*

 

Bedrijven in ontwikkelingshulp

Dorinde Meuzelaar − 18/06/10, 00:00

Nederlandse bedrijven helpen mee bij de bestrijding van armoede. Door Dorinde Meuzelaar..

Nederlandse kinderen zouden er een moord voor doen, maar in veel Afrikaanse landen is na half 7 ’s avonds huiswerk maken er niet meer bij. Ongeveer 560 miljoen Afrikanen beschikken niet of nauwelijks over elektriciteit of verlichting. Zodra de zon onder gaat, ligt het openbare leven stil. Enerzijds een voorbeeld van een enorm achterstandsgebied, anderzijds een groeimarkt voor bedrijven.

Zoals voor multinational Philips, die Afrika verlichting brengt in de vorm van een energiezuinige ledlamp die op zonne-energie werkt. Kinderen kunnen ’s avonds huiswerk doen, volwassenen kunnen na het werk educatie volgen. Een leeslamp op zonne-energie kost 60 tot 70 euro, aan te schaffen met een microkrediet. Dit is snel terugverdiend, omdat de lamp kerosine, een belangrijke energiebron voor apparaten, uitspaart. De ledlamp is ook veiliger en gezonder.

Bedrijven die door commerciële activiteiten de lokale bevolking in ontwikkelingslanden helpen, het is niet langer vloeken in de kerk. Door commerciële activiteiten en investeringen in de lokale gemeenschap dragen bedrijven positief bij aan het behalen van de millenniumdoelen, doelstellingen die in 2000 zijn geformuleerd door de VN om armoede terug te dringen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO).

In het rapport, dat vrijdag is gepresenteerd, is onderzocht hoe de bedrijfsactiviteiten van twintig multinationals bijdragen aan het behalen van de millenniumdoelen. Hieruit blijkt dat in 2009 ruim 8,2 miljoen mensen in ontwikkelingslanden profiteerden van activiteiten van de ondernemingen. Hierbij profiteerden 4 miljoen mensen van commerciële activiteiten, 4,2 miljoen hadden baat bij investeringen in de gemeenschap.

Een verrassend resultaat, vindt de NCDO. Paulus Verschuren, directeur van Global Health Partnerships Unilever, is er al langer van overtuigd dat de doelen niet gehaald kunnen worden zonder het bedrijfsleven. ‘Zonder economische groei is er geen kans op vooruitgang. Overheid, bedrijven en ontwikkelingsorganisaties gaan elkaars rol steeds beter begrijpen.’

Essentieel is volgens Verschuren dat overheid, ontwikkelingsorganisaties en bedrijven nauw met elkaar samenwerken. ‘Je kunt geen gezond bedrijf opbouwen in een falende maatschappij. De overheid heeft als rol een stabiel investeringsklimaat te faciliteren. Bedrijven hebben kennis en kunde in huis. Ontwikkelingsorganisaties spelen een cruciale rol, omdat zij nauw contact hebben met de bevolking en het bedrijfsleven. Als hierin goed wordt samengewerkt, is het geheel meer dan de som der delen.’

Uiteraard is het niet vanuit louter idealistisch oogpunt dat bedrijven investeren in ontwikkelingslanden. De NCDO, die zich in het rapport baseert op zelfrapportages van de onderzochte bedrijven, noemt een aantal redenen waarom investeringen van de private sector bijdragen aan het behalen van de millenniumdoelen, terwijl bedrijven er zelf ook baat bij hebben.

Door te investeren in projecten die armoede tegengaan – millenniumdoel 1 –, creëren bedrijven nieuwe koopkrachtige consumenten. Door het terugdringen van epidemieën als aids en malaria – millenniumdoel 6 – verminderen bedrijven verlies aan menselijk kapitaal. En door de ontwikkeling van nieuwe producten als energiezuinige lampen boren ze een groeimarkt aan.

Een woordvoerder van Shell erkent dat de bedrijven vanuit hun eigen kernactiviteiten de millenniumdoelen nastreven. Toch is er volgens hem een trend zichtbaar dat bedrijven meer samenwerken met organisaties en overheid. ‘Vroeger werd er alleen geprofiteerd door ontwikkelde landen in de vorm van goedkope producten. Tegenwoordig snijdt het mes aan twee kanten.’

Volgens Paulus Verschuren van Unilever heeft Nederland een voorbeeldfunctie op het gebied van internationale samenwerking. ‘Nederland is een van de weinige landen die hier zo ver in zijn gevorderd. In het huidige politieke klimaat staat er door de bezuinigingen steeds meer druk op ontwikkelingshulp. Daarom moet het bedrijfsleven de nadruk leggen op het rendement van investering.’

mailIcon print |