'Klimaatdebat is in zekere zin een voortzetting van bijbels eindtijdverhaal'
© ANP

'Klimaatdebat is in zekere zin een voortzetting van bijbels eindtijdverhaal'

Maarten Keulemans schrijft dit weekeinde in Volkskrantkatern Vonk over de wijze waarop het Bijbelse zondvloedverhaal nog altijd het hedendaagse klimaatdebat beïnvloedt. Hij legt hier alvast uit waarom hij het zo belangrijk vindt dat dit artikel door iedereen wordt gelezen.

Gaandeweg begon me te dagen dat ons klimaatnarratief in zekere zin gewoon een constructie is, een voortzetting van het bijbelse eindtijdverhaal met moderne middelen.

Maarten Keulemans

Ik heb iets met het artikel 'Bouw een ark, de wereld vergaat!' dat ik schreef voor de bijlage Vonk van komende zaterdag.

U moet weten: sinds een jaar of wat voel ik mij nogal eenzaam en onbegrepen in wat 'het klimaatdebat' is komen te heten. Voorheen nam ik altijd klakkeloos aan dat de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde een van de meest verontrustende problemen van deze tijd is. Maar dat was voordat ik mij ging verdiepen in apocalyptische mythen, voor mijn boek Exit Mundi, Het einde van de wereld (2008).

Gaandeweg begon me te dagen dat ons klimaatnarratief in zekere zin gewoon een constructie is, een voortzetting van het bijbelse eindtijdverhaal met moderne middelen. De zeespiegel stijgt en de mens heeft het gedaan; het is weliswaar feitelijk juist, voor een ander, niet te onderschatten deel resoneert het met een oud cultureel thema - dat van de zondvloed.

Dat blijkt wel uit de inconsistenties in het hedendaagse verhaal. Zo ligt de nadruk veel sterker op de nadelen dan op de voordelen die de opwarming óók met zich meebrengt; benadrukken we de abrupte, heftige verschijnselen op de korte termijn in plaats van de eeuwen en millennia waarover klimaatverandering zich afspeelt; en ligt in de voorstellingen van klimaatverandering onevenredig veel nadruk op zeespiegelstijging.

En - ook niet te onderschatten - als het over klimaatverandering gaat, reageren de betrokkenen vaak erg emotioneel. Dat is vaak een aanwijzing dat hier iets gaande is dat raakt aan onze diepe culturele identiteit.

Maar vertel dat maar eens aan de klimaatwetenschap. Onderzoekers van het klimaat zijn in de regel bèta's, mensen die niet vertrouwd zijn met sociale constructies of het inzicht dat wat we waarnemen altijd deels mensenwerk is (zelf ben ik er als cultureel-antropoloog en sociaal-historicus wat meer aan gewend).

Groot was dan ook mijn vreugde toen ik ontdekte dat ik niet de enige ben die inziet dat we gevangen zitten in onze oude, apocalyptische kramp. 'No, you are not the first', antwoordde de Britse hoogleraar klimaat en cultuur Mike Hulme prompt op mijn voorzichtige vraag of ik soms knettergek was geworden. 'See the attached article'.

Het artikel in Vonk is zo'n stuk dat ik het liefst persoonlijk bij u in de bus zou stoppen, omdat ik de inhoud zo'n wezenlijke toevoeging vind aan het klimaatdebat: wist iedereen dit maar!

Maarten Keulemans

Vanaf dat moment ging er een wereld voor mij open. Van de Franse filosoof Pascal Bruckner, die met zijn boek Le Fanatisme de l'Apocalypse een knuppel in het hoenderhok gooide, tot de artikelen die Hulme me doorspeelde, met klinkende titels als 'The Flood Myth In the Age Of Global Climate Change', en 'Climate Catastrophes and Fear'.

Als u geïnteresseerd bent in het onderwerp, kan ik u van harte The Hartwell Paper aanraden, een rapport waarin veertien academici uitleggen dat we het klimaatprobleem te sterk definiëren als functie van onze menselijke zondigheid. Dat schiet niet op, stellen de veertien.

Het artikel in Vonk is zo'n stuk dat ik het liefst persoonlijk bij u in de bus zou stoppen, omdat ik de inhoud zo'n wezenlijke toevoeging vind aan het klimaatdebat: wist iedereen dit maar! Ik kan alleen maar hopen dat u er net zo gegrepen door raakt als ikzelf.

Als opwarmertje is hier vast een lezing van Mike Hulme. U moet er even voor gaan zitten, want de lezing duurt 50 minuten en de beste man is niet de meest swingende spreker van het westelijk halfrond. Maar u wordt wél beloond met rake uitspraken als 'Onze preoccupatie met het Kyoto-protocol heeft het creatieve denken gemarginaliseerd' en 'Alle wetenschappelijke kennis is partijdig en voorlopig.'

Een verfrissend geluid, in het technocratische en technofiele wereldje van het klimaatonderzoek.