Opstijgend Figas-vliegtuig op West Falkland.
Opstijgend Figas-vliegtuig op West Falkland. © Peter Lipton

'Wie is er eigenlijk stoer genoeg om op de Falklands te wonen?'

Jongeren trekken naar de enige stad op de Falklands, en zo onvoorstelbaar is dat niet, zien Jasmijn Visser en Peter Lipton tijdens hun reis over de Falkland Eilanden.

De enige echte stad op de Falkland Eilanden is, met 2200 inwoners, Stanley. In de hoofdstad woont 75 procent van de bevolking. De dunbevolkte afgelegen gebieden met hun nederzettingen worden met een verzamelnaam 'camp' genoemd.

West Falkland, het op één na grootste eiland, wordt in zijn geheel als 'camp' aangeduid. Er wonen ongeveer 200 mensen verspreid over 15 nederzettingen. Van origine is er door de constante stevige wind geen boomgroei op de Falkland Eilanden en op West Falkland krijg je inzicht in welke staat de eilanden waren toen de eerste ontdekkingsreizigers ze zagen; een desolaat, eindeloos, heuvelachtig landschap.

Tussen 1700 en 1900 werden er op West Falkland nederzettingen aan de kust gesticht die draaiden om de walvis-, zeehond en pinguïnindustrie. Op dit moment leven de bewoners er voornamelijk van schapenhoeden. Als je over het eiland rijdt kom je sporadisch een kudde loslopende schapen tegen, je zou nooit vermoeden dat er in werkelijkheid 180 000 schapen leven, die vrij over de weides lopen.

De nederzettingen, waar soms slechts een handvol mensen wonen, zijn nauwe gemeenschappen. Je moet uit een speciaal hout gesneden zijn om hier te willen leven; levensmiddelen als groente en fruit zijn erg duur en moeten geleverd worden per vliegtuig, op sommige uithoeken komen weken lang geen bezoekers, en kinderen worden onderwezen door reizende docenten of via de telefoon.

Het is daardoor niet gek dat veel jongeren besluiten naar de hoofdstad te trekken. Daarom heeft de oudere generatie moeite opvolgers te vinden om de boerderijen over te nemen. Op onze reis over West Falkland zien wij de gevolgen ervan; in de nederzettingen staan veel huizen leeg en wonen soms nog maar 3 of 4 mensen. Daarom komen deze vestingen soms spookachtig voor.

Om deze kleinschalige urbanisatie tegen te gaan probeert de overheid van de Falkland Eilanden de bereikbaarheid en daarmee de aantrekkelijkheid van West Falkland grondig te verbeteren. Er worden veel wegen aangelegd en zowel de ferry als de luchttaxi worden gesubsidieerd door de overheid. De kleine vliegtuigjes van figas, die op bestelling van een dag ervoor naar de verschillende locaties uitvliegen, kosten voor een bezoeker ongeveer 100 pond per ticket, de overheid doet er ongeveer 1000 pond subsidie per ticket bovenop.

West Falkland bewoond houden is dus een prijzige onderneming, maar de investering is van belang om de wol- en schapenvleesindustrie voor de komende generaties in stand te houden. Na ons verblijf op 'camp' bleven wij vooral met één gedachte over; zoveel partijen soebatten al eeuwen over de Falkland Eilanden, maar wie is er uiteindelijk stoer genoeg er daadwerkelijk te wonen?

Lees hier meer over de reis die Jasmijn Visser en Peter Lipton maken naar de Falklands.

TheFalklandsProject is onderdeel van het programma The Ultraperipheric in opdracht van TAAK en Land Art Contemporary en wordt gesponsord door het Modriaanfonds, Land Art Contemporary en Stichting Kunst en Openbare Ruimte. The Falklands Project is een samenwerking van Jasmijn Visser en design-duo Metahaven.