De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Britse premier David Cameron maken op de CeBIT-beurs in Hannover kennis met een robot.
De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Britse premier David Cameron maken op de CeBIT-beurs in Hannover kennis met een robot. © EPA

'Angst voor baanpikkende robot komt voort uit ons gemechaniseerde mensbeeld'

De laatste tijd regent het paniekerige berichten waarin er wordt gewaarschuwd voor banenverlies op grote schaal door de snel oprukkende technologie, schrijft Bart Smout. 'De angst om te worden vervangen door een robot kan alleen bestaan in een maatschappij die zelf volgens robotprincipes opereert.'

 
Toen de eerste treinen reden, waren de boeren bang dat hun koeien van de schrik alleen nog zure melk zouden geven

De opmars van de robots is begonnen. Deze keer komen ze niet om de aarde te vernietigen, maar om onze banen in te pikken. De laatste tijd regent het berichten waarin er wordt gewaarschuwd voor banenverlies op grote schaal door de snel oprukkende technologie. Vaak zijn die berichten nogal paniekerig van toon.

Een kleine greep. 'The robots are coming and will terminate your jobs,' schreef Tim Harford in de Financial Times. Google-topman Eric Schmidt waarschuwde als volgt voor de opkomst van de robot: 'Het is een race tussen computers en mensen - en mensen moeten zien te winnen.' Onlangs besteedde de Volkskrant aandacht aan het boek The Second Machine Age van Erik Brynjolfsson en Andrew MacAfee. Bij het artikel de afbeelding van een robot, daaronder de tekst: 'Hij krijgt uw plek.' En ook de Groene Amsterdammer ging overstag. 'De robots komen eraan,' kopt het weekblad. 'Welkom in het tijdperk van de eeuwige werkloosheid.'

Niets nieuws
Technologie-angst. Het is niets nieuws. Iedere technologische vooruitgang gaat gepaard met de angst voor verlies. In Phaedrus van Plato wordt er bijvoorbeeld al gewaarschuwd voor het schrift - ook een technologie - omdat het mensen vergeetachtig zou maken. De eerste telefoon liet de angst ontstaan dat mensen niet langer kerken en concertzalen zouden bezoeken, omdat ze nu alles vanuit de luie stoel konden beluisteren. En toen de eerste treinen reden, waren de boeren bang dat hun koeien van de schrik alleen nog zure melk zouden geven.

Maar de robots die nu komen zijn van een andere orde dan de technologie waar we ons voorheen van bedienden, stellen Brynjolfsson en MacAfee terecht. We kunnen nu robots maken die zelfstandig denken. Zo zou technologie geen aanvulling op, maar een vervanging van mensen worden, met verstrekkende gevolgen voor de werkgelegenheid. Want wat bijvoorbeeld een boekhouder kan, kunnen robots binnenkort ook - maar dan sneller en beter.

De angst dat robots onze banen inpikken, is dus een angst voor de overbodigheid van de mens. Die overbodigheid zou ontstaan doordat robots steeds meer op mensen lijken. Maar die redenering sluit de ogen voor een andere ontwikkeling: namelijk dat mensen steeds meer op robots zijn gaan lijken. De angst om te worden vervangen door een robot kan alleen bestaan in een maatschappij die zelf volgens robotprincipes opereert.  

Mens als machine
Al sinds de Wetenschappelijke Revolutie bestaat het idee van de mens als machine. Goed voorbeeld hiervan is het boek l'Homme Machine (1747) van de Franse arts Julien Offray de La Mettrie, die schrijft dat de mens niets anders is dan een verfijnd uurwerk, een mechaniek. Met het wegvallen van religie als bindende factor en de opkomst van het kapitalisme en de wetenschap, heeft dat mechanische mensbeeld steeds meer terrein gewonnen. De mens anno nu is vooral een productie-eenheid die wordt beoordeeld op zijn output.

Kijk naar onze maatschappij en het is gemakkelijk te zien dat die volledig is gebouwd rondom het principe van de productie. Al van jongs af aan wordt het kind via onderwijsinstellingen klaargestoomd om probleemloos een baan te vinden. Zelfs universiteiten leggen tegenwoordig het accent op de aansluiting bij de arbeidsmarkt en minder op een brede intellectuele ontwikkeling.

 
Wanneer omzet de hoogste god is, zijn degenen die niet of te weinig bijdragen aan die omzet afvalligen. Kapotte onderdelen

Eenmaal afgestudeerd wordt productie de belangrijkste graadmeter van een mensenleven. Hoe meer je produceert, hoe meer je waard bent. De Koreaanse filosoof Byung-Chul Han omschrijft de moderne mens dan ook als 'een prestatiemachine die storingsvrij dient te functioneren en zijn prestatie dient te maximaliseren'. 

Gediskwalificeerd
Hoe bepalend arbeid is in onze wereld, kun je zien aan de etiketten die mensen zonder werk krijgen opgeplakt. Die zijn ziek (mentaal of fysiek), crimineel, bejaard of illegaal. Oftewel: gediskwalificeerd. Vreemd is dat niet. Wanneer omzet de hoogste god is, zijn degenen die niet of te weinig bijdragen aan die omzet afvalligen. Kapotte onderdelen. Een geslaagd mens, dat is een mens die loopt als een machine. Gesmeerd. Zonder uitval of vertraging.

Stel dat de voorspellingen kloppen, en robots daadwerkelijk een groot deel van onze banen inpikken. We kunnen daar doodsbang voor zijn en proberen de concurrentie aan te gaan. We kunnen het ook beschouwen als een aanleiding om de eigen menselijkheid opnieuw te overdenken. Want de angst voor robots komt voor een groot deel voort uit een gemechaniseerd mensbeeld. We kunnen nooit betere robots worden dan de robots die we produceren. Wat we wel kunnen doen, is kijken hoe we wat minder robot en meer mens kunnen worden.

Bart Smout is schrijver en columnist voor Volkskrant.nl.
Twitter: @BartSmout