieren, op een ronddraaiend plateau naast een glimmende bolide was geen spoor te bekennen. Ze waren er niet.

Car babes
Iedereen had het kunnen weten. Want car babes zijn er niet voor de doorsnee bezoeker. Ze zijn er alleen voor fotografen tijdens de persdagen en voor genodigden tijdens de opening. Voor hen poseren ze hun lange benen, slanke taille en krullende haren. Laten ze zien hoe ze met hun vingertoppen de lak betasten, achter het stuur zitten en hun bevallige enkel net even buiten het portier steken, zacht over de spoiler aaien of met de elleboog op het dak leunen.

Het mag een cliché zijn, maar dan wel een met eeuwigheidswaarde. Alsof het nooit anders is geweest: babes verhogen de attentiewaarde. Ze richten de blikrichting, eerst naar zichzelf en dan naar de auto. Ze zijn er voor het plaatje, de afbeelding die de wereld rond gaat.

Uitstraling en imagebuilding, daar gaat het om. Zomaar een blik vrouwen opentrekken is er niet bij. Automerk, klantenkring, vrouw, kleding en pose moeten bij elkaar passen en het imago versterken. Een bikinimeisje met navelpiercing naast een Mercedes kan niet. Het is net zo ondenkbaar als een vrouw in een bordeauxrood broekpak naast een Alfa.

Boek
Hoe nauw dat luistert, is te zien in het boek Car Girls van Jacqueline Hassink dat op de opening van de AutoRAI werd gepresenteerd. Zes jaar lang fotografeerde Hassink op alle grote autobeurzen ter wereld – in Tokio, Shanghai, New York, Genève, Parijs, Frankfurt en Detroit – om een globaal beeld te krijgen van wat voor soort auto’s door welke vrouwen in welke kledij op welke beurs getoond worden. Het is een fraai onderzoek.

Afgaande op haar resultaten blijkt hoe stereotype de autowereld is. Niet alleen vanwege de hardnekkigheid waarmee aan bepaalde carrosserievormen wordt vastgehouden, maar ook om de wijze waarop automodellen worden gepresenteerd. En wat voor vrouwen daarbij nodig zijn. Degelijke blondines bij Volvo, robuuste types in kakikleding bij de Jeep, Aziatische prinsessen in galajurken bij het chiquere Lexus.

En dat Alfa Romeo en Fiat de meest sexy dames hebben, met de kortste rokjes en een suggestieve inkijk in het decolleté. Italiaanse automerken met een Italiaanse clientèle en een Italiaanse inborst van kijken, lonken en verleiden. Het beeld is even voorspelbaar als een uitzending van Rai Uno, waar altijd wel een paar dames in bikini aan weerszijden van de presentator wezenloos de camera en het publiek in kijken.

Spektakel en glitter
Toch is de fotografie van Hassink atypisch voor het genre waarin ze juist geïnteresseerd is. Dat komt natuurlijk door het doel dat de Nederlandse zich heeft gesteld: een beeld te geven van het fenomeen car girl, zonder zelf een car girl-fotografe te worden. Hassink gunt ons, als journalistieke buitenstaander, een blik achter het spektakel en de glitter. Hoe de vrouwen bij de auto’s staan, en hoe het publiek weer naar hen staat te kijken. Haar foto’s zoomen in en uit, richten zich op details of op de omgeving waarin de vrouwen moeten ‘presteren’.

Die onderzoekende, en daardoor relativerende benadering staat haaks op hoe car girls normaliter in beeld worden gebracht voor posters en reclamecampagnes. Niks onderzoek of relativering, maar ‘in zijn vijf’ met volle kracht vooruit. Regelrechte erotiek die elke mecanicien doet smachten naar het einde van de maand, als hij weer een bladzijde mag omslaan van de Pirelli-kalender – waarop tegenwoordig geen autoband meer op te bekennen is.

De autobranche geldt als een traditionele, conventionele, zeg maar, ronduit conservatieve wereld. Lang zijn benzine en diesel de kurk geweest waarop de industrie dreef , ongeacht oliecrisis en klimaatveranderingen. En nu iedereen zich richt op elektromotoren en hybridemodellen, vraagt niemand zich af wat het weggooien van een accu betekent. Deze week werd ook nog eens bekend dat het gebruik van biodiesel desastreus is voor motoren van rooimachines, shovels en graafmachines.

Alles of niets
De autowereld is er een van alles of niets, en altijd veel te laat. Denk aan de moeizame introductie van veiligheidsriemen, airbags, roetfilters en alternatieve brandstoffen. En denk dus aan de manier waarop in de beeldvorming de mannelijke genen worden gekieteld en de vrouwelijke consument wordt vergeten.

