Marc Peeperkorn −
31/01/12, 04:00
Premier Mark Rutte tijdens de persconferentie na de eurotop.
© epa
Het nieuwe euroverdrag mist hier en daar tanden, maar het is wel een stapje vooruit. Er is reden voor voorzichtig optimisme.
De kop is eraf, de eerste EU-top van het jaar is maandag soepel verlopen. Eindelijk weer eens een top die niet vooraf door regerings- en opinieleiders als 'cruciaal' of 'de laatste kans' was bestempeld. Komt de euro soms in rustiger vaarwater?
In ieder geval hebben premier Rutte en zijn EU-collega's een nieuwe poging ondernomen om de financiële markten tot rust te brengen. Op de Britse en Tsjechische premiers na, gingen ze akkoord met een elf pagina's tellend euroverdrag dat de begrotingsdiscipline verder aanscherpt. Minister De Jager van Financiën sprak vorige week over 'het strengste verdrag ter wereld'.
Dat laatste is overdreven, maar het nieuwe verdrag voegt wel degelijk iets toe aan de bestaande (veelvuldig geschonden) begrotingsafspraken. Zo moet ieder euroland wettelijk verankeren dat op afzienbare termijn zijn begroting in evenwicht is. Loopt het tekort toch te ver op, dan kan de Europese Commissie vrijwel automatisch een strafprocedure tegen de zondaar openen met miljardenboetes als ultieme sanctie.
Wat het nieuwe euroverdrag niet bevat, is de mogelijkheid landen die de regels telkens aan hun laars lappen hun stemrecht te ontnemen. Nederland wilde dat graag, maar kreeg onvoldoende steun. Ook mist het verdrag tanden tegen landen wier staatsschuld te hoog blijft. Hier lagen Frankrijk, Italië en België dwars. Dat stelt de markten niet gerust.
Stapje vooruitAl met al is het euroverdrag niettemin een stapje vooruit, zelfs al is veel van wat er in staat al mogelijk onder de huidige regels. Psychologie en perceptie spelen een belangrijke rol bij investeerders. Als het nieuwe verdrag hen geruststelt, geldt dat ook voor de leiders.
Met striktere begrotingsdiscipline is de euro nog niet gered. Van groot belang is dat Griekenland, na twee jaar balanceren op de rand van een faillissement, weer vaste grond onder de voeten krijgt. Daarvoor moeten allereerst de banken snel instemmen met een gevoelig verlies op hun Griekse obligaties: ruim de helft van hun vorderingen wordt afgestempeld. De vertegenwoordigers van de banken verwachten deze week een doorbraak.
Verder moet Griekenland zijn bezuinigings- en privatiseringsbeloften nakomen. De reputatie van Athene in deze is bar en boos. Duitsland speelt met de gedachte de Griekse regering financieel onder EU-curatele te stellen. Zonder bankendeal en zonder bezuinigingen krijgt Griekenland geen nieuwe noodlening (130 miljard euro) van de EU en het IMF en zit het in maart zonder geld.
Dan is er de andere zwakke schakel in de eurozone: Portugal. Het land kreeg vorig jaar een noodlening van 78 miljard euro van de EU en het IMF. De Portugese regering heeft sindsdien grote hervormingen afgekondigd maar de markten hebben er vooralsnog geen vertrouwen in. De rente waartegen Portugal zou moeten lenen, steeg maandag tot een nieuwe recordhoogte. In de Brusselse wandelgangen wordt gefluisterd over een nieuwe lening van 30 miljard voor Lissabon.
In maart wacht de regeringsleiders een volgende heikele maar noodzakelijke discussie: verhoging van het permanente Europese noodfonds. De gereserveerde 500 miljard euro wordt door de markten als onvoldoende gezien. De verwachting is dat de resterende gelden uit het tijdelijke noodfonds (ruim 250 miljard) naar zijn permanente broertje worden overgeheveld.
Zwakste schakelBegrotingsdiscipline en een financieel vangnet zijn echter niet voldoende om stabiliteit in de eurozone te krijgen. Net zo hard nodig zijn groei en banen. Ook hiervoor gaven de regeringsleiders maandag een eerste aanzet, zij het met nieuwe deadlines voor oude beloften.
Daarmee is tegelijk de zwakste schakel in de eurozone blootgelegd: het niet nakomen van afspraken. De leiders kunnen miljoenen banen voorspiegelen, tientallen miljarden in Griekenland en Portugal stoppen, honderden miljarden in het noodfonds en de begrotingsdiscipline in titanium graveren, maar als de premiers bij thuiskomst hun plechtige toezeggingen als vanouds negeren, wordt de crisis niet opgelost.
Juist op dit punt is er evenwel reden voor voorzichtig optimisme. Sinds eind vorig jaar beschikt de Europese Commissie over aanzienlijk meer macht om landen met onverantwoord financieel beleid tot de orde te roepen. Vijf landen kregen een waarschuwing, vier kozen eieren voor hun geld en gaan extra bezuinigen. Alleen Hongarije ligt nog dwars, maar dat zal volgens betrokkenen niet lang duren.
Ook over Italië en Spanje klinken voor het eerst in lange tijd hoopgevender geluiden: de rente die zij moeten betalen, daalt dankzij rigoureuze besparingen en hervormingen. Pas als deze trend doorzet, het noodfonds wordt versterkt en Griekenland en Portugal geholpen, is er tegen de zomer kans op rust rond de euro. En hoeft Rutte zijn EU-collega's niet langer iedere maand te zien.
Lees meer in de Volkskrant