Elke week op VKGeschiedenis.nl: een column over het actuele verleden. Vandaag: Willem de Bruin over de christendemocraten tijdens formaties.
In de PvdA werd vaak jaloers naar het CDA gekeken: hoe kwam het toch dat de christen-democraten de gelederen altijd gesloten wisten te houden? Toch was er in het CDA vanaf de dag van de oprichting sprake van twee stromingen rond de vraag: gaat het in de eerste plaats om het veroveren van de macht of om het uitdragen van de eigen beginselen? De dissidenten van nu hadden hun voorgangers, al heetten ze toen vreemd genoeg ‘loyalisten’.
De fusie in 1980 tussen de katholieke KVP, de gereformeerde ARP en de op hervormden gerichte CHU, die samen verder gingen als Christen-Democratisch Appèl (CDA), was er een uit noodzaak. De drie confessionele partijen zakten bij iedere verkiezing verder weg.
Vooruitlopend op een formele fusie trokken de drie partijen bij de verkiezingen van 1977 al gezamenlijk op en vormden ze één Kamerfractie. Electoraal deed het CDA het bij deze eerste test niet slecht. Met 49 zetels – één zetel meer dan de drie partijen in 1972 behaalden - waren de christen-democraten in een keer de tweede partij van het land. De grootste klapper werd toen echter door de PvdA gemaakt. Den Uyl zag zijn premierschap ondanks de voortijdige val van zijn kabinet beloond met 53 zetels, een winst van 10 zetels.
Overmoed en arrogantie
Een combinatie van overmoed en arrogantie werd de PvdA desondanks fataal. Het beoogde kabinet Den Uyl II kwam er niet. Na maanden van onderhandelen waarbij de PvdA het onderste uit de kan probeerde te halen, haakte het CDA af, waarna Van Agt en VVD-leider Wiegel aan één etentje genoeg hadden om een rechts kabinet in elkaar te zetten. Wie wil weten waar de weerzin in het CDA tegen de PvdA vandaan komt, vindt in deze episode een deel van het antwoord.
Niettemin was vooral bij het ARP-smaldeel in het CDA de teleurstelling groot. Beginselen speelden in de ‘evangelische’ ARP vanouds een grotere rol dan in een meer op de macht gerichte partij als de KVP. Christelijke politiek maakte in de ogen van de linkervleugel van de ARP de PvdA tot een logischer bondgenoot dan de rechtse VVD. Zeven CDA-Kamerleden – onder wie fractievoorzitter Willem Aantjes – hadden zelfs zo veel bezwaren tegen het regeerakkoord met de VVD dat zij het nieuwe kabinet slechts wilden ‘gedogen’. Uit loyaliteit met de partij zagen zij er vanaf de totstandkoming van het kabinet te blokkeren, waarna zij als ‘loyalisten’ door het leven gingen.
Manoeuvreerruimte
De coalitie beschikte slechts over 77 zetels en kon zich dus amper afvallers veroorloven. Dat gaf de loyalisten grote invloed met navenant weinig manoeuvreerruimte voor het kabinet. Het kabinet scheerde langs de rand van de afgrond toen het een motie voor een olieboycot van het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind naast zich neerlegde. PvdA-leider Den Uyl diende hierop een motie van wantrouwen in die het kabinet nipt overleefde dankzij de steun van de kleine rechtse partijen (GPV, SGP, Boerenpartij en DS’70), overtuigde voorstanders van de apartheid.
In 1981 werd een nieuwe poging gedaan een coalitie te vormen van CDA en PvdA, aangevuld met D66. Het werd, met Den Uyl als vice-premier naast Van Agt, een drama dat - na een tussenkabinetje Van Agt/Terlouw - in 1982 eindigde in de vorming het eerste kabinet-Lubbers. De rol van de loyalisten was toen snel uitgespeeld. Tijdens de discussie over de kruisraketten maakten zij het Lubbers weliswaar nog knap lastig, de coalitie zat met een meerderheid van 81 zetels steviger in het zadel dan in 1977. Twee loyalisten – Jan Nico Scholten en Stef Dijkman (de enige KVP’er onder de loyalisten) – verlieten uiteindelijk de partij en vormden de fractie Scholten/Dijkman, een afsplitsing die geen lang leven was beschoren.
Bestaansgrond
Onder Lubbers leek het CDA de rijen voorgoed te sluiten en zich te ontwikkelen tot een constante machtsfactor en de belangrijkste tegenspeler van de PvdA. De rust in de partij was voor een deel schijn omdat de fusie de afkalving van de christen-democratie slechts had weten af te remmen, niet te keren.
Deze ontwikkeling plaatst de christen-democraten voor een levensgroot dilemma. Want naarmate bij de pogingen de macht te behouden de beginselen steeds verder naar de achtergrond verdwijnen, dringt de vraag naar de bestaansgrond van het CDA zich juist steeds meer op. De overwinning van de rechtervleugel onder leiding van Maxime Verhagen kan een pyrrusoverwinning blijken te zijn. De vraag is immers hoeveel ruimte er is voor een verregaand geseculariseerde, rechts-conservatieve partij naast de rechts-liberale VVD en de populisten van Wilders.
Ab Klink was er in zijn brief openhartig over: als het CDA nog principes heeft, moet het die nu tot gelding brengen. De prijs die hij voor zijn actie heeft moeten betalen is hoog, maar daarmee is zijn ongelijk – en dat van de loyalisten van destijds – nog niet bewezen.
Willem de Bruin is medewerker van de Volkskrant
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.