‘Val dood! Leef jij nog?’ De sfeer is gemoedelijk in de kantine van het Mozeshuis op het Waterlooplein in Amsterdam, waar enkele tientallen daklozen samendrommen in afwachting van de oprichting van de eerste Nederlandse vakbond voor daklozen. Ze doen zich tegoed aan de gratis broodjes en koffie.
‘Pak mee wat je hebt’, roept iemand van de organisatie, als zij de meute naar boven dirigeert voor de officiĆ«le plechtigheid. Een historische gebeurtenis: een vakbond voor daklozen door daklozen, aldus de dagvoorzitter.
Amsterdam heeft naar schatting 2.500 dak- en thuislozen, van wie er 600 buiten slapen. Ze worden amper gehoord door de politiek, vinden de initiatiefnemers: de SP en DAK, het Daklozen Aktie Kollectief.
De stemming dreigt even om te slaan als een aspirant-lid zich met veel rumoer een weg naar voren baant. Hij zwaait met een stapel papieren die hij wil afgeven, ‘dan kunnen jullie tenminste iets voor mij doen’. De zaal is er niet van gediend.
‘Houd je bek, kankermalloot’, schreeuwt er een.
‘Ga lekker zitten’, adviseert een ander.
‘Ik heb negen maanden gezeten’, roept de man. ‘In de gevangenis.’
Hij legt zijn dossiers op tafel, waarachter straks het voorlopige bestuur van de vakbond zal plaatsnemen, en beent terug om zijn andere spullen te halen: skeelers, een gitaar, een plastic tas, twee rugzakken en een pluchen hondje, dat een plaats krijgt op de tafel naast zijn paperassen.
Als de man is gekalmeerd, worden de wensen en grieven van de daklozen geïnventariseerd. Het opjaagbeleid van de politie, meer opvang, juridische bijstand, de mogelijkheid om te douchen, het alcoholverbod ‘terwijl toeristen overal hun biertje mogen drinken’, medische hulp – kortom een menswaardig bestaan, luidt de bondige samenvatting.
De vakbond heeft prominente beschermvrouwen en -heren, onder wie burgemeester Van der Laan. Hij was graag gekomen, maar had het te druk. ‘Ze hebben het altijd te druk’, mort de zaal. Maar ook: ‘Mooi dat-ie beschermheer is, dan kunnen we hem aan zijn jasje trekken.’
Wel aanwezig is acteur Peter Faber, in een ver verleden ook dakloos geweest. ‘Je bent nooit alleen, je hebt altijd die rode kabouter van binnen die tot de laatste zucht pompt: ik houd van je, ik houd van je, ik houd van je’, zegt hij terwijl hij met een gebalde vuist op zijn hartstreek roffelt.
Dan is het tijd voor de verkiezing van het voorlopig bestuur, twee mannen en een vrouw. Geen van hen is echt dakloos, de een woont in een caravan, de ander in een hut van wrakhout en zeil, en het vrouwelijk bestuurslid schuilt in een blijf-van-mijn-lijfhuis. ‘Maar we lopen tegen dezelfde muren op.’
In het hondje op de bestuurstafel blijkt een batterij te zitten. Het kwispelt loom met zijn staart en vlijt zijn kop op zijn voorpoten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.