Inspelen op het groeiende aantal vrouwen dat dagelijks achter het stuur naar het werk rijdt of de kinderen van school haalt, is er niet bij. Er bestaat geen ‘beeldende’ strategie om vrouwen tot meer en duurdere aankopen te stimuleren (hoewel tv-spotjes tegenwoordig meer en meer mikken op wagens voor het hele gezin). Vrouwen besluiten sowieso niet op een beurs om tot aanschaf over te gaan. En dus staan er geen mannelijke modellen naast de auto. Want, zoals de algemene veronderstelling luidt: mannen kopen een auto met hun hart (of hun pik); vrouwen met hun verstand.

Ze oriënteren zich via websites en advertenties. En ze letten op andere zaken: of het interieur ruim genoeg is voor een kinderzitje, de auto een ruim handschoenenkastje heeft, er een bekerhouder aan boord is en het benzineverbruik niet te hoog. Praktische overwegingen die je met geen enkel fotomodel van welke geslacht ook kan beïnvloeden.

Overigens zijn er wel degelijk vrouwen die auto’s ontwerpen. Li Edelkoort kreeg bekendheid met ‘haar’ Nissan Micra. Het compacte wagentje met de ronde vormen en familiaire uitstraling werd in 1993 uitgeroepen tot auto van het jaar. Volvo ontwikkelde tien jaar later een all female design met de YCC (Your Concept Car) door een team van vrouwen onder leiding van Lena Ekelund en Anna Rosen. Resultaat: een sportieve coupé met vleugeldeuren, vuilafstotende lak, afritsbare bekleding die past bij de vloermatten en sensoren voor makkelijker inparkeren. En vorig jaar werd de Chevy Malibu Car – van de eerste vrouwelijke interieurmanager bij General Motors, Crystal Windham – de Noord-Amerikaanse auto van het jaar. Kenmerken, zoals Windham zelf vertelde: stylish, met duotoonkleuraccenten en een opbergruimte in de tussenconsole ‘waarin je een handtas kan opbergen’.

Lekker kontje
‘Prachtige curven’, ‘een lekker kontje’ en, zoals de Engelsen zeggen, ‘a beautiful waistline’ – alleen al de gebruikte terminologie verwijst naar een goddelijke twee-eenheid van auto’s en vrouwen (in die volgorde). De terminologie verwijst ook naar wat mannen eigenlijk in gedachten hebben als ze een auto aanschaffen: dat ze een vrouw willen kopen. Maar wel met de nodige paardenkrachten onder de motorkap, een fikse acceleratie en een pittig pookje – wat weer masculiene eigenschappen zijn. Het uiterlijk van een auto moet er vrouwelijk en verleidelijk uitzien, maar eenmaal achter het stuur moet het gevaarte het asfalt van de straat kunnen scheuren.

Het zijn complexe codes, tekens en heimelijk verbintenissen, met veel Freudiaanse finetuning. Hoewel het basisprincipe zo helder is als ongelode benzine: auto’s dienen als substituut voor mannelijkheid, en dus als identificatie met een vrouwenlichaam. In alles blijkt dat erotiek het leidend beginsel is van hoe auto’s en vrouwen in de mannelijke geest samensmelten. En daarin staat de wereld van de cabrio’s, Four Wheel Drives, SUV’s en turbo’s niet alleen.

Een verzameling billen, borsten en geëpileerde benen in combinatie met een macho voorwerp – de opwinding en verleiding die daardoor bij het mannelijke kooppubliek moet ontstaan kent zo zijn archetypische verschijningsvormen. Blader de huis-aan-huisfolders door en bekijk de websites, en je ziet het patroon: een langbenige vrouw op naaldhakken achter een grasmaaier, een bikini babe met oplaadbare boormachine in haar knuistjes, de rondborstige ‘brandweervrouw’ met schuimblusser.

Subtiliteit?
Stereotype reclames gaan zelden samen met raffinement en subtiliteit. Dat deze apparaten niets met de vrouwen in kwestie van doen hebben, en deze vrouwen de getoonde artikelen nooit zullen gebruiken, staat wel vast. Belangrijker is, dat deze reclameboodschappen minder zeggen over het domblondjegehalte van de modellen, maar meer over de basale denkwijze van de kopers, en over de firma’s die het spul letterlijk ‘aan de man’ willen brengen.

Het geldt voor tuingereedschap, boormachines en brandblussers. Het geldt ook voor auto’s. In de wereld van toys for boys zijn het de mannen die het meest clichématig zijn. En dan pas de car girls.

mailIcon print |