'Ergens volgende eeuw doet de laatste loonslaaf het licht uit'
© ANP

'Ergens volgende eeuw doet de laatste loonslaaf het licht uit'

Werden ze vroeger nog Zonderling Zonder Potentie genoemd, tegenwoordig lijkt iedereen zzp'er, schrijft Peter de Waard. 'Zelfs het Nederlands elftal is een optelsom van zzp'ers.'

 
Aan het begin van de negentiende eeuw was bijna iedereen nog zzp'er of het nu de huursoldaat was, de koperslager of de herbergier.

Ivanhoe was de allereerste zzp'er. Het woord freelancer - ten slotte de oude benaming voor zelfstandige zonder personeel - werd voor het eerst in 1819 gebruikt door Sir Walter Scott in zijn ridderroman Ivanhoe.

Aan het begin van de negentiende eeuw was bijna iedereen nog zzp'er of het nu de huursoldaat was, de koperslager of de herbergier. Maar met de industriële revolutie ontstonden grote bedrijven die werknemers in dienst gingen nemen. Deze loonslaven vormden uiteindelijk een arbeidersklasse die zo groot werd dat ze met behulp van vakbonden en socialisten rechten verwierven zoals vakantiedagen en ontslagbescherming. Een loonslaaf werd een werknemer met een vast dienstverband en dat was zo slecht nog niet.

 
Op de bouwplek werden ze als melaatsen behandeld en kregen bijnamen als Zelfingenomen Zeurkous met Persoonlijkheidsstoornis of Zonderling Zonder Potentie.

Bouwvakkers
Al in de jaren tachtig keerde het tij. De gelijkschakeling van de 36-urige werkweek werd niet door iedereen gewild. Er kwamen mensen die liever zelf hun werktijden bepaalden. De Belastingdienst kwam met de term zzp'er (zelfstandige zonder personeel) op de proppen - een freelancer die door een bedrijf tijdelijk werd ingeschakeld.

Het waren vooral bouwvakkers die tijdelijk een klusje deden voor een aannemer. In 1988 werden 1.600 zzp-verklaringen door de Belastingdienst afgegeven. Een jaar later was dat al het dubbele aantal. Populair waren deze buitenstaanders niet. Op de bouwplek werden ze als melaatsen behandeld en kregen bijnamen als Zelfingenomen Zeurkous met Persoonlijkheidsstoornis of Zonderling Zonder Potentie. In 1992 werden door werkgevers en werknemers nog afspraken gemaakt om ze helemaal te weren van de bouwplek. De FNV zag zzp'ers als onderaannemers en weigerde in 1997 een aparte afdeling voor ze op te richten.

Maar de opmars was niet te stuiten. Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste worden bedrijven kleiner. Het grootste bedrijf ter wereld in de jaren zestig - General Motors - had zeven keer zoveel werknemers als het grootste bedrijf ter wereld van deze tijd: Apple. Bedrijven besteden steeds meer taken uit aan kleine gespecialiseerde ondernemingen. Dankzij de opkomst van internet in het gemakkelijk snel specialisten vinden, waar ook ter wereld. Daarnaast is het uit kostenoogpunt ook aantrekkelijk aanbieders tegen elkaar uit te spelen.

Individu
Maar ook bij werknemers zelf gaat het persoonlijk belang (beoordelingsgesprekken, bonussen) boven het bedrijfsbelang, zo blijkt uit de afnemende organisatiegraad. Hoewel managers graag anders roepen, heeft het collectief plaatsgemaakt voor het individu. De televisiepresentator is belangrijker dan de omroep en de chirurg belangrijker dan het ziekenhuis. Een werknemer kan de reputatie van een organisatie maken of breken. Zelfs het Nederlands elftal is een optelsom van zzp'ers.

Er zijn nu 800.000 zzp'ers in Nederland en jaarlijks komen daar 50.000 bij. In totaal werken 7 miljoen werknemers in loondienst. Ergens in de volgende eeuw mag de laatste werknemer het licht uitdoen.

Peter de Waard is redacteur economie, hij schrijft dagelijks een column in de Volkskrant. Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl