Ets van de ploeg van Sebald de Weert op pinguïnjacht, onbekende maker
Ets van de ploeg van Sebald de Weert op pinguïnjacht, onbekende maker © Rijksmuseum

'Hoe op de Falklands 2,5 miljoen pinguïns de kookpot in werden gejaagd'

Op hun rondreis op de Falkland Eilanden zien Peter Lipton en Jasmijn Visser grote potten waar waggelende pinguïns massaal naartoe werden geleid. 2,5 miljoen vogels werden in de potten tot olie verwerkt.

 
Het doden en transporteren van de vogels ging op een praktische, maar vrij opmerkelijke manier; de vogels werden als een kudde bijeengedreven en in een rij richting de fabrieken gedreven.

Sebald de Weert ontdekte rond 1600 de Falkland Eilanden terwijl hij op zoek was naar een goede plek om op pinguïns te jagen. Voor hongerige ontdekkingsreizigers rond de Straat van Maggellaan waren deze vreemd ogende vogels en hun eieren een belangrijke voedingsbron. Omdat de pinguïns weinig mensenschuw waren -en niet bepaald konden vliegen- vormden ze een gemakkelijke prooi voor de jagers.

'Dese voghels, waer van ick noch de ghedaente, noch de nature niet en hebbe beschreven, worden Pinguins ghenoemt van weghen hare vettigheydt, want het selve woordt in onse sprake soo veel te segghen is. (...) alsoo dat zy soo vele wits als swarts hebben, de huyte gelijck een Robbe vel, soo dick als een swyne huyt, den beck grooter als van eender Rave, doch niet so heel krom, den hals kort ende dick, 'tlichaam soo groot als een vette Ganse (...) alsoo datse van verre Pigmeen ofte kleyne mannekens schynen'

Ware industrie
Later werden pinguïns op een veel efficiëntere manier verwerkt; het extraheren van olie van hun vetlagen vormde, naast de walvis -en zeehonden vangst, een ware industrie in de 19e eeuw op de Falkland Eilanden. Verschillende fabrieken verwerkten ze tot olie die gebruikt kon worden als brandstof en voor het invetten van lederwaren.

Onderzoek wijst uit dat in 16 jaar ongeveer 2,5 miljoen pinguïns in deze fabrieken het leven hebben gelaten. Het doden en transporteren van de vogels ging op een praktische, maar vrij opmerkelijke manier; de vogels werden als een kudde bijeengedreven en in een rij richting de fabrieken gedreven. Deze pinguïnmarsen konden kilometers lang over de rotsachtige bodem van de eilanden leiden. In 1918 protesteerden de Falkland Eilanders tegen deze massale pinguïnslacht omdat er inmiddels goedkopere en betere alternatieven voor de olie beschikbaar waren.

Bij de verschillende oude vestingen vind je nog grote potten die iets weg hebben van heksenketels waar de pinguïns in gekookt werden.

Nu zijn deze schijnbare pygmeeën veeleer erebewoners van de eilanden, geliefd door de bewoners en toeristen. De vijf aanwezige soorten kunnen met hun lichte gewicht elk mijnenveld betreden en verspreiden een witte, donzige deken over de kusten.

Lees hier meer over de reis die Jasmijn Visser en Peter Lipton maken naar de Falklands.

Jasmijn Visser is kunstenaar, Peter Lipton is fotograaf.

TheFalklandsProject is onderdeel van het programma The Ultraperipheric in opdracht van TAAK en Land Art Contemporary en wordt gesponsord door het Modriaanfonds, Land Art Contemporary en Stichting Kunst en Openbare Ruimte. The Falklands Project is een samenwerking van Jasmijn Visser en design-duo Metahaven.