Het gaat slecht met de honingbij. Hoe erg is dat?

Gerard Reijn en Ben van Raaij − 07/06/11, 13:24
Een imker met zijn honingbijen © AFP

Het gaat slecht met de honingbij. Deze belangrijke bestuiver neemt wereldwijd al jaren in aantal af. Dit kan grote gevolgen hebben voor de land- en tuinbouw, waarschuwt de Verenigde Naties. Hoe erg is het en wat is de belangrijkste oorzaak? Daarover lopen de meningen uiteen.

In de hele wereld, vooral in Noord-Amerika en Europa, is een grote bijensterfte aan de gang. De jaarlijks sterfte is vaak wel 30 procent en het aantal volken keldert - met soms 85 procent - in Noord-Amerika, Europa, het Midden-Oosten en China. En ook in Nederland. Het cijfer over afgelopen winter is nog niet binnen, maar in 2009-10 was het 29,1 procent, drie maal hoger dan normaal.

Organisaties als de Rabobank, de Wereldvoedselorganisatie FAO en de Verenigde Naties (preciezer: het United Nations Environment Program, UNEP) wijden alarmerende rapporten aan de bijensterfte, waarin zelfs over het uitsterven van de honingbij wordt gespeculeerd.

Eénderde van al het voedsel
Eénderde van al het voedsel in de wereld is 'tot op zekere hoogte' afhankelijk van bestuiving door dieren, schreef de Rabobank dit voorjaar in een rapport, en in 80 procent van de gevallen vindt die bestuiving plaats door honingbijen. De wereldvoedselorganisatie FAO stelt in een recent rapport dat van de honderd belangrijkste gewassen (die samen 90 procent van het voedsel produceren), er 71 door insecten moeten worden bestoven.

De VN spreekt van een mogelijk naderende 'bestuivingscrisis'. En dat zou een hele grote crisis kunnen zijn. Het VN-rapport stelt dat de waarde van de bestuiving door insecten ligt tussen 22,8 miljard en 57 miljard dollar per jaar, maar er zijn ook schattingen dat het zelfs om 150 miljard per jaar zou gaan.

De oorzaken
Het is nog onduidelijk wat de belangrijkste oorzaak is van de bijensterfte, ook wel verdwijnziekte of Colony Depopulation Syndrome (CDS) genoemd. Het VN-rapport noemt een hele reeks factoren, waaronder de afnemende plantenrijkdom door de schaalvergroting in de landbouw en de verstedelijking, de opmars van invasieve parasieten, bacteriën en virussen, nieuwe bestrijdingsmiddelen, luchtvervuiling en klimaatverandering.

Bovendien wordt de bij, al eeuwen 'verhuisdierlijkt', genetisch steeds armzaliger. Door een steeds eenzijdiger dieet vermindert zijn weerstand tegen parasieten, ziektes en gewasbeschermingsmiddelen.

De meeste bijenonderzoekers bevestigen dat het om een complex van factoren gaat, maar over de rol van gewasbeschermingsmiddelen bestaat een grote controverse.

Neonicotinen
Het gaat dan vooral over neonicotinen als Imidacloprid, ook wel systemische insecticiden genoemd. Ze zijn begin jaren negentig ontwikkeld door Bayer Cropscience, een dochterbedrijf van het Duitse chemieconcern, en hebben sindsdien de markt veroverd. Zaden van landbouwgewassen worden ermee behandeld, waarna de planten langdurig beschermd zijn tegen insecten. Zelfs tot in het stuifmeel dringt het gif door, tot schade van de bijen. Het gif tast hun zenuwstelsel aan.

Een andere factor zijn de imkers. Dat is een vergrijzende groep van vooral hobbyisten die niet altijd de beste aanpak hanteert, waardoor de een veel volken verliest en de ander weinig.

Alle bijenonderzoekers het wel eens over maatregelen om de bijensterfte tegen te gaan op de korte termijn: het is belangrijk alvast maatregelen te nemen die de algehele vitaliteit van de bij kunnen opkrikken, zoals het aanplanten van groengordels met veel wilde bloemen. Een gevarieerd stuifmeelmenu maakt bijen gezonder en daarmee ook beter bestand tegen insecticiden.

Fruit
Maar wat nu als bijen écht schaars worden? Of uitsterven? Eten we dan nooit meer aardbeien of kersen? Frank Maas, fruitdeskundige aan Wageningen UR, denkt dat dit meevalt. Als de honingbij verdwijnt, zijn er nog andere insecten die het werk kunnen overnemen, zoals wilde bijen en hommels. Die hebben zelfs voordelen boven de honingbij. 'Wilde bijen zijn veel efficiënter in het bestuiven. Hommels hebben het voordeel dat ze ook bij koud weer uitvliegen, en dat ze niet zo ver vliegen als honingbijen. Soms zet een fruitteler een bijenkast in zijn boomgaard, maar dan vinden die bijen een paar kilometer verderop iets lekkerders. Dan ben je ze kwijt. Met hommels overkomt dat je niet.'

Zelfs zonder insecten zal er fruit zijn. Veel fruitrassen zijn zelfbestuivend. Een beetje wind is dan genoeg om stuifmeel op de stamper te krijgen. En dan heb je nog de groeibevorderaars, stoffen die vrijkomen uit de zaden die zich na succesvolle bestuiving in de vrucht ontwikkelen. Maas: 'Als de bloem niet bevrucht wordt, kun je door groeibevorderaars te sproeien toch nog fruit aan je bomen krijgen.'

Collega Tjeerd Blacquière tilt veel zwaarder aan het mogelijk verdwijnen van de bij. 'In meer dan 80 procent van de te bestuiven teelten in de gematigde en sub-tropische regio's is de honingbij de geschiktste bestuiver. Voor grootschalige teelten is de honingbij eigenlijk de enige geschikte bestuiver. Het wegvallen van de honingbij zou dan ook tot een regelrechte economische en voedselzekerheidsramp leiden.'

Lees het uitgebreide verhaal in de Volkskrant van vandaag

mailIcon print |