Wilders, De Jager en Rutte in de kamer.
Wilders, De Jager en Rutte in de kamer. © EPA

'Huidige politieke crisis toont failliet Nederlands kiesstelsel'

'Als het erop aankomt, gaat in de politiek het partijbelang voor op het landsbelang. Of is er iemand in Nederland, die denkt dat Wilders vorige week zaterdag het kabinet opblies uit landsbelang? Het is hoog tijd voor een hervorming van het kiesstelsel', betoogt Philippe Wildemast.

Als de huidige politieke crisis iets heeft aangetoond, dan is het wel dat het huidige Nederlandse kiesstelsel zo goed als failliet is. Sinds de kiezersopstand van Fortuyn in 2002 en de aardverschuivingen die dit teweeg heeft gebracht, zal in het najaar het zesde kabinet in tien jaar aantreden. Zelfs in Italië houden kabinetten het tegenwoordig langer uit. De boosdoener is het achterhaalde kiesstelsel in Nederland en een veelvoud aan partijen.

Afgelopen donderdag kwamen VVD, CDA, D'66, GroenLinks en ChristenUnie (vijf partijen, samen goed voor 77 zetels) een bezuinigingspakket overeen. Schijnbaar uit het niets ontstaat er een gelegenheidscoalitie, waar een waaier aan partijen aan deelneemt. Schijn bedriegt, want met de verkiezingen in aantocht kiezen partijen een strategie. En waar partijen als D'66, GroenLinks en ChristenUnie er belang bij hebben om meer salonfähig over te komen, zijn partijen als PvdA, SP en PVV er juist meer bij gebaat om stelling te nemen tegen de 'macht'.

Landsbelang
En daar zit direct het probleem van de evenredige vertegenwoordiging (en als gevolg daarvan het coalitiestelsel) in Nederland. Als het erop aankomt, gaat het partijbelang voor op het landsbelang. Of is er iemand in Nederland, die denkt dat Wilders vorige week zaterdag het kabinet opblies uit landsbelang? Zelfs de term 'Henk en Ingrid' zat niet in de verklaring; het was voor de gepensioneerden. En zo beschermt iedereen zijn eigen mogelijke kiezersgroep: of het nu gaat om minima bij de SP, ondernemers bij de VVD, gepensioneerden bij de PVV, culturele ondernemers bij de PvdA of juristen bij D'66, partijen zijn belangenorganisaties geworden.

Daarbij komt nog eens dat de huidige Tweede Kamer een veelvoud aan grote partijen kent. Hierin representeren de twee grootste partijen (VVD en PvdA) met 31 en 30 zetels ieder slechts een 20 procent deel van de Nederlandse bevolking. Vergelijk dat eens met de Tweede Kamer in 1986, waar het CDA meer dan 36 procent van de zetels had, de PvdA meer dan 34 procent en er voor de rest minder dan 30 procent overbleef. Het politieke landschap is hopeloos verdeeld en dat leidt tot gelegenheidscoalities, zoals afgelopen donderdag, waar de kiezer geen invloed op heeft.

De evenredige vertegenwoordiging is in 1917 ingevoerd als een antwoord op de schoolstrijd. De samenleving was verzuild en Iedere zuil moest vertegenwoordigd kunnen worden in het parlement. Het succes van dit stelsel was de pacificatiepolitiek van die tijd. Die bestond eruit dat politieke partijen goed samenwerkten om tot een coalitie te komen. Zo was oud-premier Drees een groot aanhanger van de theorie van Karl Marx, maar wist hij dat er zonder samenwerking met andere politieke partijen geen regering gevormd kon worden om Nederland na de Tweede Wereldoorlog te besturen.

Bar weinig
In de jaren '60 en '70 moest de pacificatiepolitiek wijken voor polarisatie. Er werd in de PvdA zelfs een motie aangenomen om niet meer met de KVP (een voorloper van het CDA) samen te werken. Zo'n uitspraak is in de huidige politiek aan de orde van de dag, hoewel veel partijen nog steeds uit principe zeggen 'met alle partijen te willen samenwerken'. Hier komt echter bar weinig van terecht de laatste tien jaar. In de jaren '80 en '90 kwam de politiek redelijk tot rust, maar rond de eeuwwisseling waren de rapen weer gaar.

Het eerste alternatief voor deze situatie is de invoering van een districtenstelsel. Hierdoor dwing je partijen om met elkaar samen te werken om daarmee samenwerkingspartijen te vormen. Verder creëer je een nieuwe binding tussen kiezers en gekozenen: een regionale. Dit alles leidt tot het terugdringen van het aantal partijen in de Kamer tot drie à vier. Het nadeel is dat de macht van de politieke partijen nog groter wordt en dat het stemgedrag van Kamerleden ook regionaal bepaald wordt.

Een ander alternatief is het instellen van een hogere kiesdrempel. Nu is de kiesdrempel 1 zetel, maar je zou partijen met minder dan 11 zetels kunnen uitsluiten van zitting in de Tweede Kamer. Daarmee houden we met de huidige zetelverdeling vijf partijen over (VVD, PvdA, PVV, CDA en SP), die volgens mij prima de bevolking vertegenwoordigen. Het nadeel is dat partijen als D'66 en GroenLinks ui t de Kamer verdwijnen, maar dat zouden ze kunnen voorkomen door (al dan niet onderling) samen te werken.

Het Nederlandse kiesstelsel is aan vervanging toe. Van de huidige politici kan je wel verwachten dat zij over hun schaduw heenstappen, maar zij houden daarbij altijd de gevolgen voor hun eigen partij (en hun achterban) in het oog. Het argument dat Nederland een land is met een veelvoud aan culturen en politieke stromingen, gaat niet op; grotere landen als Duitsland en Frankrijk kennen een zeker zo grote veelvoud, maar in het parlement zitten grotere partijen of samenwerkingsverbanden. Het is tijd dat we in Nederland ook daarvoor kiezen. Anders zal de Tweede Kamer eindigen in een Toren van Babel: niemand verstaat elkaars taal nog.

Philippe Wildemast is 'politiek watcher'.